Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-16
ECLI:NL:RBDHA:2026:12173
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
1,063 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:12173 text/xml public 2026-05-18T08:42:18 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-16 NL26.12643 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Utrecht Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:12173 text/html public 2026-05-18T08:42:02 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:12173 Rechtbank Den Haag , 16-04-2026 / NL26.12643 Dublin België, verzoek afgewezen uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.12643 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. W.M.A. van Hoof). Procesverloop Bij besluit van 6 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat België verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL26.12642, op 7 april 2026 op zitting behandeld. Verzoeker is, met bericht van verhindering, niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.12642, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 16 april 2026 Documentcode: [Documentcode] Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:12173 text/xml public 2026-05-18T08:42:18 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-16 NL26.12643 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Utrecht Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:12173 text/html public 2026-05-18T08:42:02 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:12173 Rechtbank Den Haag , 16-04-2026 / NL26.12643 Dublin België, verzoek afgewezen uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.12643 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. W.M.A. van Hoof). Procesverloop Bij besluit van 6 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat België verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL26.12642, op 7 april 2026 op zitting behandeld. Verzoeker is, met bericht van verhindering, niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.12642, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 16 april 2026 Documentcode: [Documentcode] Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.