Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-05-13
ECLI:NL:RBDHA:2026:11976
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,093 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:11976 text/xml public 2026-05-15T15:52:10 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-05-13 NL25.290 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Middelburg Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:11976 text/html public 2026-05-15T15:51:26 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:11976 Rechtbank Den Haag , 13-05-2026 / NL25.290 Artikel 64 van de Vw – BMA-advies voldoende concludent en inzichtelijk – vergewisplicht verweerder – beroep ongegrond RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.290 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser (gemachtigde: mr. N. Vollebergh), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: L.M.F. Verhaegh). Procesverloop Bij besluit van 2 januari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen de afwijzing van de ambtshalve beoordeling om toepassing van artikel 64 van de Vw kennelijk ongegrond verklaard. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De rechtbank heeft het beroep op 22 april 2026 op zitting behandeld in Breda. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, [tolk] als tolk en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank 1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 2003 en de Sierra Leoonse nationaliteit te hebben. Eiser heeft op 5 april 2022 asiel aangevraagd. Verweerder heeft deze aanvraag op 19 januari 2024 afgewezen als ongegrond. Daarbij heeft eiser voorlopig uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw gekregen tot uiterlijk 19 juli 2024. 2. Bij besluit van 4 maart 2024 (het primaire besluit) heeft verweerder ambtshalve besloten om geen toepassing te geven aan artikel 64 van de Vw en aan eiser een terugkeerbesluit uitgevaardigd. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit kennelijk ongegrond verklaard. Verweerder heeft daartoe gewezen op het advies van BMA van 23 februari 2024. Uit dit advies blijkt dat eiser psychische klachten heeft en dat hij hiervoor onder medische behandeling staat. Er wordt door BMA binnen een indicatieve termijn van drie tot zes maanden geen medische noodsituatie verwacht bij het uitblijven van behandeling van eiser. Verweerder heeft gelet hierop geconcludeerd dat eiser niet in aanmerking komt voor toepassing van artikel 64 van de Vw. 3. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij voert aan dat het advies van BMA niet concludent is. BMA stelt in het advies van 23 februari 2024 namelijk zowel dat geen medische noodsituatie is te voorzien, als dat bij uitblijven van een behandeling bij eiser een fysieke en emotionele uitputting zal ontstaan. Daarnaast heeft verweerder niet aan zijn vergewisplicht voldaan. Verweerder heeft nagelaten bij BMA na te gaan wat wordt bedoeld met fysieke en emotionele uitputting, en waarom dit niet kan worden gekwalificeerd als ernstige geestelijke of lichamelijke schade. Eiser verwijst daarbij op het arrest X. Bij een aanvullend beroepschrift van 22 april 2025 heeft eiser een uitdraai van zijn medisch dossier overgelegd. Eiser ondergaat traumabehandeling in de vorm van EMDR. Uit het medisch dossier blijkt volgens eiser dat sprake is van een verhoogd risico op suïcide bij blijvende uitzichtloosheid en dat medische zorg noodzakelijk is. 4. Naar aanleiding van de door eiser op 22 april 2025 overgelegde medische gegevens heeft verweerder BMA verzocht om een aanvullend advies. Op 1 oktober 2025 heeft BMA overwogen dat bij eiser door de tijd heen fluctuerend gedachten aan suïcide zijn (geweest) en dat behandeling heeft geleid tot een beperkte afname van klachten. Hoewel gevoelens over zinloosheid van het bestaan aanwezig blijven en eiser eenmalig tot automutilatie is overgegaan, concludeert BMA dat het alles overziend niet zo is dat eiser bij uitblijven van behandeling binnen drie tot zes maanden zal overlijden of zodanig ontregeld zal geraken dat het zal komen tot gedwongen behandeling en/of opname. 5. In reactie op het aanvullende BMA-advies voert eiser aan dat verweerder nog altijd niet heeft voldaan aan zijn vergewisplicht. Het is onduidelijk waarom BMA meent dat binnen drie tot zes maanden geen sprake zal zijn van overlijden of gedwongen behandeling en/of opname. Eiser heeft verder een recente uitdraai van zijn medisch dossier overgelegd en een brief van GGZ Pro Persona van 3 april 2026. 6. Verweerder heeft hierop BMA gevraagd of de door eiser nieuw ingebrachte stukken afbreuk doen aan de eerdere BMA-adviezen. Op 10 april 2026 heeft BMA geantwoord dat dit niet het geval is. Het juridisch kader 7. Uit artikel 64 van de Vw volgt dat uitzetting achterwege blijft zolang het gelet op de gezondheidstoestand van de vreemdeling niet verantwoord is om te reizen. 8. Op grond van paragraaf A3/7.1 van de Vc verleent verweerder uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw als de vreemdeling medisch gezien niet in staat is om te reizen of als er een reëel risico bestaat op schending van artikel 3 van het EVRM om medische redenen. Van een reëel risico op schending van artikel 3 van het EVRM is volgens dit beleid uitsluitend sprake: - als uit het advies van het BMA blijkt dat het achterwege blijven van de medische behandeling naar alle waarschijnlijkheid zal leiden tot een medische noodsituatie; en - als de noodzakelijke medische behandeling in het land van herkomst of bestending verblijf niet beschikbaar is; of - als in geval de noodzakelijke medische behandeling wel beschikbaar is, gebleken is dat deze aantoonbaar niet toegankelijk is. Onder een medische noodsituatie verstaat verweerder de situatie waarbij de vreemdeling lijdt aan een aandoening, waarvan op basis van de huidige medisch-wetenschappelijke inzichten vaststaat dat het achterwege blijven van behandeling binnen een indicatieve termijn van drie tot zes maanden zal leiden tot overlijden, invaliditeit of een andere vorm van ernstige geestelijke of lichamelijke schade. 9. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling moet verweerder, als hij een BMA-advies aan zijn besluitvorming ten grondslag legt, zich ervan vergewissen dat dit naar wijze van totstandkoming zorgvuldig en naar inhoud inzichtelijk en concludent is. Als aan deze eisen is voldaan, mag verweerder bij zijn beoordeling van een zodanig advies uitgaan, tenzij concrete aanknopingspunten aanwezig zijn voor twijfel aan de juistheid of volledigheid. Het oordeel van de rechtbank 10. De rechtbank is van oordeel dat verweerder aan zijn vergewisplicht heeft voldaan en zijn besluit op het BMA-advies mocht baseren. Het BMA-advies is namelijk zorgvuldig tot stand gekomen en is inhoudelijk inzichtelijk en concludent. Eiser heeft geen contra-expertise ingediend of concrete aanknopingspunten aangevoerd op basis waarvan gegronde twijfel bestaat over de juistheid en volledigheid van het advies. Alle relevante medische gegevens van eiser zijn betrokken bij het advies. Ook heeft verweerder steeds na ontvangst van nieuwe stukken van eiser opnieuw BMA geraadpleegd. BMA heeft geconcludeerd dat de door eiser nader overgelegde stukken geen reden vormen voor een andere conclusie. Dat in het BMA-advies staat dat bij uitblijven van de behandeling uiteindelijk een beeld van fysieke en emotionele uitputting zal ontstaan, maakt niet dat het advies niet concludent is. Zoals uit het advies namelijk volgt, en door verweerder is bevestigd in het verweerschrift en ter zitting, ziet dit op gevolgen die intreden na afloop van de indicatieve termijn van drie tot zes maanden. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat het al dan niet ontstaan van deze klachten dan ook buiten het toetsingskader valt en niet meegenomen dient te worden in de beoordeling of sprake zal zijn van een medische noodsituatie voor de toepassing van artikel 64 van de Vw, zodat verweerder hierover geen navraag heeft hoeven doen bij BMA. De verwijzing van eiser naar het arrest X in dit kader slaagt dan ook niet. Ook uit de door eiser overgelegde medische stukken volgt niet dat moet worden getwijfeld aan de inhoud van het BMA-advies.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:11976 text/xml public 2026-05-15T15:52:10 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-05-13 NL25.290 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Middelburg Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:11976 text/html public 2026-05-15T15:51:26 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:11976 Rechtbank Den Haag , 13-05-2026 / NL25.290 Artikel 64 van de Vw – BMA-advies voldoende concludent en inzichtelijk – vergewisplicht verweerder – beroep ongegrond RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.290 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser (gemachtigde: mr. N. Vollebergh), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: L.M.F. Verhaegh). Procesverloop Bij besluit van 2 januari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen de afwijzing van de ambtshalve beoordeling om toepassing van artikel 64 van de Vw kennelijk ongegrond verklaard. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De rechtbank heeft het beroep op 22 april 2026 op zitting behandeld in Breda. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, [tolk] als tolk en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank 1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 2003 en de Sierra Leoonse nationaliteit te hebben. Eiser heeft op 5 april 2022 asiel aangevraagd. Verweerder heeft deze aanvraag op 19 januari 2024 afgewezen als ongegrond. Daarbij heeft eiser voorlopig uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw gekregen tot uiterlijk 19 juli 2024. 2. Bij besluit van 4 maart 2024 (het primaire besluit) heeft verweerder ambtshalve besloten om geen toepassing te geven aan artikel 64 van de Vw en aan eiser een terugkeerbesluit uitgevaardigd. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit kennelijk ongegrond verklaard. Verweerder heeft daartoe gewezen op het advies van BMA van 23 februari 2024. Uit dit advies blijkt dat eiser psychische klachten heeft en dat hij hiervoor onder medische behandeling staat. Er wordt door BMA binnen een indicatieve termijn van drie tot zes maanden geen medische noodsituatie verwacht bij het uitblijven van behandeling van eiser. Verweerder heeft gelet hierop geconcludeerd dat eiser niet in aanmerking komt voor toepassing van artikel 64 van de Vw. 3. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij voert aan dat het advies van BMA niet concludent is. BMA stelt in het advies van 23 februari 2024 namelijk zowel dat geen medische noodsituatie is te voorzien, als dat bij uitblijven van een behandeling bij eiser een fysieke en emotionele uitputting zal ontstaan. Daarnaast heeft verweerder niet aan zijn vergewisplicht voldaan. Verweerder heeft nagelaten bij BMA na te gaan wat wordt bedoeld met fysieke en emotionele uitputting, en waarom dit niet kan worden gekwalificeerd als ernstige geestelijke of lichamelijke schade. Eiser verwijst daarbij op het arrest X. Bij een aanvullend beroepschrift van 22 april 2025 heeft eiser een uitdraai van zijn medisch dossier overgelegd. Eiser ondergaat traumabehandeling in de vorm van EMDR. Uit het medisch dossier blijkt volgens eiser dat sprake is van een verhoogd risico op suïcide bij blijvende uitzichtloosheid en dat medische zorg noodzakelijk is. 4. Naar aanleiding van de door eiser op 22 april 2025 overgelegde medische gegevens heeft verweerder BMA verzocht om een aanvullend advies. Op 1 oktober 2025 heeft BMA overwogen dat bij eiser door de tijd heen fluctuerend gedachten aan suïcide zijn (geweest) en dat behandeling heeft geleid tot een beperkte afname van klachten. Hoewel gevoelens over zinloosheid van het bestaan aanwezig blijven en eiser eenmalig tot automutilatie is overgegaan, concludeert BMA dat het alles overziend niet zo is dat eiser bij uitblijven van behandeling binnen drie tot zes maanden zal overlijden of zodanig ontregeld zal geraken dat het zal komen tot gedwongen behandeling en/of opname. 5. In reactie op het aanvullende BMA-advies voert eiser aan dat verweerder nog altijd niet heeft voldaan aan zijn vergewisplicht. Het is onduidelijk waarom BMA meent dat binnen drie tot zes maanden geen sprake zal zijn van overlijden of gedwongen behandeling en/of opname. Eiser heeft verder een recente uitdraai van zijn medisch dossier overgelegd en een brief van GGZ Pro Persona van 3 april 2026. 6. Verweerder heeft hierop BMA gevraagd of de door eiser nieuw ingebrachte stukken afbreuk doen aan de eerdere BMA-adviezen. Op 10 april 2026 heeft BMA geantwoord dat dit niet het geval is. Het juridisch kader 7. Uit artikel 64 van de Vw volgt dat uitzetting achterwege blijft zolang het gelet op de gezondheidstoestand van de vreemdeling niet verantwoord is om te reizen. 8. Op grond van paragraaf A3/7.1 van de Vc verleent verweerder uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw als de vreemdeling medisch gezien niet in staat is om te reizen of als er een reëel risico bestaat op schending van artikel 3 van het EVRM om medische redenen. Van een reëel risico op schending van artikel 3 van het EVRM is volgens dit beleid uitsluitend sprake: - als uit het advies van het BMA blijkt dat het achterwege blijven van de medische behandeling naar alle waarschijnlijkheid zal leiden tot een medische noodsituatie; en - als de noodzakelijke medische behandeling in het land van herkomst of bestending verblijf niet beschikbaar is; of - als in geval de noodzakelijke medische behandeling wel beschikbaar is, gebleken is dat deze aantoonbaar niet toegankelijk is. Onder een medische noodsituatie verstaat verweerder de situatie waarbij de vreemdeling lijdt aan een aandoening, waarvan op basis van de huidige medisch-wetenschappelijke inzichten vaststaat dat het achterwege blijven van behandeling binnen een indicatieve termijn van drie tot zes maanden zal leiden tot overlijden, invaliditeit of een andere vorm van ernstige geestelijke of lichamelijke schade. 9. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling moet verweerder, als hij een BMA-advies aan zijn besluitvorming ten grondslag legt, zich ervan vergewissen dat dit naar wijze van totstandkoming zorgvuldig en naar inhoud inzichtelijk en concludent is. Als aan deze eisen is voldaan, mag verweerder bij zijn beoordeling van een zodanig advies uitgaan, tenzij concrete aanknopingspunten aanwezig zijn voor twijfel aan de juistheid of volledigheid. Het oordeel van de rechtbank 10. De rechtbank is van oordeel dat verweerder aan zijn vergewisplicht heeft voldaan en zijn besluit op het BMA-advies mocht baseren. Het BMA-advies is namelijk zorgvuldig tot stand gekomen en is inhoudelijk inzichtelijk en concludent. Eiser heeft geen contra-expertise ingediend of concrete aanknopingspunten aangevoerd op basis waarvan gegronde twijfel bestaat over de juistheid en volledigheid van het advies. Alle relevante medische gegevens van eiser zijn betrokken bij het advies. Ook heeft verweerder steeds na ontvangst van nieuwe stukken van eiser opnieuw BMA geraadpleegd. BMA heeft geconcludeerd dat de door eiser nader overgelegde stukken geen reden vormen voor een andere conclusie. Dat in het BMA-advies staat dat bij uitblijven van de behandeling uiteindelijk een beeld van fysieke en emotionele uitputting zal ontstaan, maakt niet dat het advies niet concludent is. Zoals uit het advies namelijk volgt, en door verweerder is bevestigd in het verweerschrift en ter zitting, ziet dit op gevolgen die intreden na afloop van de indicatieve termijn van drie tot zes maanden. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat het al dan niet ontstaan van deze klachten dan ook buiten het toetsingskader valt en niet meegenomen dient te worden in de beoordeling of sprake zal zijn van een medische noodsituatie voor de toepassing van artikel 64 van de Vw, zodat verweerder hierover geen navraag heeft hoeven doen bij BMA. De verwijzing van eiser naar het arrest X in dit kader slaagt dan ook niet. Ook uit de door eiser overgelegde medische stukken volgt niet dat moet worden getwijfeld aan de inhoud van het BMA-advies.