Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-02
ECLI:NL:RBDHA:2026:11895
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,849 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:11895 text/xml public 2026-05-15T10:55:17 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-02 C/09/700063 / FA RK 26-1792 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Voorlopige voorziening Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:11895 text/html public 2026-05-15T10:55:02 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:11895 Rechtbank Den Haag , 02-04-2026 / C/09/700063 / FA RK 26-1792 Voorlopige voorzieningen Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 26-1792 Zaaknummer: C/09/700063 Datum beschikking: 2 april 2026 Voorlopige voorzieningen Beschikking op het op 23 februari 2026 ingekomen verzoek van: [de man] , de man, wonende op een voor de rechtbank bekend adres (adres in onderzoek), advocaat: mr. A. Fakiri te ’s-Gravenhage. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de vrouw] , de vrouw, wonende op een voor de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. L.F. Niemantsverdriet-Wensink te ’s-Gravenhage. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift van 23 februari 2026, met bijlagen, van de zijde van de man; het verweerschrift van 18 maart 2026 van de zijde van de vrouw. Op 19 maart 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de man, bijgestaan door zijn advocaat; de vrouw, bijgestaan door haar advocaat; [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad). Feiten De man en de vrouw zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2013 te [plaats] , [land] . Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen: [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats 1] ; [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2022 te [geboorteplaats 2] . De man en de vrouw oefenen gezamenlijk het gezag over de kinderen uit. Verzoek en verweer Het verzoek van de man strekt ertoe dat: een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van de minderjarige kinderen van partijen wordt vastgesteld, inhoudende dat de kinderen, zolang de man niet over zelfstandige woonruimte beschikt, iedere zaterdag van 10:00 uur tot 15:00 uur omgang met de man zullen hebben en vanaf het moment dat de man wel over zelfstandige woonruimte beschikt, eens per veertien dagen bij de man zullen verblijven van vrijdag na school tot zondag 18:00 uur, alsmede gedurende de helft van de schoolvakanties en de helft van de feestdagen, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De vrouw refereert zich ten aanzien van het verzoek van de man tot vaststelling van een voorlopige zorgregeling. Tevens verzoekt de vrouw zelfstandig: te bepalen dat de minderjarige kinderen van partijen aan de vrouw worden toevertrouwd; vanaf de zomervakantie een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van de minderjarige kinderen van partijen vast te stellen, inhoudende dat de kinderen gedurende de ene helft van de tijd bij de man zullen verblijven en de andere helft van de tijd bij de vrouw, met als wisselmoment vrijdagmiddag na school; een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 50,- per maand vast te stellen, met ingang van indiening van het zelfstandig verzoekschrift, telkens bij vooruitbetaling te voldoen. Beoordeling Rechtsmacht en toepasselijk recht De Nederlandse rechter komt in deze voorlopige voorzieningenprocedure rechtsmacht toe en past daarbij Nederlands recht toe. Inhoudelijke beoordeling Voorlopige toevertrouwing De vrouw verzoekt de kinderen voorlopig aan haar toe te vertrouwen. De man heeft op de zitting naar voren gebracht hiermee in te kunnen stemmen. Nu niet gebleken is dat het belang van de kinderen zich daar tegen verzet, zal de rechtbank het verzoek van de vrouw als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen. Voorlopige zorgregeling Op de zitting zijn de man en de vrouw overeengekomen dat de kinderen voorlopig bij de man zijn elke zondag van 10.00 uur tot 15.00 uur, zolang de man nog geen eigen woonruimte heeft. De rechtbank zal aldus bepalen. De man en de vrouw zijn het er niet over eens welke voorlopige zorgregeling moet worden vastgesteld vanaf het moment dat de man over eigen woonruimte beschikt. De man wenst een regeling waarbij de kinderen bij de man zullen verblijven van vrijdag na school tot zondag 18.00 uur, alsmede de helft van de schoolvakanties en de helft van de feestdagen. De vrouw daarentegen wil een co-ouderschapsregeling, waarbij de kinderen week om week bij de man en de vrouw verblijven, met als wisselmoment de vrijdagmiddag na school. De rechtbank overweegt dat op de zitting is gebleken dat de man afhankelijk is van sociale huur en dat onduidelijk is wanneer hij woonruimte toegewezen krijgt en ook op welke plek dit zal zijn. Onduidelijk is dan ook of vanaf dat moment een co-ouderschapsregeling uitgevoerd kan worden en of dit in het belang van de kinderen is. Om die reden zal de rechtbank vanaf het moment dat de man over eigen woonruimte beschikt, zijnde een woonruimte met een woonkamer en minimaal één slaapkamer, een voorlopige regeling vaststellen zoals door de man verzocht. Verwijzing ouderschapsbemiddeling Beide partijen hebben op de zitting aangegeven dat zij – vooruitlopend op de bodemprocedure – in onderling overleg het gesprek met elkaar aan willen gaan. De man en de vrouw hebben op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject ouderschapsbemiddeling. De rechtbank zal partijen doorverwijzen voor deelname aan het ouderschapsbemiddelingstraject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per email verzonden naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan voornoemd traject bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal deze beschikking per post zenden aan Kenniscentrum Kind en Scheiding. De rechtbank verzoekt de uitvoerende hulpverleningsinstantie om de eindrapportage over het verloop van het ouderschapsbemiddelingstraject in te dienen in de bodemprocedure op de hierna vermelde wijze. Als het traject niet heeft geleid tot een positief resultaat dient de instantie de eindrapportage ook tegelijkertijd te zenden aan de Raad. Aan de hand van de eindrapportage zal de Raad bezien of er een onderzoek van de Raad noodzakelijk is. De Raad wordt verzocht binnen twee weken na ontvangst van de eindrapportage de rechtbank hierover te informeren en, indien de Raad onderzoek noodzakelijk acht, dit te verrichten en daarvan bij de rechtbank een rapport in te dienen in de bodemprocedure. De rechtbank verzoekt de Raad dan in ieder geval in het onderzoek te betrekken elke zorgregeling in het belang van de kinderen is. Deze beschikking geldt als voorwaardelijke opdracht aan de Raad om een onderzoek te verrichten voor het geval dat het traject volgens de uitvoerende hulpverleningsinstantie niet positief wordt afgesloten én de Raad dat onderzoek noodzakelijk acht. Kinderalimentatie De vrouw verzoekt vast te stellen dat de man aan de vrouw een bedrag aan kinderalimentatie van € 50,- per maand voor beide kinderen dient te betalen, met ingang van de datum van indiening van het zelfstandig verzoek, zijnde 19 maart 2026. De man heeft geen verweer gevoerd tegen dit verzoek, zodat de rechtbank het verzoek van de vrouw als onweersproken en op de wet gegrond zal toewijzen. Beslissing De rechtbank: * bepaalt dat de kinderen: [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats 1] ; [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2022 te [geboorteplaats 2] .
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:11895 text/xml public 2026-05-15T10:55:17 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-02 C/09/700063 / FA RK 26-1792 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Voorlopige voorziening Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:11895 text/html public 2026-05-15T10:55:02 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:11895 Rechtbank Den Haag , 02-04-2026 / C/09/700063 / FA RK 26-1792 Voorlopige voorzieningen Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 26-1792 Zaaknummer: C/09/700063 Datum beschikking: 2 april 2026 Voorlopige voorzieningen Beschikking op het op 23 februari 2026 ingekomen verzoek van: [de man] , de man, wonende op een voor de rechtbank bekend adres (adres in onderzoek), advocaat: mr. A. Fakiri te ’s-Gravenhage. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de vrouw] , de vrouw, wonende op een voor de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. L.F. Niemantsverdriet-Wensink te ’s-Gravenhage. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift van 23 februari 2026, met bijlagen, van de zijde van de man; het verweerschrift van 18 maart 2026 van de zijde van de vrouw. Op 19 maart 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de man, bijgestaan door zijn advocaat; de vrouw, bijgestaan door haar advocaat; [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad). Feiten De man en de vrouw zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2013 te [plaats] , [land] . Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen: [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats 1] ; [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2022 te [geboorteplaats 2] . De man en de vrouw oefenen gezamenlijk het gezag over de kinderen uit. Verzoek en verweer Het verzoek van de man strekt ertoe dat: een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van de minderjarige kinderen van partijen wordt vastgesteld, inhoudende dat de kinderen, zolang de man niet over zelfstandige woonruimte beschikt, iedere zaterdag van 10:00 uur tot 15:00 uur omgang met de man zullen hebben en vanaf het moment dat de man wel over zelfstandige woonruimte beschikt, eens per veertien dagen bij de man zullen verblijven van vrijdag na school tot zondag 18:00 uur, alsmede gedurende de helft van de schoolvakanties en de helft van de feestdagen, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De vrouw refereert zich ten aanzien van het verzoek van de man tot vaststelling van een voorlopige zorgregeling. Tevens verzoekt de vrouw zelfstandig: te bepalen dat de minderjarige kinderen van partijen aan de vrouw worden toevertrouwd; vanaf de zomervakantie een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van de minderjarige kinderen van partijen vast te stellen, inhoudende dat de kinderen gedurende de ene helft van de tijd bij de man zullen verblijven en de andere helft van de tijd bij de vrouw, met als wisselmoment vrijdagmiddag na school; een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 50,- per maand vast te stellen, met ingang van indiening van het zelfstandig verzoekschrift, telkens bij vooruitbetaling te voldoen. Beoordeling Rechtsmacht en toepasselijk recht De Nederlandse rechter komt in deze voorlopige voorzieningenprocedure rechtsmacht toe en past daarbij Nederlands recht toe. Inhoudelijke beoordeling Voorlopige toevertrouwing De vrouw verzoekt de kinderen voorlopig aan haar toe te vertrouwen. De man heeft op de zitting naar voren gebracht hiermee in te kunnen stemmen. Nu niet gebleken is dat het belang van de kinderen zich daar tegen verzet, zal de rechtbank het verzoek van de vrouw als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen. Voorlopige zorgregeling Op de zitting zijn de man en de vrouw overeengekomen dat de kinderen voorlopig bij de man zijn elke zondag van 10.00 uur tot 15.00 uur, zolang de man nog geen eigen woonruimte heeft. De rechtbank zal aldus bepalen. De man en de vrouw zijn het er niet over eens welke voorlopige zorgregeling moet worden vastgesteld vanaf het moment dat de man over eigen woonruimte beschikt. De man wenst een regeling waarbij de kinderen bij de man zullen verblijven van vrijdag na school tot zondag 18.00 uur, alsmede de helft van de schoolvakanties en de helft van de feestdagen. De vrouw daarentegen wil een co-ouderschapsregeling, waarbij de kinderen week om week bij de man en de vrouw verblijven, met als wisselmoment de vrijdagmiddag na school. De rechtbank overweegt dat op de zitting is gebleken dat de man afhankelijk is van sociale huur en dat onduidelijk is wanneer hij woonruimte toegewezen krijgt en ook op welke plek dit zal zijn. Onduidelijk is dan ook of vanaf dat moment een co-ouderschapsregeling uitgevoerd kan worden en of dit in het belang van de kinderen is. Om die reden zal de rechtbank vanaf het moment dat de man over eigen woonruimte beschikt, zijnde een woonruimte met een woonkamer en minimaal één slaapkamer, een voorlopige regeling vaststellen zoals door de man verzocht. Verwijzing ouderschapsbemiddeling Beide partijen hebben op de zitting aangegeven dat zij – vooruitlopend op de bodemprocedure – in onderling overleg het gesprek met elkaar aan willen gaan. De man en de vrouw hebben op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject ouderschapsbemiddeling. De rechtbank zal partijen doorverwijzen voor deelname aan het ouderschapsbemiddelingstraject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per email verzonden naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan voornoemd traject bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal deze beschikking per post zenden aan Kenniscentrum Kind en Scheiding. De rechtbank verzoekt de uitvoerende hulpverleningsinstantie om de eindrapportage over het verloop van het ouderschapsbemiddelingstraject in te dienen in de bodemprocedure op de hierna vermelde wijze. Als het traject niet heeft geleid tot een positief resultaat dient de instantie de eindrapportage ook tegelijkertijd te zenden aan de Raad. Aan de hand van de eindrapportage zal de Raad bezien of er een onderzoek van de Raad noodzakelijk is. De Raad wordt verzocht binnen twee weken na ontvangst van de eindrapportage de rechtbank hierover te informeren en, indien de Raad onderzoek noodzakelijk acht, dit te verrichten en daarvan bij de rechtbank een rapport in te dienen in de bodemprocedure. De rechtbank verzoekt de Raad dan in ieder geval in het onderzoek te betrekken elke zorgregeling in het belang van de kinderen is. Deze beschikking geldt als voorwaardelijke opdracht aan de Raad om een onderzoek te verrichten voor het geval dat het traject volgens de uitvoerende hulpverleningsinstantie niet positief wordt afgesloten én de Raad dat onderzoek noodzakelijk acht. Kinderalimentatie De vrouw verzoekt vast te stellen dat de man aan de vrouw een bedrag aan kinderalimentatie van € 50,- per maand voor beide kinderen dient te betalen, met ingang van de datum van indiening van het zelfstandig verzoek, zijnde 19 maart 2026. De man heeft geen verweer gevoerd tegen dit verzoek, zodat de rechtbank het verzoek van de vrouw als onweersproken en op de wet gegrond zal toewijzen. Beslissing De rechtbank: * bepaalt dat de kinderen: [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats 1] ; [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2022 te [geboorteplaats 2] .