Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-01
ECLI:NL:RBDHA:2026:11869
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,804 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:11869 text/xml public 2026-05-15T08:32:39 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-01 C/09/701278 / FA RK 26-2499 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:11869 text/html public 2026-05-15T08:31:50 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:11869 Rechtbank Den Haag , 01-04-2026 / C/09/701278 / FA RK 26-2499 Vervangende toestemming vakantie; vervangende toestemming aanvraag paspoort. Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummer: FA RK 26-2499 Zaaknummer: C/09/701278 Datum beschikking: 1 april 2026 Gezagsuitoefening Beschikking op het op 12 maart 2026 ingekomen verzoek van: [de moeder] , de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. S. Salhi te Rijswijk. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de vader] , de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. E.D. Radenovska te Den Haag. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het F9-bericht van de man van 27 maart 2026. Op 30 maart 2026 is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder, bijgestaan door haar advocaat en een tolk; de vader, bijgestaan door zijn advocaat en een tolk. Verzoek en verweer De moeder heeft in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht: ten behoeve van de kinderen aan haar vervangende toestemming te verlenen, die de toestemming van de vader vervangt, voor een reis naar [land 1] , [land 2] , [land 3] en [land 4] in de periode van 24 april 2026 tot en met 10 mei 2026; aan haar vervangende toestemming te verlenen, die de toestemming van de vader vervangt, voor de aanvraag van een Nederlands paspoort ten behoeve van de minderjarige [minderjarige 2] .; een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Feiten - Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2017 tot [datum 2] 2022. - Zij zijn de ouders van de volgende thans nog minderjarige kinderen: - [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2019 te [geboorteplaats] ; - [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2020 te [geboorteplaats] ; - De kinderen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder. - De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit. - Bij vonnis van de voorzieningenrechter in deze rechtbank van 5 december 2024 is de man veroordeeld tot nakoming van de zorgregeling en zijn partijen verwezen naar een traject omgangsbegeleiding. - Bij beschikking van deze rechtbank van 16 april 2025 is aan de moeder vervangende toestemming verleend voor een reis naar en een verblijf in [land 1] met de kinderen in de periode van 25 april 2025 tot en met 5 mei 2025. - Bij beschikking van deze rechtbank van 11 juli 2025 is aan de moeder vervangende toestemming verleend voor een reis naar en een verblijf in [land 1] , [land 2] , [land 3] en [land 4] met de kinderen in de periode van 19 juli 2025 tot en met 31 augustus 2025. Beoordeling Rechtsmacht en toepasselijk recht Nu de gewone verblijfplaats van de minderjarigen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoeken tot vervangende toestemming vakantie en aanvraag van een paspoort. Vervangende toestemming vakantie Artikel 1: 253a eerste en tweede lid BW bepaalt dat in geval van gezamenlijke gezagsuitoefening geschillen tussen de ouders, waaronder ten aanzien van een vakantie, op verzoek van beide of van een van hen aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd en dat de rechtbank een regeling kan vaststellen inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag. De moeder wil in de meivakantie met de kinderen op vakantie naar [land 1] , waar haar zus woont. Het adres van de zus is bij de vader bekend. Van daaruit is zij van plan om dagtrips te maken naar de omringende landen. Zij vraagt daarom ook voor deze landen vervangende toestemming, maar ze heeft hiervoor nog geen concrete plannen. De vader heeft hiertegen verweer gevoerd. Hij wil in de meivakantie ook graag tijd doorbrengen met de kinderen, in het bijzonder omdat hij de kinderen al lange tijd niet of beperkt kan zien. De rechtbank zal het verzoek van de moeder toewijzen, nu niet is gebleken dat het belang van de kinderen zich hiertegen verzet. Voor zover de vader heeft aangegeven dat hij graag tijd met de kinderen wil doorbrengen in de meivakantie, geldt dat de ouders in het kader van een eerdere procedure een traject zijn gestart om het contact opnieuw op te bouwen. Het is daarom in deze procedure niet aan de orde om nu een beslissing te nemen over een verblijf bij de vader tijdens de meivakantie. Paspoort Naar de rechtbank begrijpt verzoekt de moeder de rechtbank vervangende toestemming te verlenen voor het verkrijgen van een reisdocument zoals bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de Paspoortwet. Ingevolge artikel 34, eerste lid, van de Paspoortwet wordt bij een aanvraag door of ten behoeve van een minderjarige een verklaring van toestemming overgelegd van iedere persoon die het gezag uitoefent. Blijkens het tweede lid van voormeld artikel kan, indien bij de gezamenlijke gezagsuitoefening één van de personen die het gezag uitoefent weigert een verklaring van toestemming als bedoeld in het eerste lid af te geven, deze op verzoek van de andere persoon die het gezag uitoefent, worden vervangen door een verklaring van de bevoegde rechter, die alvorens te beslissen een vergelijk tussen beide personen beproeft. Ingevolge het vijfde lid van artikel 34 van de Paspoortwet geeft de rechter onder meer in de in het tweede lid bedoelde gevallen een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt. De moeder voert ter onderbouwing aan dat het verblijfsdocument van [minderjarige 2] is verlopen en dat [minderjarige 2] – zo begrijpt de rechtbank en wordt bevestigd door de Basisregistratie Personen- de Nederlandse nationaliteit heeft, zodat zij voor hem een nieuw, Nederlands paspoort moet aanvragen. Volgens de vader is het verblijfsdocument van [minderjarige 2] niet verlopen. Hij vreest daarnaast dat de moeder met de kinderen naar [land 5] zal vertrekken, als zij over een paspoort voor hen beschikt. De rechtbank zal het verzoek van de moeder toewijzen. Het is in het belang van [minderjarige 2] dat hij beschikt over een geldig identiteitsbewijs. Op de zitting is door de moeder voldoende toegelicht dat het verblijfsdocument van [minderjarige 2] op 23 oktober 2025 is verlopen. Evenmin is gebleken dat er een risico bestaat dat de moeder met de kinderen naar [land 5] zal vertrekken, zodat ook geen bezwaar bestaat tegen de aanvraag van een paspoort. Beslissing De rechtbank: verleent aan de moeder toestemming, die de toestemming van de vader vervangt, voor het reizen naar en verblijven in [land 1] , [land 2] , [land 3] en [land 4] met de minderjarigen: [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2019 te [geboorteplaats] ; [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2020 te [geboorteplaats] ; in de periode van 24 april 2026 tot en met 10 mei 2026; verleent toestemming aan de moeder, die toestemming van de vader vervangt, om ten behoeve van [minderjarige 2] een paspoort aan te vragen; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.B. Boekema als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:11869 text/xml public 2026-05-15T08:32:39 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-01 C/09/701278 / FA RK 26-2499 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:11869 text/html public 2026-05-15T08:31:50 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:11869 Rechtbank Den Haag , 01-04-2026 / C/09/701278 / FA RK 26-2499 Vervangende toestemming vakantie; vervangende toestemming aanvraag paspoort. Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummer: FA RK 26-2499 Zaaknummer: C/09/701278 Datum beschikking: 1 april 2026 Gezagsuitoefening Beschikking op het op 12 maart 2026 ingekomen verzoek van: [de moeder] , de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. S. Salhi te Rijswijk. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de vader] , de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. E.D. Radenovska te Den Haag. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het F9-bericht van de man van 27 maart 2026. Op 30 maart 2026 is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder, bijgestaan door haar advocaat en een tolk; de vader, bijgestaan door zijn advocaat en een tolk. Verzoek en verweer De moeder heeft in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht: ten behoeve van de kinderen aan haar vervangende toestemming te verlenen, die de toestemming van de vader vervangt, voor een reis naar [land 1] , [land 2] , [land 3] en [land 4] in de periode van 24 april 2026 tot en met 10 mei 2026; aan haar vervangende toestemming te verlenen, die de toestemming van de vader vervangt, voor de aanvraag van een Nederlands paspoort ten behoeve van de minderjarige [minderjarige 2] .; een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Feiten - Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2017 tot [datum 2] 2022. - Zij zijn de ouders van de volgende thans nog minderjarige kinderen: - [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2019 te [geboorteplaats] ; - [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2020 te [geboorteplaats] ; - De kinderen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder. - De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit. - Bij vonnis van de voorzieningenrechter in deze rechtbank van 5 december 2024 is de man veroordeeld tot nakoming van de zorgregeling en zijn partijen verwezen naar een traject omgangsbegeleiding. - Bij beschikking van deze rechtbank van 16 april 2025 is aan de moeder vervangende toestemming verleend voor een reis naar en een verblijf in [land 1] met de kinderen in de periode van 25 april 2025 tot en met 5 mei 2025. - Bij beschikking van deze rechtbank van 11 juli 2025 is aan de moeder vervangende toestemming verleend voor een reis naar en een verblijf in [land 1] , [land 2] , [land 3] en [land 4] met de kinderen in de periode van 19 juli 2025 tot en met 31 augustus 2025. Beoordeling Rechtsmacht en toepasselijk recht Nu de gewone verblijfplaats van de minderjarigen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoeken tot vervangende toestemming vakantie en aanvraag van een paspoort. Vervangende toestemming vakantie Artikel 1: 253a eerste en tweede lid BW bepaalt dat in geval van gezamenlijke gezagsuitoefening geschillen tussen de ouders, waaronder ten aanzien van een vakantie, op verzoek van beide of van een van hen aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd en dat de rechtbank een regeling kan vaststellen inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag. De moeder wil in de meivakantie met de kinderen op vakantie naar [land 1] , waar haar zus woont. Het adres van de zus is bij de vader bekend. Van daaruit is zij van plan om dagtrips te maken naar de omringende landen. Zij vraagt daarom ook voor deze landen vervangende toestemming, maar ze heeft hiervoor nog geen concrete plannen. De vader heeft hiertegen verweer gevoerd. Hij wil in de meivakantie ook graag tijd doorbrengen met de kinderen, in het bijzonder omdat hij de kinderen al lange tijd niet of beperkt kan zien. De rechtbank zal het verzoek van de moeder toewijzen, nu niet is gebleken dat het belang van de kinderen zich hiertegen verzet. Voor zover de vader heeft aangegeven dat hij graag tijd met de kinderen wil doorbrengen in de meivakantie, geldt dat de ouders in het kader van een eerdere procedure een traject zijn gestart om het contact opnieuw op te bouwen. Het is daarom in deze procedure niet aan de orde om nu een beslissing te nemen over een verblijf bij de vader tijdens de meivakantie. Paspoort Naar de rechtbank begrijpt verzoekt de moeder de rechtbank vervangende toestemming te verlenen voor het verkrijgen van een reisdocument zoals bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de Paspoortwet. Ingevolge artikel 34, eerste lid, van de Paspoortwet wordt bij een aanvraag door of ten behoeve van een minderjarige een verklaring van toestemming overgelegd van iedere persoon die het gezag uitoefent. Blijkens het tweede lid van voormeld artikel kan, indien bij de gezamenlijke gezagsuitoefening één van de personen die het gezag uitoefent weigert een verklaring van toestemming als bedoeld in het eerste lid af te geven, deze op verzoek van de andere persoon die het gezag uitoefent, worden vervangen door een verklaring van de bevoegde rechter, die alvorens te beslissen een vergelijk tussen beide personen beproeft. Ingevolge het vijfde lid van artikel 34 van de Paspoortwet geeft de rechter onder meer in de in het tweede lid bedoelde gevallen een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt. De moeder voert ter onderbouwing aan dat het verblijfsdocument van [minderjarige 2] is verlopen en dat [minderjarige 2] – zo begrijpt de rechtbank en wordt bevestigd door de Basisregistratie Personen- de Nederlandse nationaliteit heeft, zodat zij voor hem een nieuw, Nederlands paspoort moet aanvragen. Volgens de vader is het verblijfsdocument van [minderjarige 2] niet verlopen. Hij vreest daarnaast dat de moeder met de kinderen naar [land 5] zal vertrekken, als zij over een paspoort voor hen beschikt. De rechtbank zal het verzoek van de moeder toewijzen. Het is in het belang van [minderjarige 2] dat hij beschikt over een geldig identiteitsbewijs. Op de zitting is door de moeder voldoende toegelicht dat het verblijfsdocument van [minderjarige 2] op 23 oktober 2025 is verlopen. Evenmin is gebleken dat er een risico bestaat dat de moeder met de kinderen naar [land 5] zal vertrekken, zodat ook geen bezwaar bestaat tegen de aanvraag van een paspoort. Beslissing De rechtbank: verleent aan de moeder toestemming, die de toestemming van de vader vervangt, voor het reizen naar en verblijven in [land 1] , [land 2] , [land 3] en [land 4] met de minderjarigen: [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2019 te [geboorteplaats] ; [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2020 te [geboorteplaats] ; in de periode van 24 april 2026 tot en met 10 mei 2026; verleent toestemming aan de moeder, die toestemming van de vader vervangt, om ten behoeve van [minderjarige 2] een paspoort aan te vragen; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.B. Boekema als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026.