Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-03-31
ECLI:NL:RBDHA:2026:11343
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,440 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:11343 text/xml public 2026-05-11T09:11:14 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-31 C/09/683843 / FA RK 25-2923 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:11343 text/html public 2026-05-11T09:08:33 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:11343 Rechtbank Den Haag , 31-03-2026 / C/09/683843 / FA RK 25-2923 Gezag Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 25-2923 Zaaknummer: C/09/683843 Datum beschikking: 31 maart 2026 Gezag Beschikking op het op 9 april 2025 ingekomen verzoek van: [de moeder] , de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. M.W. Kuiper in ’s-Gravenhage. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de vader] , de vader, als niet ingezetene ingeschreven in de Registratie Niet Ingezetenen (RNI), geëmigreerd op [datum 1] 2025. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift, met bijlagen, namens de moeder. Op 3 maart 2026 is de zaak op zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder met haar advocaat. De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hun mening over het verzoek gegeven in een gesprek met de rechter. Feiten - De vader en de moeder zijn gehuwd geweest van [datum 2] 2005 tot [datum 3] 2018. - Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen: [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2008 in [geboorteplaats 1] ; [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [geboorteplaats 1] . - De kinderen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder. - De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit. Verzoek en verweer De moeder verzoekt te bepalen dat haar voortaan alleen het gezag over de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] toekomt, voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De vader heeft geen verweer gevoerd. Beoordeling Wettelijk kader Volgens artikel 1:253n lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen het gezamenlijk gezag dat is ontstaan tijdens hun huwelijk beëindigen, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. Op grond van lid 2 van dit artikel zijn de gronden van artikel 1:251a lid 1 BW, van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan daarom worden beëindigd, indien: (a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of (b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. Inhoudelijke beoordeling De rechtbank zal de moeder belasten met het eenhoofdig gezag over de kinderen. Daarvoor heeft de rechtbank de volgende redenen. Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken is gebleken dat het contact tussen de ouders heel beperkt is. Als gevolg daarvan loopt de moeder er in de praktijk tegenaan dat gezagsbeslissingen niet met de daarvoor benodigde voortvarendheid kunnen worden genomen. Zo kon een reis van [minderjarige 1] bijna niet doorgaan doordat de vader hier geen toestemming voor gaf en kwam hulp voor [minderjarige 2] bij de Opvoedpoli met vertraging op gang omdat toestemming van de vader ontbrak. Gebleken is dat de kinderen gebukt gaan onder deze situatie en teleurgesteld zijn in de opstelling van de vader. De vader heeft al geruime tijd geen contact meer met [minderjarige 1] en hij heeft maar af en toe contact met [minderjarige 2] . De vader is nauwelijks op de hoogte van wat er in zich in het leven van de kinderen afspeelt waardoor hij niet of nauwelijks in staat kan worden geacht om weloverwogen beslissingen in het belang van de kinderen te kunnen nemen of daarover mee te denken. De vader heeft bovendien via whatsapp aan de moeder laten weten dat hij zich neerlegt bij het eenhoofdig gezag van de moeder. De rechtbank is van oordeel dat het, gelet op deze situatie, in het belang van de kinderen noodzakelijk is dat het gezag wordt gewijzigd, zodat de moeder gezagsbeslissingen voortaan zelfstandig kan nemen. De rechtbank zal daarom het verzoek van de moeder toewijzen. Beslissing De rechtbank bepaalt dat voortaan alleen [de moeder] , geboren op [geboortedatum 3] 1978 in [geboorteplaats 2] , het gezag zal toekomen over de minderjarigen: [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2008 in [geboorteplaats 1] ; [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [geboorteplaats 1] ; en verklaart deze gezagsvoorziening uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, kinderrechter, bijgestaan door mr. C.A.E. de Koning als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 31 maart 2026.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:11343 text/xml public 2026-05-11T09:11:14 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-31 C/09/683843 / FA RK 25-2923 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:11343 text/html public 2026-05-11T09:08:33 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:11343 Rechtbank Den Haag , 31-03-2026 / C/09/683843 / FA RK 25-2923 Gezag Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 25-2923 Zaaknummer: C/09/683843 Datum beschikking: 31 maart 2026 Gezag Beschikking op het op 9 april 2025 ingekomen verzoek van: [de moeder] , de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. M.W. Kuiper in ’s-Gravenhage. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de vader] , de vader, als niet ingezetene ingeschreven in de Registratie Niet Ingezetenen (RNI), geëmigreerd op [datum 1] 2025. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift, met bijlagen, namens de moeder. Op 3 maart 2026 is de zaak op zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder met haar advocaat. De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hun mening over het verzoek gegeven in een gesprek met de rechter. Feiten - De vader en de moeder zijn gehuwd geweest van [datum 2] 2005 tot [datum 3] 2018. - Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen: [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2008 in [geboorteplaats 1] ; [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [geboorteplaats 1] . - De kinderen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder. - De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit. Verzoek en verweer De moeder verzoekt te bepalen dat haar voortaan alleen het gezag over de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] toekomt, voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De vader heeft geen verweer gevoerd. Beoordeling Wettelijk kader Volgens artikel 1:253n lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen het gezamenlijk gezag dat is ontstaan tijdens hun huwelijk beëindigen, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. Op grond van lid 2 van dit artikel zijn de gronden van artikel 1:251a lid 1 BW, van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan daarom worden beëindigd, indien: (a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of (b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. Inhoudelijke beoordeling De rechtbank zal de moeder belasten met het eenhoofdig gezag over de kinderen. Daarvoor heeft de rechtbank de volgende redenen. Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken is gebleken dat het contact tussen de ouders heel beperkt is. Als gevolg daarvan loopt de moeder er in de praktijk tegenaan dat gezagsbeslissingen niet met de daarvoor benodigde voortvarendheid kunnen worden genomen. Zo kon een reis van [minderjarige 1] bijna niet doorgaan doordat de vader hier geen toestemming voor gaf en kwam hulp voor [minderjarige 2] bij de Opvoedpoli met vertraging op gang omdat toestemming van de vader ontbrak. Gebleken is dat de kinderen gebukt gaan onder deze situatie en teleurgesteld zijn in de opstelling van de vader. De vader heeft al geruime tijd geen contact meer met [minderjarige 1] en hij heeft maar af en toe contact met [minderjarige 2] . De vader is nauwelijks op de hoogte van wat er in zich in het leven van de kinderen afspeelt waardoor hij niet of nauwelijks in staat kan worden geacht om weloverwogen beslissingen in het belang van de kinderen te kunnen nemen of daarover mee te denken. De vader heeft bovendien via whatsapp aan de moeder laten weten dat hij zich neerlegt bij het eenhoofdig gezag van de moeder. De rechtbank is van oordeel dat het, gelet op deze situatie, in het belang van de kinderen noodzakelijk is dat het gezag wordt gewijzigd, zodat de moeder gezagsbeslissingen voortaan zelfstandig kan nemen. De rechtbank zal daarom het verzoek van de moeder toewijzen. Beslissing De rechtbank bepaalt dat voortaan alleen [de moeder] , geboren op [geboortedatum 3] 1978 in [geboorteplaats 2] , het gezag zal toekomen over de minderjarigen: [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2008 in [geboorteplaats 1] ; [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [geboorteplaats 1] ; en verklaart deze gezagsvoorziening uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, kinderrechter, bijgestaan door mr. C.A.E. de Koning als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 31 maart 2026.