Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-14
ECLI:NL:RBDHA:2026:10825
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,517 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10825 text/xml public 2026-05-20T12:18:00 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-14 NL25.28170 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10825 text/html public 2026-05-20T12:17:27 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10825 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL25.28170 Beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod, beroep ongegrond. De rechtbank ziet in eisers stelling dat het bestreden besluit in strijd is met de wet, de vermelde verdragsbepalingen en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, geen aanleiding om het bestreden besluit te vernietigen. Verder is niet gebleken dat eiser rechtmatig verblijf heeft in Nederland. RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL25.28170 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. L. Leenders), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. D. Gigengack). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het aan hem opgelegde terugkeerbesluit en het tegen hem uitgevaardigde inreisverbod. 1.1. Met het bestreden besluit van 16 juni 2025 heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd en een inreisverbod voor de duur van twee jaar tegen hem uitgevaardigd. 1.2. Eiser heeft tegen dit bestreden besluit beroep ingesteld bij de rechtbank. 1.3. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.4. De rechtbank heeft het beroep op 1 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft alleen de gemachtigde van verweerder deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde zijn zonder voorafgaand bericht niet verschenen . Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? 2. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1977 en heeft de Colombiaanse nationaliteit. 2.1. Verweerder heeft eiser een terugkeerbesluit opgelegd en een inreisverbod voor de duur van twee jaar tegen hem uitgevaardigd, omdat eiser geen rechtmatig verblijf heeft. Wat vindt eiser in beroep? 3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Allereerst voert eiser aan dat het bestreden besluit in strijd is met de wet, de vermelde verdragsbepalingen en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Ten tweede is het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand gekomen omdat verweerder eisers belangen onvoldoende heeft betrokken. Zo is eiser naar Nederland gekomen uit noodzaak, omdat hij in Colombia schulden heeft en hierdoor ernstig wordt bedreigd. Wat is het oordeel van de rechtbank? 4. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hieronder motiveert de rechtbank hoe zij tot dit oordeel is gekomen. 5. Allereerst ziet de rechtbank in eisers stelling dat het bestreden besluit in strijd is met de wet, de vermelde verdragsbepalingen en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, geen aanleiding om het bestreden besluit te vernietigen. Uit deze algemene stelling kan de rechtbank namelijk niet afleiden waarom eiser van mening is dat het bestreden besluit onjuist is. 6. Verder is de rechtbank met verweerder van oordeel dat niet is gebleken dat eiser rechtmatig verblijf heeft in Nederland. Verweerder was dan ook gehouden om aan hem een terugkeerbesluit op te leggen. Verder volgt de rechtbank verweerder in het standpunt dat eiser geen bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan verweerder van het opleggen van een terugkeerbesluit had moeten afzien. Eiser heeft zijn stelling dat hij in Colombia schulden heeft gemaakt en daardoor ernstig wordt bedreigd niet met stukken onderbouwd. Daarbij is van belang dat eiser heeft aangegeven dat hij geen asiel wil aanvragen in Nederland. Conclusie en gevolgen 7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. 8. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M.A. Vinken, rechter, in aanwezigheid van mr. J.F. Elzenaar, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. De griffier heeft op het tijdstip van de zitting tweemaal tevergeefs geprobeerd telefonisch contact te krijgen met de gemachtigde van eiser. Zie pagina 4 van het proces-verbaal van het gehoor van 16 juni 2025.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10825 text/xml public 2026-05-20T12:18:00 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-14 NL25.28170 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10825 text/html public 2026-05-20T12:17:27 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10825 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL25.28170 Beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod, beroep ongegrond. De rechtbank ziet in eisers stelling dat het bestreden besluit in strijd is met de wet, de vermelde verdragsbepalingen en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, geen aanleiding om het bestreden besluit te vernietigen. Verder is niet gebleken dat eiser rechtmatig verblijf heeft in Nederland. RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL25.28170 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. L. Leenders), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. D. Gigengack). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het aan hem opgelegde terugkeerbesluit en het tegen hem uitgevaardigde inreisverbod. 1.1. Met het bestreden besluit van 16 juni 2025 heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd en een inreisverbod voor de duur van twee jaar tegen hem uitgevaardigd. 1.2. Eiser heeft tegen dit bestreden besluit beroep ingesteld bij de rechtbank. 1.3. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.4. De rechtbank heeft het beroep op 1 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft alleen de gemachtigde van verweerder deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde zijn zonder voorafgaand bericht niet verschenen . Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? 2. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1977 en heeft de Colombiaanse nationaliteit. 2.1. Verweerder heeft eiser een terugkeerbesluit opgelegd en een inreisverbod voor de duur van twee jaar tegen hem uitgevaardigd, omdat eiser geen rechtmatig verblijf heeft. Wat vindt eiser in beroep? 3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Allereerst voert eiser aan dat het bestreden besluit in strijd is met de wet, de vermelde verdragsbepalingen en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Ten tweede is het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand gekomen omdat verweerder eisers belangen onvoldoende heeft betrokken. Zo is eiser naar Nederland gekomen uit noodzaak, omdat hij in Colombia schulden heeft en hierdoor ernstig wordt bedreigd. Wat is het oordeel van de rechtbank? 4. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hieronder motiveert de rechtbank hoe zij tot dit oordeel is gekomen. 5. Allereerst ziet de rechtbank in eisers stelling dat het bestreden besluit in strijd is met de wet, de vermelde verdragsbepalingen en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, geen aanleiding om het bestreden besluit te vernietigen. Uit deze algemene stelling kan de rechtbank namelijk niet afleiden waarom eiser van mening is dat het bestreden besluit onjuist is. 6. Verder is de rechtbank met verweerder van oordeel dat niet is gebleken dat eiser rechtmatig verblijf heeft in Nederland. Verweerder was dan ook gehouden om aan hem een terugkeerbesluit op te leggen. Verder volgt de rechtbank verweerder in het standpunt dat eiser geen bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan verweerder van het opleggen van een terugkeerbesluit had moeten afzien. Eiser heeft zijn stelling dat hij in Colombia schulden heeft gemaakt en daardoor ernstig wordt bedreigd niet met stukken onderbouwd. Daarbij is van belang dat eiser heeft aangegeven dat hij geen asiel wil aanvragen in Nederland. Conclusie en gevolgen 7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. 8. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M.A. Vinken, rechter, in aanwezigheid van mr. J.F. Elzenaar, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. De griffier heeft op het tijdstip van de zitting tweemaal tevergeefs geprobeerd telefonisch contact te krijgen met de gemachtigde van eiser. Zie pagina 4 van het proces-verbaal van het gehoor van 16 juni 2025.