Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-05-06
ECLI:NL:RBDHA:2026:10623
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
1,415 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10623 text/xml public 2026-05-06T11:22:49 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-05-06 NL25.37366 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Groningen Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10623 text/html public 2026-05-06T11:21:42 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10623 Rechtbank Den Haag , 06-05-2026 / NL25.37366 Voorlopige voorziening. Afgewezen. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL25.37366 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam], verzoeker, geboren op [geboortedatum], van Kameroense nationaliteit, V-nummer: [v-nummer] (gemachtigde: mr. A.J. de Boer), en de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. C. Stoute). Samenvatting 1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het opleggen van een terugkeerbesluit naar Kameroen. 1.1. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. De minister heeft aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. 2.1. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van de beroepszaak (NL25.37364), op 30 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, een tolk en de gemachtigde van de minister. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten. Beoordeling door de voorzieningenrechter 3. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan het beroep van verzoeker en het beroep gegrond verklaard en daarbij de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand gelaten. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. 3.1. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter de minister wel in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1). Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. V. Vegter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10623 text/xml public 2026-05-06T11:22:49 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-05-06 NL25.37366 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Groningen Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10623 text/html public 2026-05-06T11:21:42 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10623 Rechtbank Den Haag , 06-05-2026 / NL25.37366 Voorlopige voorziening. Afgewezen. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL25.37366 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam], verzoeker, geboren op [geboortedatum], van Kameroense nationaliteit, V-nummer: [v-nummer] (gemachtigde: mr. A.J. de Boer), en de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. C. Stoute). Samenvatting 1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het opleggen van een terugkeerbesluit naar Kameroen. 1.1. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. De minister heeft aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. 2.1. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van de beroepszaak (NL25.37364), op 30 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, een tolk en de gemachtigde van de minister. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten. Beoordeling door de voorzieningenrechter 3. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan het beroep van verzoeker en het beroep gegrond verklaard en daarbij de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand gelaten. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. 3.1. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter de minister wel in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1). Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. V. Vegter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.