Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-05-04
ECLI:NL:RBDHA:2026:10559
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
1,005 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10559 text/xml public 2026-05-04T22:33:31 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-05-04 NL26.2947 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Groningen Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10559 text/html public 2026-05-04T22:32:08 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10559 Rechtbank Den Haag , 04-05-2026 / NL26.2947 Dublin plakvovo. Vovo afgewezen. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL26.2947 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam], verzoeker, V-nummer: [v-nummer:], (gemachtigde: mr. H.A. Limonard), en de minister van Asiel en Migratie, de minister. Inleiding 1. De minister heeft op 16 januari 2026 de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. 1.1. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. 1.2. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting. Beoordeling door de voorzieningenrechter 2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. 3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Strating, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Dit beroep staat geregistreerd onder zaaknummer: NL26.2946. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10559 text/xml public 2026-05-04T22:33:31 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-05-04 NL26.2947 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Groningen Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10559 text/html public 2026-05-04T22:32:08 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10559 Rechtbank Den Haag , 04-05-2026 / NL26.2947 Dublin plakvovo. Vovo afgewezen. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL26.2947 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam], verzoeker, V-nummer: [v-nummer:], (gemachtigde: mr. H.A. Limonard), en de minister van Asiel en Migratie, de minister. Inleiding 1. De minister heeft op 16 januari 2026 de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. 1.1. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. 1.2. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting. Beoordeling door de voorzieningenrechter 2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. 3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Strating, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Dit beroep staat geregistreerd onder zaaknummer: NL26.2946. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.