Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-05-04
ECLI:NL:RBDHA:2026:10550
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Vereenvoudigde behandeling
1,521 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10550 text/xml public 2026-05-04T16:20:19 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-05-04 NL26.20080 Uitspraak Vereenvoudigde behandeling NL Groningen Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10550 text/html public 2026-05-04T16:19:22 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10550 Rechtbank Den Haag , 04-05-2026 / NL26.20080 BNT asiel, n-o RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL26.20080 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], V-nummer: [nummer] mede namens de minderjarigen: [naam], V-nummer: [nummer], [naam], V-nummer: [nummer], [naam], V-nummer: [nummer], gezamenlijk: eisers (gemachtigde: mr. M.R. Verdoner), en de minister van Asiel en Migratie, de minister. Inleiding 1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eisers op 10 april 2026 hebben ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 13 juni 2025. 1.1 De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. Beoordeling door de rechtbank 2. Eisers hebben op 29 maart 2026 het eerste beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag ingediend. Op 21 april 2026 heeft deze rechtbank en zittingsplaats uitspraak het beroep van eiser gegrond verklaard en daarbij de minister opgedragen binnen zestien weken een besluit op de aanvraag bekend te maken. 3. Op 10 april 2026 hebben eisers nogmaals een beroep tegen het niet tijdig beslissen op dezelfde asielaanvraag ingediend. Deze uitspraak gaat over dat beroep. 4. De rechtbank dient ambtshalve te beoordelen of eisers procesbelang hebben bij een beoordeling van hun tweede beroep. Naar het oordeel van de rechtbank ontbreekt dit procesbelang. Ten tijde van het instellen van dit beroep liep er immers nog een eerste beroep wegens het niet tijdig beslissen op de aanvraag 13 juni 2025. Aangezien de rechtbank niet twee keer kan beslissen op een beroep gericht tegen hetzelfde niet tijdig nemen van een besluit dat hetzelfde doel dient, hebben eisers geen belang met hun tweede beroep. Conclusie en gevolgen 5. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. 6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van A.W. Landman, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). NL26.17389.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10550 text/xml public 2026-05-04T16:20:19 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-05-04 NL26.20080 Uitspraak Vereenvoudigde behandeling NL Groningen Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10550 text/html public 2026-05-04T16:19:22 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10550 Rechtbank Den Haag , 04-05-2026 / NL26.20080 BNT asiel, n-o RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL26.20080 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], V-nummer: [nummer] mede namens de minderjarigen: [naam], V-nummer: [nummer], [naam], V-nummer: [nummer], [naam], V-nummer: [nummer], gezamenlijk: eisers (gemachtigde: mr. M.R. Verdoner), en de minister van Asiel en Migratie, de minister. Inleiding 1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eisers op 10 april 2026 hebben ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 13 juni 2025. 1.1 De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. Beoordeling door de rechtbank 2. Eisers hebben op 29 maart 2026 het eerste beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag ingediend. Op 21 april 2026 heeft deze rechtbank en zittingsplaats uitspraak het beroep van eiser gegrond verklaard en daarbij de minister opgedragen binnen zestien weken een besluit op de aanvraag bekend te maken. 3. Op 10 april 2026 hebben eisers nogmaals een beroep tegen het niet tijdig beslissen op dezelfde asielaanvraag ingediend. Deze uitspraak gaat over dat beroep. 4. De rechtbank dient ambtshalve te beoordelen of eisers procesbelang hebben bij een beoordeling van hun tweede beroep. Naar het oordeel van de rechtbank ontbreekt dit procesbelang. Ten tijde van het instellen van dit beroep liep er immers nog een eerste beroep wegens het niet tijdig beslissen op de aanvraag 13 juni 2025. Aangezien de rechtbank niet twee keer kan beslissen op een beroep gericht tegen hetzelfde niet tijdig nemen van een besluit dat hetzelfde doel dient, hebben eisers geen belang met hun tweede beroep. Conclusie en gevolgen 5. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. 6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van A.W. Landman, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). NL26.17389.