Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-23
ECLI:NL:RBDHA:2026:10518
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,072 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10518 text/xml public 2026-05-19T13:08:46 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-23 C/09/703611 / FA RK 26-3906 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10518 text/html public 2026-05-19T13:08:36 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10518 Rechtbank Den Haag , 23-04-2026 / C/09/703611 / FA RK 26-3906 Wijziging van de machtiging tot het verlenen van verplichte zorg. Toevoeging van 'insluiten' en 'uitoefenen van toezicht op betrokkene'. RECHTBANK DEN HAAG Team Jeugd- en Zorgrecht Zaak-/rekestnr.: C/09/703611 / FA RK 26-3906 Datum beschikking: 23 april 2026 Wijziging van de machtiging tot het verlenen van verplichte zorg Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het wijzigen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 8:12 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van: [betrokkene] , hierna te noemen: betrokkene, geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] , thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] te [plaats] , advocaat: mr. I.G.M. van Gorkum te Den Haag. Procesverloop Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 20 april 2026, heeft de officier van justitie verzocht om wijziging van de zorgmachtiging, zoals die op 13 april 2026 ten aanzien van betrokkene is afgegeven. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: - de beslissing tot het verlenen van tijdelijke verplichte zorg in een noodsituatie d.d. 17 april 2026; - een aanvraag tot wijziging van de zorgmachtiging aan de geneesheer-directeur van 17 april 2026 door [zorgverantwoordelijke] , zorgverantwoordelijke; - een aanvraag aan de officier van justitie van 20 april 2026 door de geneesheer-directeur; - een zorgplan ( [zorgplan 1] ) van 30 maart 2026; - een aanvullend zorgplan ( [zorgplan 2] ) van 30 maart 2026; - de medische verklaring van 9 april 2026 van [naam 1] . - een aanvullende medische verklaring van 17 april 2026 van [naam 2] . De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 23 april 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord: - betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat; - de arts, [arts] ; - de curator, [curator] . - de verpleegkundige, [verpleegkundige] . Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord. Standpunten ter zitting Betrokkene heeft verklaard het niet eens te zijn met de wijziging van de zorgmachtiging en met de reeds ingezette noodzorg. Hij heeft lang in de extra beveiligde kamer gezeten, mocht maar minimaal naar buiten en kreeg pas na een paar dagen een warme maaltijd. Betrokkene wil juist meer vrijheden. De advocaat van betrokkene heeft daarom namens betrokkene verzocht om afwijzing van het verzoek. De arts heeft verklaard dat de noodzaak tot het inzetten van ‘insluiten’ en ‘uitoefenen van toezicht’ voorzienbaar blijft. Betrokkene heeft een zeer beperkt ziektebesef en -inzicht en ondanks inspanningen en medicatie is er nog steeds sprake van een psychotisch toestandsbeeld met mogelijk manische componenten. Voortvloeiend uit het toestandsbeeld van betrokkene zijn er bijzondere gedragingen zoals oninvoelbaarheid en het snel moduleren in contact. Betrokkene wordt door medepatiënten en medewerkers als dreigend ervaren. Er is slechts een zeer beperkte samenwerking met hem mogelijk. Om de veiligheid van medepatiënten en medewerkers en die van hemzelf te garanderen is hij op 14 april ingesloten. Hoewel betrokkene iets rustiger is sinds zijn terugkeer op de afdeling, is het voorzienbaar binnen de termijn van de zorgmachtiging dat de maatregelen opnieuw nodig zullen zijn. De verpleegkundige heeft verklaard dat betrokkene botste met medepatiënten, waarna hij is overgeplaatst naar de extra beveiligde kamer. Daardoor heeft hij waarschijnlijk minder triggers en meer rust gekregen. Op de afdeling wordt nog een psychotisch beeld waargenomen wat hem onvoorspelbaar maakt. De curator heeft verklaard de waarnemingen van de zorgverleners te herkennen en het eens te zijn met de wijziging van de zorgmachtiging. Beoordeling Ten aanzien van betrokkene is op 13 april 2026 een zorgmachtiging afgegeven. Uit de aanvraag van de zorgverantwoordelijke, die door de geneesheer-directeur is ingediend vergezeld van zijn advies hierover, blijkt dat de in deze zorgmachtiging genoemde vormen van verplichte zorg niet (langer) volstaan, waardoor er sprake is van een (dreigende) noodsituatie als bedoeld in artikel 8:11 Wvggz. Betrokkene is vanwege zijn (manisch) psychotisch toestandsbeeld niet in staat om zijn gedrag te reguleren. De medicatie die hij krijgt werkt nog onvoldoende. Op 14 april 2026 werd hij ingesloten met bijhorend cameratoezicht vanwege verbale agressie en het veroorzaken van overlast voor medecliënten door te treiteren, te schelden en te schreeuwen. Hierbij was sprake van een luidruchtige, afwerende, geladen houding, en een oninvoelbare indruk. Het ontbrak aan samenwerking in contact met het verpleegkundig personeel. Teneinde deze noodsituatie af te wenden heeft de zorgverantwoordelijke, bij wijze van tijdelijke maatregel, de volgende vormen van verplichte zorg toegepast: - insluiten; - uitoefenen van toezicht op betrokkene. Gebleken is dat deze vormen van zorg, die niet zijn opgenomen in de zorgmachtiging, ook na verloop van drie dagen moeten worden voortgezet. De rechtbank overweegt dat ondanks de inzet van medicatie, het psychotische toestandsbeeld van betrokkene persisteert. Ook zijn afdelingsontregelende gedragingen zijn onverminderd aanwezig. Nu de toegestane vormen van verplichte zorg onvoldoende effect blijken te sorteren, is wijziging van de zorgmachtiging noodzakelijk om verder ernstig nadeel te voorkomen. Betrokkene verzet zich tegen deze aanvullende vormen van verplichte zorg. Betrokkene is het niet eens met de mogelijkheid tot insluiten en het uitoefenen van toezicht. Gebleken is echter dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn die hetzelfde met de zorgmachtiging beoogde effect hebben. De voorgestelde gewijzigde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief en veilig. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van deze zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Gelet op het voorgaande is met de voorgestelde wijziging voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Het verzoek zal dan ook worden toegewezen tot 13 oktober 2026, aldus dat de vormen van verplichte zorg worden uitgebreid met: - insluiten; - uitoefenen van toezicht op betrokkene. Hierdoor omvat de zorgmachtiging nu de volgende vormen van verplichte zorg: - toedienen van medicatie; - verrichten medische controles; - beperken van de bewegingsvrijheid; - insluiten; - uitoefenen van toezicht op betrokkene; - onderzoek aan kleding of lichaam; - onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen; - controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen; - aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen; - opnemen in een accommodatie. Beslissing De rechtbank: wijzigt de op 13 april 2026 verleende zorgmachtiging ten aanzien van: [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] , inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen: - insluiten; - uitoefenen van toezicht op betrokkene. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 oktober 2026. Deze beschikking is gegeven door mr. E.C.M. Bouman, rechter, bijgestaan door mr. M.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10518 text/xml public 2026-05-19T13:08:46 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-23 C/09/703611 / FA RK 26-3906 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10518 text/html public 2026-05-19T13:08:36 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10518 Rechtbank Den Haag , 23-04-2026 / C/09/703611 / FA RK 26-3906 Wijziging van de machtiging tot het verlenen van verplichte zorg. Toevoeging van 'insluiten' en 'uitoefenen van toezicht op betrokkene'. RECHTBANK DEN HAAG Team Jeugd- en Zorgrecht Zaak-/rekestnr.: C/09/703611 / FA RK 26-3906 Datum beschikking: 23 april 2026 Wijziging van de machtiging tot het verlenen van verplichte zorg Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het wijzigen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 8:12 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van: [betrokkene] , hierna te noemen: betrokkene, geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] , thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] te [plaats] , advocaat: mr. I.G.M. van Gorkum te Den Haag. Procesverloop Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 20 april 2026, heeft de officier van justitie verzocht om wijziging van de zorgmachtiging, zoals die op 13 april 2026 ten aanzien van betrokkene is afgegeven. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: - de beslissing tot het verlenen van tijdelijke verplichte zorg in een noodsituatie d.d. 17 april 2026; - een aanvraag tot wijziging van de zorgmachtiging aan de geneesheer-directeur van 17 april 2026 door [zorgverantwoordelijke] , zorgverantwoordelijke; - een aanvraag aan de officier van justitie van 20 april 2026 door de geneesheer-directeur; - een zorgplan ( [zorgplan 1] ) van 30 maart 2026; - een aanvullend zorgplan ( [zorgplan 2] ) van 30 maart 2026; - de medische verklaring van 9 april 2026 van [naam 1] . - een aanvullende medische verklaring van 17 april 2026 van [naam 2] . De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 23 april 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord: - betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat; - de arts, [arts] ; - de curator, [curator] . - de verpleegkundige, [verpleegkundige] . Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord. Standpunten ter zitting Betrokkene heeft verklaard het niet eens te zijn met de wijziging van de zorgmachtiging en met de reeds ingezette noodzorg. Hij heeft lang in de extra beveiligde kamer gezeten, mocht maar minimaal naar buiten en kreeg pas na een paar dagen een warme maaltijd. Betrokkene wil juist meer vrijheden. De advocaat van betrokkene heeft daarom namens betrokkene verzocht om afwijzing van het verzoek. De arts heeft verklaard dat de noodzaak tot het inzetten van ‘insluiten’ en ‘uitoefenen van toezicht’ voorzienbaar blijft. Betrokkene heeft een zeer beperkt ziektebesef en -inzicht en ondanks inspanningen en medicatie is er nog steeds sprake van een psychotisch toestandsbeeld met mogelijk manische componenten. Voortvloeiend uit het toestandsbeeld van betrokkene zijn er bijzondere gedragingen zoals oninvoelbaarheid en het snel moduleren in contact. Betrokkene wordt door medepatiënten en medewerkers als dreigend ervaren. Er is slechts een zeer beperkte samenwerking met hem mogelijk. Om de veiligheid van medepatiënten en medewerkers en die van hemzelf te garanderen is hij op 14 april ingesloten. Hoewel betrokkene iets rustiger is sinds zijn terugkeer op de afdeling, is het voorzienbaar binnen de termijn van de zorgmachtiging dat de maatregelen opnieuw nodig zullen zijn. De verpleegkundige heeft verklaard dat betrokkene botste met medepatiënten, waarna hij is overgeplaatst naar de extra beveiligde kamer. Daardoor heeft hij waarschijnlijk minder triggers en meer rust gekregen. Op de afdeling wordt nog een psychotisch beeld waargenomen wat hem onvoorspelbaar maakt. De curator heeft verklaard de waarnemingen van de zorgverleners te herkennen en het eens te zijn met de wijziging van de zorgmachtiging. Beoordeling Ten aanzien van betrokkene is op 13 april 2026 een zorgmachtiging afgegeven. Uit de aanvraag van de zorgverantwoordelijke, die door de geneesheer-directeur is ingediend vergezeld van zijn advies hierover, blijkt dat de in deze zorgmachtiging genoemde vormen van verplichte zorg niet (langer) volstaan, waardoor er sprake is van een (dreigende) noodsituatie als bedoeld in artikel 8:11 Wvggz. Betrokkene is vanwege zijn (manisch) psychotisch toestandsbeeld niet in staat om zijn gedrag te reguleren. De medicatie die hij krijgt werkt nog onvoldoende. Op 14 april 2026 werd hij ingesloten met bijhorend cameratoezicht vanwege verbale agressie en het veroorzaken van overlast voor medecliënten door te treiteren, te schelden en te schreeuwen. Hierbij was sprake van een luidruchtige, afwerende, geladen houding, en een oninvoelbare indruk. Het ontbrak aan samenwerking in contact met het verpleegkundig personeel. Teneinde deze noodsituatie af te wenden heeft de zorgverantwoordelijke, bij wijze van tijdelijke maatregel, de volgende vormen van verplichte zorg toegepast: - insluiten; - uitoefenen van toezicht op betrokkene. Gebleken is dat deze vormen van zorg, die niet zijn opgenomen in de zorgmachtiging, ook na verloop van drie dagen moeten worden voortgezet. De rechtbank overweegt dat ondanks de inzet van medicatie, het psychotische toestandsbeeld van betrokkene persisteert. Ook zijn afdelingsontregelende gedragingen zijn onverminderd aanwezig. Nu de toegestane vormen van verplichte zorg onvoldoende effect blijken te sorteren, is wijziging van de zorgmachtiging noodzakelijk om verder ernstig nadeel te voorkomen. Betrokkene verzet zich tegen deze aanvullende vormen van verplichte zorg. Betrokkene is het niet eens met de mogelijkheid tot insluiten en het uitoefenen van toezicht. Gebleken is echter dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn die hetzelfde met de zorgmachtiging beoogde effect hebben. De voorgestelde gewijzigde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief en veilig. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van deze zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Gelet op het voorgaande is met de voorgestelde wijziging voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Het verzoek zal dan ook worden toegewezen tot 13 oktober 2026, aldus dat de vormen van verplichte zorg worden uitgebreid met: - insluiten; - uitoefenen van toezicht op betrokkene. Hierdoor omvat de zorgmachtiging nu de volgende vormen van verplichte zorg: - toedienen van medicatie; - verrichten medische controles; - beperken van de bewegingsvrijheid; - insluiten; - uitoefenen van toezicht op betrokkene; - onderzoek aan kleding of lichaam; - onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen; - controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen; - aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen; - opnemen in een accommodatie. Beslissing De rechtbank: wijzigt de op 13 april 2026 verleende zorgmachtiging ten aanzien van: [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] , inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen: - insluiten; - uitoefenen van toezicht op betrokkene. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 oktober 2026. Deze beschikking is gegeven door mr. E.C.M. Bouman, rechter, bijgestaan door mr. M.