Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-03-24
ECLI:NL:RBDHA:2026:10517
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,082 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10517 text/xml public 2026-05-04T13:45:19 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-24 C/09/698378 / JE RK 26-123 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10517 text/html public 2026-05-04T13:44:43 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10517 Rechtbank Den Haag , 24-03-2026 / C/09/698378 / JE RK 26-123 volgt RECHTBANK DEN HAAG Jeugd- en Zorgrecht Zaaknummer: C/09/698378 / JE RK 26-123 Datum uitspraak: 24 maart 2026 Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming , hierna te noemen: de Raad, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] , advocaat: mr. M.G. Weitkamp uit Gouda, [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] , advocaat: mr. S. Kara uit Rotterdam. De kinderrechter merkt als informant aan: Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland , hierna te noemen: de gecertificeerde instelling. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 26 januari 2026; - het verweerschrift van de moeder met producties van 19 maart 2026; - de omgangsverslagen begeleide omgang (productie 1) van de vader, ontvangen op 23 maart 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 maart 2026. Daarbij waren aanwezig: - de vader met advocaat en collega als toehoorder; - de moeder met advocaat; - [naam 1] namens de Raad; - [naam 2] namens de gecertificeerde instelling. 1.3. De kinderrechter heeft de vader apart gehoord van de moeder. De waarnemers vanuit de gecertificeerde instelling en de Raad waren aanwezig op de verschillende tijdstippen. De advocaat van zowel de moeder als de advocaat van de vader waren aanwezig op de verschillende tijdstippen. 2 De feiten 2.1. [minderjarige] is erkend door de vader. 2.2. De ouders zijn met elkaar gehuwd. 2.3. [minderjarige] is gedurende het huwelijk van de ouders geboren. 2.4. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.5. [minderjarige] woont bij haar moeder. 3 Het verzoek 3.1. De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.2. De Raad heeft het verzoek over de ondertoezichtstelling als volgt gemotiveerd. Er is sprake van een ernstig bedreigde ontwikkeling van [minderjarige] . [minderjarige] is een jong meisje die in haar leven al veel ingrijpende gebeurtenissen heeft meegemaakt, zoals het uit elkaar gaan van haar ouders en de suïcidepoging van de vader vorig jaar. De Raad maakt zich zorgen om de gevolgen van de incidenten op de ontwikkeling van [minderjarige] . De vader heeft de afgelopen periode ruim drie maanden in detentie gezeten en er is een locatie- en contactverbod van de vader naar de moeder toe. De jeugdregisseur heeft aangegeven dat [minderjarige] , ten tijde van de detentie van de vader, vaker driftbuien heeft gehad en meer last heeft gehad van nachtmerries. De vader en de moeder zijn individueel gestart met een hulpverleningstraject. Voor [minderjarige] is een hulpverleningstraject gestart bij [hulpverlener] . De vader en de moeder zijn op dit moment voldoende bereid maar dusdanig belast dat zij de ontwikkelingsbedreiging bij [minderjarige] niet onder eigen verantwoordelijkheid kunnen doen wegnemen. Volgens de Raad is de betrokkenheid van een jeugdbeschermer voor langere tijd wenselijk omdat er constructieve afspraken voor [minderjarige] gemaakt moeten worden. Hier is een jeugdbeschermer in een gedwongen kader voor nodig zodat erop kan worden toegezien dat het persoonlijke hulpverleningstraject van [minderjarige] en de ouders doorlopen wordt. De Raad heeft ter zitting gesproken over signalen die (kunnen) wijzen op intieme terreur en dwingende controle binnen in het gezin. 4 De standpunten 4.1. Door en namens de vader is het volgende naar voren gebracht. De vader wil zijn best doen om de veiligheid van [minderjarige] te waarborgen. Na de detentie heeft er één keer begeleide omgang plaatsgevonden tussen de vader en [minderjarige] . De advocaat erkent dat de vader fouten heeft gemaakt. Echter is de advocaat van de vader het niet eens over de woorden van ‘intieme terreur’ die door de Raad ter zitting naar voren zijn gebracht. De hulpverlening ligt niet op een lijn en dit zie je niet vaak als er sprake zou zijn van intieme terreur. Een ondertoezichtstelling is goed om te onderzoeken of er daadwerkelijk sprake is van intieme terreur. De vader betwist dat hiervan sprake is. De vader staat open voor hulpverlening en is onlangs een individueel hulpverleningstraject bij de Waag gestart. De vader hoopt dat de 38v maatregel die hem is opgelegd, uit het Wetboek van Strafrecht, de moeder meer rust zal geven. 4.2. Door en namens de moeder is verweer gevoerd. De moeder is van mening dat de ondertoezichtstelling niet noodzakelijk is omdat niet aan de voorwaarden van een ondertoezichtstelling is voldaan. De moeder heeft actief hulp gezocht voor haarzelf en [minderjarige] bij het Sociaal Team en deze geaccepteerd. Ook heeft de moeder geprobeerd om naar voren te brengen wat er daadwerkelijk speelt binnen het gezin. Er is geen sprake van echtscheidingsproblematiek. De moeder heeft zich afgevraagd waarom de Raad niet heeft gekozen voor een verzoek om het gezag van de vader te beëindigen. De hulp in het vrijwillig kader zou voortgezet kunnen worden als de moeder het eenhoofdig gezag zou hebben. De moeder heeft naar voren gebracht dat het contact tussen [minderjarige] en de vader belangrijk is. Echter kan enkel sprake zijn van begeleid contact. Het feit dat de vader twijfelt aan zijn vaderschap en een DNA-test wenst, bevestigd dat onbegeleid contact geen mogelijkheid is. De advocaat verzoekt daarom om het verzoek tot ondertoezichtstelling af te wijzen. Subsidiair verzoekt de advocaat bij toewijzing van de ondertoezichtstelling het volgende expliciet vast te stellen. Allereerst is er sprake van intieme terreur, er is sprake van stalk gedrag, dreiging met zelfdoding, het willen afdwingen van seks, extreme angst bij de moeder dat zijzelf en/of [minderjarige] in gevaar zijn en toenemende escalaties van geweld. Ten tweede dienen de moeder en [minderjarige] op grond van het verdrag van Istanbul beschermd te worden. Ten derde mag de omgang niet ten koste gaan van de rechten en veiligheid van het slachtoffer en het kind. Als laatste kan er enkel begeleide omgang tussen [minderjarige] en de vader plaatsvinden. 4.3. Door en namens de gecertificeerde instelling is naar voren gebracht dat het belangrijk is dat de jeugdbeschermer gaat kijken naar de thema’s die de Raad heeft benoemd: intieme terreur en dwingende controle, wantrouwen en verschillende visies van de ouders, omgang en gebeurtenissen die [minderjarige] heeft meegemaakt. De gecertificeerde instelling kan op dit moment niet zeggen of sprake is van intieme terreur. 5 De beoordeling 5.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 5.2. De kinderrechter kan op basis van het raadsrapport niet vaststellen of sprake is van intieme terreur of dwingende controle. Wel neemt de kinderrechter de door de Raad benoemde zorgen (ter zitting) serieus. De kinderrechter ziet veiligheidsrisico’s in het stalking gedrag van de vader richting de moeder en de omstandigheden rondom de suïcidepoging van de vader. De vader heeft ter zitting zijn spijt betuigd. De ouders zijn nu bezig met hun echtscheiding en het lukt de ouders niet om op een goede manier te communiceren over [minderjarige] en afspraken te maken in het belang van [minderjarige] . Vanuit de ouders worden verschillende verhalen verteld over de gebeurtenissen in het verleden en zij staan in dat opzicht lijnrecht tegenover elkaar.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10517 text/xml public 2026-05-04T13:45:19 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-24 C/09/698378 / JE RK 26-123 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10517 text/html public 2026-05-04T13:44:43 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10517 Rechtbank Den Haag , 24-03-2026 / C/09/698378 / JE RK 26-123 volgt RECHTBANK DEN HAAG Jeugd- en Zorgrecht Zaaknummer: C/09/698378 / JE RK 26-123 Datum uitspraak: 24 maart 2026 Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming , hierna te noemen: de Raad, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] , advocaat: mr. M.G. Weitkamp uit Gouda, [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] , advocaat: mr. S. Kara uit Rotterdam. De kinderrechter merkt als informant aan: Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland , hierna te noemen: de gecertificeerde instelling. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 26 januari 2026; - het verweerschrift van de moeder met producties van 19 maart 2026; - de omgangsverslagen begeleide omgang (productie 1) van de vader, ontvangen op 23 maart 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 maart 2026. Daarbij waren aanwezig: - de vader met advocaat en collega als toehoorder; - de moeder met advocaat; - [naam 1] namens de Raad; - [naam 2] namens de gecertificeerde instelling. 1.3. De kinderrechter heeft de vader apart gehoord van de moeder. De waarnemers vanuit de gecertificeerde instelling en de Raad waren aanwezig op de verschillende tijdstippen. De advocaat van zowel de moeder als de advocaat van de vader waren aanwezig op de verschillende tijdstippen. 2 De feiten 2.1. [minderjarige] is erkend door de vader. 2.2. De ouders zijn met elkaar gehuwd. 2.3. [minderjarige] is gedurende het huwelijk van de ouders geboren. 2.4. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.5. [minderjarige] woont bij haar moeder. 3 Het verzoek 3.1. De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.2. De Raad heeft het verzoek over de ondertoezichtstelling als volgt gemotiveerd. Er is sprake van een ernstig bedreigde ontwikkeling van [minderjarige] . [minderjarige] is een jong meisje die in haar leven al veel ingrijpende gebeurtenissen heeft meegemaakt, zoals het uit elkaar gaan van haar ouders en de suïcidepoging van de vader vorig jaar. De Raad maakt zich zorgen om de gevolgen van de incidenten op de ontwikkeling van [minderjarige] . De vader heeft de afgelopen periode ruim drie maanden in detentie gezeten en er is een locatie- en contactverbod van de vader naar de moeder toe. De jeugdregisseur heeft aangegeven dat [minderjarige] , ten tijde van de detentie van de vader, vaker driftbuien heeft gehad en meer last heeft gehad van nachtmerries. De vader en de moeder zijn individueel gestart met een hulpverleningstraject. Voor [minderjarige] is een hulpverleningstraject gestart bij [hulpverlener] . De vader en de moeder zijn op dit moment voldoende bereid maar dusdanig belast dat zij de ontwikkelingsbedreiging bij [minderjarige] niet onder eigen verantwoordelijkheid kunnen doen wegnemen. Volgens de Raad is de betrokkenheid van een jeugdbeschermer voor langere tijd wenselijk omdat er constructieve afspraken voor [minderjarige] gemaakt moeten worden. Hier is een jeugdbeschermer in een gedwongen kader voor nodig zodat erop kan worden toegezien dat het persoonlijke hulpverleningstraject van [minderjarige] en de ouders doorlopen wordt. De Raad heeft ter zitting gesproken over signalen die (kunnen) wijzen op intieme terreur en dwingende controle binnen in het gezin. 4 De standpunten 4.1. Door en namens de vader is het volgende naar voren gebracht. De vader wil zijn best doen om de veiligheid van [minderjarige] te waarborgen. Na de detentie heeft er één keer begeleide omgang plaatsgevonden tussen de vader en [minderjarige] . De advocaat erkent dat de vader fouten heeft gemaakt. Echter is de advocaat van de vader het niet eens over de woorden van ‘intieme terreur’ die door de Raad ter zitting naar voren zijn gebracht. De hulpverlening ligt niet op een lijn en dit zie je niet vaak als er sprake zou zijn van intieme terreur. Een ondertoezichtstelling is goed om te onderzoeken of er daadwerkelijk sprake is van intieme terreur. De vader betwist dat hiervan sprake is. De vader staat open voor hulpverlening en is onlangs een individueel hulpverleningstraject bij de Waag gestart. De vader hoopt dat de 38v maatregel die hem is opgelegd, uit het Wetboek van Strafrecht, de moeder meer rust zal geven. 4.2. Door en namens de moeder is verweer gevoerd. De moeder is van mening dat de ondertoezichtstelling niet noodzakelijk is omdat niet aan de voorwaarden van een ondertoezichtstelling is voldaan. De moeder heeft actief hulp gezocht voor haarzelf en [minderjarige] bij het Sociaal Team en deze geaccepteerd. Ook heeft de moeder geprobeerd om naar voren te brengen wat er daadwerkelijk speelt binnen het gezin. Er is geen sprake van echtscheidingsproblematiek. De moeder heeft zich afgevraagd waarom de Raad niet heeft gekozen voor een verzoek om het gezag van de vader te beëindigen. De hulp in het vrijwillig kader zou voortgezet kunnen worden als de moeder het eenhoofdig gezag zou hebben. De moeder heeft naar voren gebracht dat het contact tussen [minderjarige] en de vader belangrijk is. Echter kan enkel sprake zijn van begeleid contact. Het feit dat de vader twijfelt aan zijn vaderschap en een DNA-test wenst, bevestigd dat onbegeleid contact geen mogelijkheid is. De advocaat verzoekt daarom om het verzoek tot ondertoezichtstelling af te wijzen. Subsidiair verzoekt de advocaat bij toewijzing van de ondertoezichtstelling het volgende expliciet vast te stellen. Allereerst is er sprake van intieme terreur, er is sprake van stalk gedrag, dreiging met zelfdoding, het willen afdwingen van seks, extreme angst bij de moeder dat zijzelf en/of [minderjarige] in gevaar zijn en toenemende escalaties van geweld. Ten tweede dienen de moeder en [minderjarige] op grond van het verdrag van Istanbul beschermd te worden. Ten derde mag de omgang niet ten koste gaan van de rechten en veiligheid van het slachtoffer en het kind. Als laatste kan er enkel begeleide omgang tussen [minderjarige] en de vader plaatsvinden. 4.3. Door en namens de gecertificeerde instelling is naar voren gebracht dat het belangrijk is dat de jeugdbeschermer gaat kijken naar de thema’s die de Raad heeft benoemd: intieme terreur en dwingende controle, wantrouwen en verschillende visies van de ouders, omgang en gebeurtenissen die [minderjarige] heeft meegemaakt. De gecertificeerde instelling kan op dit moment niet zeggen of sprake is van intieme terreur. 5 De beoordeling 5.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 5.2. De kinderrechter kan op basis van het raadsrapport niet vaststellen of sprake is van intieme terreur of dwingende controle. Wel neemt de kinderrechter de door de Raad benoemde zorgen (ter zitting) serieus. De kinderrechter ziet veiligheidsrisico’s in het stalking gedrag van de vader richting de moeder en de omstandigheden rondom de suïcidepoging van de vader. De vader heeft ter zitting zijn spijt betuigd. De ouders zijn nu bezig met hun echtscheiding en het lukt de ouders niet om op een goede manier te communiceren over [minderjarige] en afspraken te maken in het belang van [minderjarige] . Vanuit de ouders worden verschillende verhalen verteld over de gebeurtenissen in het verleden en zij staan in dat opzicht lijnrecht tegenover elkaar.