Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-30
ECLI:NL:RBDHA:2026:10316
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
1,171 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10316 text/xml public 2026-05-04T09:00:16 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-30 NL25.26325 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Middelburg Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10316 text/html public 2026-05-01T10:54:58 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10316 Rechtbank Den Haag , 30-04-2026 / NL25.26325 Asielaanvraag – motiveringsgebrek – beroep gegrond RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.26325 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker, V-nummer: [V-nummer] , (gemachtigde: mr. J.E. de Poorte), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 6 juni 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.26324, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. 2. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 934 en een wegingsfactor 1). Beslissing De voorzieningenrechter: - wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af; - veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 934. Deze uitspraak is gedaan op 30 april 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl . De uitspraak is bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Algemene wet bestuursrecht.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10316 text/xml public 2026-05-04T09:00:16 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-30 NL25.26325 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Middelburg Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10316 text/html public 2026-05-01T10:54:58 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10316 Rechtbank Den Haag , 30-04-2026 / NL25.26325 Asielaanvraag – motiveringsgebrek – beroep gegrond RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.26325 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker, V-nummer: [V-nummer] , (gemachtigde: mr. J.E. de Poorte), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 6 juni 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.26324, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. 2. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 934 en een wegingsfactor 1). Beslissing De voorzieningenrechter: - wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af; - veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 934. Deze uitspraak is gedaan op 30 april 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl . De uitspraak is bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Algemene wet bestuursrecht.