Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-30
ECLI:NL:RBDHA:2026:10254
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
1,113 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10254 text/xml public 2026-04-30T14:48:45 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-30 NL26.2963 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Groningen Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10254 text/html public 2026-04-30T14:47:37 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10254 Rechtbank Den Haag , 30-04-2026 / NL26.2963 Plakvovo afgewezen. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL26.2963 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam], V-nummer: [v-nummer], verzoeker, (gemachtigde: mr. M.R. van der Pol), en de minister van Asiel en Migratie. Samenvatting 1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van verzoeker. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. Hij heeft daartegen ook beroep ingesteld. 1.1. De rechtbank heeft het beroep op 24 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de minister. De gemachtigde van verzoeker heeft vooraf laten weten dat hij en verzoeker niet ter zitting zullen verschijnen. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten. 1.2. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Beoordeling door de voorzieningenrechter 2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.2962, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. 2.1. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10254 text/xml public 2026-04-30T14:48:45 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-30 NL26.2963 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Groningen Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10254 text/html public 2026-04-30T14:47:37 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10254 Rechtbank Den Haag , 30-04-2026 / NL26.2963 Plakvovo afgewezen. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL26.2963 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam], V-nummer: [v-nummer], verzoeker, (gemachtigde: mr. M.R. van der Pol), en de minister van Asiel en Migratie. Samenvatting 1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van verzoeker. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. Hij heeft daartegen ook beroep ingesteld. 1.1. De rechtbank heeft het beroep op 24 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de minister. De gemachtigde van verzoeker heeft vooraf laten weten dat hij en verzoeker niet ter zitting zullen verschijnen. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten. 1.2. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Beoordeling door de voorzieningenrechter 2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.2962, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. 2.1. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.