Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-23
ECLI:NL:RBDHA:2026:10003
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,412 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10003 text/xml public 2026-04-29T09:43:16 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-23 NL26.18349 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Middelburg Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10003 text/html public 2026-04-29T09:43:00 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10003 Rechtbank Den Haag , 23-04-2026 / NL26.18349 Asiel. Met onbekende bestemming vertrokken. Beroep niet-ontvankelijk. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL26.18349 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser, V-nummer: [V-nummer 1] , en [eiseres] , eiseres, V-nummer: [V-nummer 2] mede namens hun minderjarige kind [kind] hierna gezamenlijk te noemen: eisers (gemachtigde: mr. R. Deniz), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder. Inleiding In het besluit van 31 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eisers niet in behandeling genomen omdat Roemenië daarvoor verantwoordelijk is. Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Beoordeling door de rechtbank 1. Voordat een beroep inhoudelijk kan worden behandeld, moet de bestuursrechter uit zichzelf beoordelen of er sprake is van procesbelang. 2. Verweerder heeft de rechtbank meegedeeld dat eisers met onbekende bestemming zijn vertrokken. De gemachtigde van eisers heeft daarop desgevraagd meegedeeld dat zij geen contact meer heeft met eisers. 3. In deze omstandigheden moet worden geoordeeld dat eisers geen prijs meer stellen op de aanvankelijk door hen gezochte bescherming in Nederland. Dit volgt uit de vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, met name de uitspraak van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662. Er is daarmee geen procesbelang meer aanwezig. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. 4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan op 23 april 2026 door mr. W.H. Bel, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Deze uitspraak is bekendgemaakt op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:10003 text/xml public 2026-04-29T09:43:16 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-23 NL26.18349 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Middelburg Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:10003 text/html public 2026-04-29T09:43:00 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:10003 Rechtbank Den Haag , 23-04-2026 / NL26.18349 Asiel. Met onbekende bestemming vertrokken. Beroep niet-ontvankelijk. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL26.18349 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser, V-nummer: [V-nummer 1] , en [eiseres] , eiseres, V-nummer: [V-nummer 2] mede namens hun minderjarige kind [kind] hierna gezamenlijk te noemen: eisers (gemachtigde: mr. R. Deniz), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder. Inleiding In het besluit van 31 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eisers niet in behandeling genomen omdat Roemenië daarvoor verantwoordelijk is. Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Beoordeling door de rechtbank 1. Voordat een beroep inhoudelijk kan worden behandeld, moet de bestuursrechter uit zichzelf beoordelen of er sprake is van procesbelang. 2. Verweerder heeft de rechtbank meegedeeld dat eisers met onbekende bestemming zijn vertrokken. De gemachtigde van eisers heeft daarop desgevraagd meegedeeld dat zij geen contact meer heeft met eisers. 3. In deze omstandigheden moet worden geoordeeld dat eisers geen prijs meer stellen op de aanvankelijk door hen gezochte bescherming in Nederland. Dit volgt uit de vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, met name de uitspraak van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662. Er is daarmee geen procesbelang meer aanwezig. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. 4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan op 23 april 2026 door mr. W.H. Bel, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Deze uitspraak is bekendgemaakt op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.