Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-04-25
ECLI:NL:RBDHA:2025:9897
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - meervoudig
2,654 tokens
Inleiding
Rechtbank Den HAAG
Meervoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-1897
Zaaknummer: C/09/681845
Datum beschikking: 25 april 2025
Internationale kinderontvoering
Beschikking op het op 17 maart 2025 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
de vader,
wonende in België,
advocaat: mr. M. Groenleer te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.H.A. Beijersbergen van Henegouwen te Utrecht.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
het verzoekschrift;
het e-mailbericht van de advocaat van de vader van 11 april 2025, met een door beide partijen e-getekende vaststellingsovereenkomst;
het e-mailbericht van de advocaat van de moeder van 17 april 2025.
De op 31 maart 2025 geplande regiezitting heeft geen doorgang gevonden omdat de vader en de moeder hebben getracht door middel van crossborder mediation, gefaciliteerd door het Mediation Bureau van het Centrum Internationale Kinderontvoering, tot een minnelijke regeling te komen. Op 10 april 2025 heeft het Mediation Bureau de rechtbank bericht dat de mediation tussen partijen is geslaagd en heeft geresulteerd in een vaststellingsovereenkomst.
Feiten
Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar (gehad).
Zij zijn de ouders van de nu nog minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2023 te [geboorteplaats] , België.
De vader heeft [minderjarige] naar Belgisch recht erkend.
Partijen oefenden het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.
De vader, de moeder en [minderjarige] hebben de Nederlandse nationaliteit.
Op 10 januari 2025 heeft de moeder met [minderjarige] de woning van partijen in België verlaten en is met [minderjarige] naar Nederland vertrokken.
De vader heeft zich gewend tot de Nederlandse Centrale Autoriteit (CA). De zaak is bij de CA geregistreerd onder [nummer] .
Bij vonnis van 11 maart 2025 van de familierechtbank Hasselt is, voor zover hier relevant, aan de vader het exclusieve ouderlijk gezag over [minderjarige] toegekend en voor recht verklaard dat [minderjarige] bij de vader gehuisvest wordt en aldaar in het bevolkingsregister wordt ingeschreven om er zijn hoofdverblijfplaats te hebben.
Verzoek
De vader heeft aanvankelijk verzoeken ingediend strekkende tot teruggeleiding van [minderjarige] naar België.
De vader heeft op 11 april 2025 het teruggeleidingsverzoek en alle daarbij gedane overige verzoeken ingetrokken onder de voorwaarde dat de moeder met [minderjarige] terugkeert naar België uiterlijk op 7 mei 2025 en heeft verzocht om de vaststellingsovereenkomst van partijen integraal op te nemen en te hechten aan de beschikking.
De moeder stemt in met dat laatste verzoek van de vader.
Beoordeling
De vader verzoekt een tussenbeschikking af te geven met aanhechting van de vaststellingsovereenkomst, waarin een tijdelijke internationale zorgregeling voor de periode tot uiterlijk 7 mei 2025 is opgenomen. Op het moment dat [minderjarige] is teruggekeerd – uiterlijk op 7 mei 2025 – zal de advocaat van de vader de rechtbank berichten dat zijn verzoeken definitief ingetrokken worden. Op het moment dat [minderjarige] onverhoopt niet zou zijn teruggekeerd naar België op 7 mei 2025, zal de advocaat namens de vader weer om een mondelinge behandeling vragen.
De moeder heeft ingestemd met het verzoek van de vader.
De rechtbank zal bij tussenbeschikking de vaststellingsovereenkomst van partijen aanhechten zodat het daarvan deel uitmaakt. Voor het overige zal de rechtbank de beslissing aanhouden tot 7 mei 2025 pro forma, in afwachting van het bericht van de advocaat of [minderjarige] al dan niet is teruggekeerd naar België.
Dictum
De rechtbank:
bepaalt dat de door partijen getroffen onderlinge regeling met betrekking tot de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2023 te [geboorteplaats] , België, zoals neergelegd in het (in fotokopie) aan deze beschikking en door beide partijen e-getekende vaststellingsovereenkomst deel uitmaakt van deze beschikking en verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
houdt de beslissing voor het overige aan tot 7 mei 2025 pro forma.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. R.P. Bas als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 25 april 2025.
Van deze beschikking kan -voor zover er definitief is beslist- hoger beroep worden ingesteld binnen twee weken (artikel 13 lid 7 Uitvoeringswet internationale kinderontvoering) na de dag van de uitspraak door indiening van een beroepschrift ter griffie van het Gerechtshof Den Haag. In geval van hoger beroep zal de terechtzitting bij het hof - in beginsel - plaatsvinden in de derde of vierde week na deze beslissing.
Inleiding
Rechtbank Den HAAG
Meervoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-1897
Zaaknummer: C/09/681845
Datum beschikking: 25 april 2025
Internationale kinderontvoering
Beschikking op het op 17 maart 2025 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
de vader,
wonende in België,
advocaat: mr. M. Groenleer te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.H.A. Beijersbergen van Henegouwen te Utrecht.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
het verzoekschrift;
het e-mailbericht van de advocaat van de vader van 11 april 2025, met een door beide partijen e-getekende vaststellingsovereenkomst;
het e-mailbericht van de advocaat van de moeder van 17 april 2025.
De op 31 maart 2025 geplande regiezitting heeft geen doorgang gevonden omdat de vader en de moeder hebben getracht door middel van crossborder mediation, gefaciliteerd door het Mediation Bureau van het Centrum Internationale Kinderontvoering, tot een minnelijke regeling te komen. Op 10 april 2025 heeft het Mediation Bureau de rechtbank bericht dat de mediation tussen partijen is geslaagd en heeft geresulteerd in een vaststellingsovereenkomst.
Feiten
Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar (gehad).
Zij zijn de ouders van de nu nog minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2023 te [geboorteplaats] , België.
De vader heeft [minderjarige] naar Belgisch recht erkend.
Partijen oefenden het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.
De vader, de moeder en [minderjarige] hebben de Nederlandse nationaliteit.
Op 10 januari 2025 heeft de moeder met [minderjarige] de woning van partijen in België verlaten en is met [minderjarige] naar Nederland vertrokken.
De vader heeft zich gewend tot de Nederlandse Centrale Autoriteit (CA). De zaak is bij de CA geregistreerd onder [nummer] .
Bij vonnis van 11 maart 2025 van de familierechtbank Hasselt is, voor zover hier relevant, aan de vader het exclusieve ouderlijk gezag over [minderjarige] toegekend en voor recht verklaard dat [minderjarige] bij de vader gehuisvest wordt en aldaar in het bevolkingsregister wordt ingeschreven om er zijn hoofdverblijfplaats te hebben.
Verzoek
De vader heeft aanvankelijk verzoeken ingediend strekkende tot teruggeleiding van [minderjarige] naar België.
De vader heeft op 11 april 2025 het teruggeleidingsverzoek en alle daarbij gedane overige verzoeken ingetrokken onder de voorwaarde dat de moeder met [minderjarige] terugkeert naar België uiterlijk op 7 mei 2025 en heeft verzocht om de vaststellingsovereenkomst van partijen integraal op te nemen en te hechten aan de beschikking.
De moeder stemt in met dat laatste verzoek van de vader.
Beoordeling
De vader verzoekt een tussenbeschikking af te geven met aanhechting van de vaststellingsovereenkomst, waarin een tijdelijke internationale zorgregeling voor de periode tot uiterlijk 7 mei 2025 is opgenomen. Op het moment dat [minderjarige] is teruggekeerd – uiterlijk op 7 mei 2025 – zal de advocaat van de vader de rechtbank berichten dat zijn verzoeken definitief ingetrokken worden. Op het moment dat [minderjarige] onverhoopt niet zou zijn teruggekeerd naar België op 7 mei 2025, zal de advocaat namens de vader weer om een mondelinge behandeling vragen.
De moeder heeft ingestemd met het verzoek van de vader.
De rechtbank zal bij tussenbeschikking de vaststellingsovereenkomst van partijen aanhechten zodat het daarvan deel uitmaakt. Voor het overige zal de rechtbank de beslissing aanhouden tot 7 mei 2025 pro forma, in afwachting van het bericht van de advocaat of [minderjarige] al dan niet is teruggekeerd naar België.
Dictum
De rechtbank:
bepaalt dat de door partijen getroffen onderlinge regeling met betrekking tot de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2023 te [geboorteplaats] , België, zoals neergelegd in het (in fotokopie) aan deze beschikking en door beide partijen e-getekende vaststellingsovereenkomst deel uitmaakt van deze beschikking en verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
houdt de beslissing voor het overige aan tot 7 mei 2025 pro forma.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. R.P. Bas als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 25 april 2025.
Van deze beschikking kan -voor zover er definitief is beslist- hoger beroep worden ingesteld binnen twee weken (artikel 13 lid 7 Uitvoeringswet internationale kinderontvoering) na de dag van de uitspraak door indiening van een beroepschrift ter griffie van het Gerechtshof Den Haag. In geval van hoger beroep zal de terechtzitting bij het hof - in beginsel - plaatsvinden in de derde of vierde week na deze beslissing.