Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-03-06
ECLI:NL:RBDHA:2025:9732
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,418 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 24/1750
V-nummer: [v-nummer]
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 maart 2025 in de zaak tussen
[eiseres]
geboren op [geboortedatum] 1998, van Indonesische nationaliteit, eiseres.
(gemachtigde: [gemachtigde] )
en
de minister van Buitenlandse Zaken
(gemachtigde: mr. J.R. Sotthewes – de Jonge)
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar visum aanvraag voor kort verblijf.
1.1.
Verweerder heeft de aanvraag met het besluit van 20 december 2022 afgewezen. Met het bestreden besluit van 1 januari 2024 is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.2.
De rechtbank heeft de zaak op 6 februari 2025 op een zitting behandeld. Hieraan heeft alleen de gemachtigde van verweerder deelgenomen. Eiseres en haar gemachtigde zijn met bericht van verhindering niet verschenen.
Overwegingen
2. Eiseres is afkomstig uit Indonesië en heeft een aanvraag gedaan voor een visum voor kort verblijf met als doel toerisme. Zij heeft bij de aanvraag vermeld dat zij Nederland, Frankrijk en Portugal wil bezoeken van 22 maart 2023 tot en met 5 april 2023 (circa 15 dagen). Hierbij heeft eiseres een reisschema overgelegd met een overzicht van activiteiten die zij wil ondernemen. Hieruit volgt voor haar trip in Nederland:
- op 23 maart: aankomst hotel en rondlopen door het centrum;
- op 24 maart: grachten tour, Anne Frank huis, Jordaan;
- op 25 maart: Rijksmuseum, Van Gogh museum, de Negen Straatjes;
- op 26 maart: Keukenhof;
- op 27 maart: Kinderdijk, Rotterdam tour;
- op 28 maart: Zaanse Schans dagtrip
- op 29 maart: trein naar Parijs
Ter onderbouwing heeft eiseres hotelreserveringen overgelegd voor haar verblijf in Nederland, Frankrijk en Portugal, vliegtickets van Indonesië naar Nederland en een bewijs van het afsluiten van een reisverzekering.
3. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres afgewezen, omdat eiseres volgens verweerder het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf onvoldoende heeft aangetoond.
4. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. In de bezwaarfase heeft eiseres hetzelfde reisschema overgelegd, maar met aangepaste data, en nieuwe hotelreserveringen. In het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiseres kennelijk ongegrond verklaard. Het visum wordt geweigerd op grond van artikel 32 van de Verordening (EG) Nr. 810/2009 (Visumcode), omdat er sprake is van een niet geloofwaardig reisdoel. Eiseres heeft in bezwaar een reservering overgelegd voor [hotel] voor 3 januari 2024 tot 8 januari 2023. Verweerder vindt het niet aannemelijk dat eiseres daadwerkelijk in dat hotel zou verblijven aangezien bij navraag bleek dat de reservering al op 3 december 2023 geannuleerd was. Hierdoor wordt ook getwijfeld aan de betrouwbaarheid en geloofwaardigheid van de overige door eiseres verstrekte informatie. Te meer, nu uit navraag is gebleken dat de hotelreservering overgelegd bij de aanvraag met een foutieve creditcard is gedaan. Hier komt bij dat in het overgelegde reisplan niet is onderbouwd en uiteengezet wat de concrete plannen zijn van eiseres. Een opsomming met algemene bezienswaardigheden is onvoldoende om het doel en de verblijfsomstandigheden aan te tonen. Ook zijn er geen stukken overgelegd met betrekking tot de trein dan wel vliegreizen naar Frankrijk en Portugal en heeft eiseres geen uitleg gegeven waarom zij juist deze landen wenst te bezoeken.
5. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit. Bij verweerder is ten onrechte twijfel ontstaan over het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf. Het hotel is slechts geannuleerd omdat het bezwaar zo lang duurde. Eiseres betwist dat het reisplan niet concreet is. Het plan bevat de steden die worden bezocht. Uitleggen waarom zij specifiek deze landen wil bezoeken gaat volgens eiseres te ver. Volgens eiseres kunnen de door verweerder aangedragen argumenten de conclusie niet dragen dat eiseres het doel en omstandigheden van het voorgenomen verblijf niet heeft aangetoond.
Beoordeling
6. In artikel 32, eerste lid, van de Visumcode staat dat een visum wordt geweigerd indien de aanvrager het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf niet heeft aangetoond. Bij het onderzoek of daar twijfel over bestaat, komt verweerder een ruime beoordelingsruimte toe. De bestuursrechter kan de overwegingen van verweerder daarom slechts terughoudend toetsen. Dit volgt uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 19 december 2013 in de zaak Koushkaki tegen Duitsland, ECLI:EU:C:2013:862.
7. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder kunnen oordelen dat eiseres het doel en de omstandigheden van haar verblijf onvoldoende heeft aangetoond. Het reisplan bevat slechts een opsomming van algemene toeristische dingen om te doen, zonder nadere onderbouwing of concrete plannen. Eiseres heeft hiermee niet inzichtelijk gemaakt wat zij precies in Nederland wil komen doen. Het had op de weg van eiseres gelegen om bijvoorbeeld reserveringen voor de musea die zij wilde bezoeken over te leggen of nader te specificeren waarom zij bepaalde plekken wil bezoeken. Dat eiseres dit te ver vindt gaan maakt het oordeel niet anders. Het betreft een aanvraagsituatie en het is in beginsel aan eiseres om de geloofwaardigheid van haar reisdoel aannemelijk te maken. Ook heeft verweerder mogen meewegen dat eiseres al op 3 december 2023 – tijdens de bezwaarfase – haar hotelreservering heeft geannuleerd en dat zij eerder een foutieve creditcard heeft gebruikt bij een hotelreservering.
Conclusie
8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en dat zij geen recht heeft op vergoeding van de kosten die zij heeft gemaakt in deze procedure.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.L.C.M. Ficq, rechter, in aanwezigheid van
mr. J.L. van Egmond, griffier.
Dictum
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen de uitspraak op het beroep kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening. Tegen de uitspraak op het verzoek staat geen hoger beroep open.
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 24/1750
V-nummer: [v-nummer]
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 maart 2025 in de zaak tussen
[eiseres]
geboren op [geboortedatum] 1998, van Indonesische nationaliteit, eiseres.
(gemachtigde: [gemachtigde] )
en
de minister van Buitenlandse Zaken
(gemachtigde: mr. J.R. Sotthewes – de Jonge)
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar visum aanvraag voor kort verblijf.
1.1.
Verweerder heeft de aanvraag met het besluit van 20 december 2022 afgewezen. Met het bestreden besluit van 1 januari 2024 is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.2.
De rechtbank heeft de zaak op 6 februari 2025 op een zitting behandeld. Hieraan heeft alleen de gemachtigde van verweerder deelgenomen. Eiseres en haar gemachtigde zijn met bericht van verhindering niet verschenen.
Overwegingen
2. Eiseres is afkomstig uit Indonesië en heeft een aanvraag gedaan voor een visum voor kort verblijf met als doel toerisme. Zij heeft bij de aanvraag vermeld dat zij Nederland, Frankrijk en Portugal wil bezoeken van 22 maart 2023 tot en met 5 april 2023 (circa 15 dagen). Hierbij heeft eiseres een reisschema overgelegd met een overzicht van activiteiten die zij wil ondernemen. Hieruit volgt voor haar trip in Nederland:
- op 23 maart: aankomst hotel en rondlopen door het centrum;
- op 24 maart: grachten tour, Anne Frank huis, Jordaan;
- op 25 maart: Rijksmuseum, Van Gogh museum, de Negen Straatjes;
- op 26 maart: Keukenhof;
- op 27 maart: Kinderdijk, Rotterdam tour;
- op 28 maart: Zaanse Schans dagtrip
- op 29 maart: trein naar Parijs
Ter onderbouwing heeft eiseres hotelreserveringen overgelegd voor haar verblijf in Nederland, Frankrijk en Portugal, vliegtickets van Indonesië naar Nederland en een bewijs van het afsluiten van een reisverzekering.
3. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres afgewezen, omdat eiseres volgens verweerder het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf onvoldoende heeft aangetoond.
4. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. In de bezwaarfase heeft eiseres hetzelfde reisschema overgelegd, maar met aangepaste data, en nieuwe hotelreserveringen. In het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiseres kennelijk ongegrond verklaard. Het visum wordt geweigerd op grond van artikel 32 van de Verordening (EG) Nr. 810/2009 (Visumcode), omdat er sprake is van een niet geloofwaardig reisdoel. Eiseres heeft in bezwaar een reservering overgelegd voor [hotel] voor 3 januari 2024 tot 8 januari 2023. Verweerder vindt het niet aannemelijk dat eiseres daadwerkelijk in dat hotel zou verblijven aangezien bij navraag bleek dat de reservering al op 3 december 2023 geannuleerd was. Hierdoor wordt ook getwijfeld aan de betrouwbaarheid en geloofwaardigheid van de overige door eiseres verstrekte informatie. Te meer, nu uit navraag is gebleken dat de hotelreservering overgelegd bij de aanvraag met een foutieve creditcard is gedaan. Hier komt bij dat in het overgelegde reisplan niet is onderbouwd en uiteengezet wat de concrete plannen zijn van eiseres. Een opsomming met algemene bezienswaardigheden is onvoldoende om het doel en de verblijfsomstandigheden aan te tonen. Ook zijn er geen stukken overgelegd met betrekking tot de trein dan wel vliegreizen naar Frankrijk en Portugal en heeft eiseres geen uitleg gegeven waarom zij juist deze landen wenst te bezoeken.
5. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit. Bij verweerder is ten onrechte twijfel ontstaan over het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf. Het hotel is slechts geannuleerd omdat het bezwaar zo lang duurde. Eiseres betwist dat het reisplan niet concreet is. Het plan bevat de steden die worden bezocht. Uitleggen waarom zij specifiek deze landen wil bezoeken gaat volgens eiseres te ver. Volgens eiseres kunnen de door verweerder aangedragen argumenten de conclusie niet dragen dat eiseres het doel en omstandigheden van het voorgenomen verblijf niet heeft aangetoond.
Beoordeling
6. In artikel 32, eerste lid, van de Visumcode staat dat een visum wordt geweigerd indien de aanvrager het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf niet heeft aangetoond. Bij het onderzoek of daar twijfel over bestaat, komt verweerder een ruime beoordelingsruimte toe. De bestuursrechter kan de overwegingen van verweerder daarom slechts terughoudend toetsen. Dit volgt uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 19 december 2013 in de zaak Koushkaki tegen Duitsland, ECLI:EU:C:2013:862.
7. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder kunnen oordelen dat eiseres het doel en de omstandigheden van haar verblijf onvoldoende heeft aangetoond. Het reisplan bevat slechts een opsomming van algemene toeristische dingen om te doen, zonder nadere onderbouwing of concrete plannen. Eiseres heeft hiermee niet inzichtelijk gemaakt wat zij precies in Nederland wil komen doen. Het had op de weg van eiseres gelegen om bijvoorbeeld reserveringen voor de musea die zij wilde bezoeken over te leggen of nader te specificeren waarom zij bepaalde plekken wil bezoeken. Dat eiseres dit te ver vindt gaan maakt het oordeel niet anders. Het betreft een aanvraagsituatie en het is in beginsel aan eiseres om de geloofwaardigheid van haar reisdoel aannemelijk te maken. Ook heeft verweerder mogen meewegen dat eiseres al op 3 december 2023 – tijdens de bezwaarfase – haar hotelreservering heeft geannuleerd en dat zij eerder een foutieve creditcard heeft gebruikt bij een hotelreservering.
Conclusie
8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en dat zij geen recht heeft op vergoeding van de kosten die zij heeft gemaakt in deze procedure.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.L.C.M. Ficq, rechter, in aanwezigheid van
mr. J.L. van Egmond, griffier.
Dictum
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen de uitspraak op het beroep kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening. Tegen de uitspraak op het verzoek staat geen hoger beroep open.