Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-03-11
ECLI:NL:RBDHA:2025:9693
Civiel recht; Aanbestedingsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
10,826 tokens
Inleiding
Rechtbank den haag
Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/679089 / KG ZA 25-61
Vonnis in kort geding van 11 maart 2025
in de zaak van
TBAuctions Netherlands B.V. te Amsterdam,
eiseres,
advocaten mrs. C.R.V. Lagendijk en A.F. de Jong te Rotterdam,
tegen:
de Staat der Nederlanden, het Ministerie van Financiën, Directoraat-Generaal Belastingdienst te Den Haag,
gedaagde,
advocaat mr. A.L.M. de Graaf te Den Haag.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘TBA’ en ‘de Belastingdienst’.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties;
- de door de Belastingdienst overgelegde conclusie van antwoord met producties.
1.2.
Op 18 februari 2025 is de mondelinge behandeling gehouden. Hierbij zijn door TBA pleitnotities overgelegd. Tijdens de mondelinge behandeling is vonnis bepaald op vandaag.
Feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
2.1.
De Belastingdienst heeft een openbare aanbesteding georganiseerd voor de opdracht tot “Online verkoop voer- en vaartuigen”. De Belastingdienst beoogt een raamovereenkomst te sluiten met één dienstverlener.
2.2.
De Belastingdienst voert de aanbesteding uit voor Domeinen Roerende Zaken (DRZ). DRZ heeft als wettelijke taak het beheren en verwerken van goederen die strafrechtelijk in beslag zijn genomen door of namens het Rijk en daarnaast heeft het als taak om overtollige goederen van het Rijk te verwerken. In het kader van de uitvoering van haar wettelijke taak verkoopt DRZ in beslagnomen of overbodige goederen. Die verkoop voert DRZ momenteel zelf uit. Doel van de aanbesteding is om een raamovereenkomst te sluiten met een opdrachtnemer die dit verkoopproces gaat verzorgen.
2.3.
De aanbestedingsstukken bestaan uit een Beschrijvend document met bijlagen, waaronder een Programma van Eisen (PvE). Er zijn twee Nota’s van Inlichtingen verstrekt.
2.4.
Gunningscriterium is de economisch meest voordelige inschrijving in de zin van de beste prijs-kwaliteitverhouding. Voor het gunningscriterium prijs kunnen maximaal 55 punten worden behaald en voor het gunningscriterium kwaliteit maximaal 45 punten. Het gunningscriterium kwaliteit val uiteen in drie wensen:
Wens 1: Uitvoering dienstverlening, maximaal 20 punten,
Wens 2: Digitale samenwerking, maximaal 15 punten,
Wens 3: Maximalisatie opbrengst en marktkanalen, maximaal 10 punten.
In dit kort geding zijn alleen Wens 1 en 3 aan de orde. Ten aanzien van de Wensen moeten inschrijvers een plan van aanpak indienen.
2.5.
In paragraaf 4.2 van het Beschrijvend document staat het volgende over Wens 1:
2.6.
Over Wens 3 staat het volgende in paragraaf 4.2 van het Beschrijvend document:
2.7.
Bij de beoordeling van de beantwoording van de Wensen wordt op de volgende manier beoordeeld:
2.8.
Op 6 december 2024 hebben drie partijen, waaronder TBA, een inschrijving ingediend. Op 7 januari 2025 heeft de Belastingdienst TBA in kennis gesteld van de uitkomst van de aanbestedingsprocedure. In de gunningsbeslissing staat dat TBA als tweede in rangorde is geëindigd en daarmee niet in aanmerking komt voor gunning. In de gunningsbeslissing staat de volgende tabel met de door TBA en de winnaar behaalde scores:
Als bijlage bij de brief is een nadere onderbouwing verstrekt op de behaalde scores voor de wensen (hierna: de motivering van de scores).
Geschil
3.1.
TBA vordert – zakelijk weergegeven:
- primair: de Belastingdienst te verbieden de Opdracht op basis van de Gunningsbeslissing te gunnen en te gebieden om de Gunningsbeslissing in te trekken; en, indien en voor zover de Belastingdienst de Opdracht nog wil vergeven, de Belastingdienst:
o te gebieden, alle inschrijvingen opnieuw te laten beoordelen door een nieuw samengestelde deskundige beoordelingscommissie, met inachtneming van dit vonnis;
o te gebieden een nieuwe, adequaat gemotiveerde gunningsbeslissing te nemen, waarbij een termijn voor effectieve rechtsbescherming wordt geboden;
- subsidiair: voor zover zou blijken dat de Aanbestedingsprocedure nooit tot rechtmatige gunning van de Opdracht kan leiden, de Belastingdienst te verbieden de Opdracht op basis van de Gunningsbeslissing te gunnen en te gebieden de Gunningsbeslissing in te trekken; en indien en voor zover de Belastingdienst de Opdracht nog wil vergeven te gebieden de Opdracht opnieuw aan te besteden;
alles met veroordeling van de Belastingdienst in de kosten van deze procedure.
3.2.
Daartoe voert TBA – samengevat – het volgende aan. De Belastingdienst heeft de inschrijving van TBA onjuist beoordeeld en de Gunningsbeslissing kan de uitkomst van de Aanbestedingsprocedure niet dragen. Er zijn criteria in de beoordeling betrokken die niet vooraf in de aanbestedingsstukken kenbaar zijn gemaakt en de motivering voor de uitkomst van de Aanbestedingsprocedure bevat feitelijke onjuistheden over de inschrijving van TBA. De beoordeling is zo onzorgvuldig dat een herbeoordeling door een volledig nieuwe beoordelingscommissie van alle inschrijvingen de enige remedie is. Niet kan worden uitgesloten dat andere inschrijvingen ook op onjuiste wijze zijn beoordeeld. Als zou blijken dat de Aanbestedingsprocedure nooit tot rechtmatige gunning zou kunnen leiden, bijvoorbeeld omdat achteraf bezien de aanbestedingsstukken onvoldoende duidelijke blijken te zijn geweest, moet dit – subsidiair – leiden tot heraanbesteding.
3.3.
De Belastingdienst voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.
Beoordeling
Vooraf
4.1.
TBA voert in de dagvaarding vijf concrete bezwaren tegen de beoordeling van haar inschrijving aan. Vier bezwaren tegen de beoordeling van Wens 1 en één bezwaar tegen de beoordeling van Wens 3. De beoordeling van Wens 2 staat in dit kort geding niet ter discussie.
4.2.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat aan enige mate van subjectiviteit bij de beoordeling van kwalitatieve gunningscriteria niet te ontkomen valt. Dat brengt spanning teweeg met de objectieve beoordelingssystematiek van het aanbestedingsrecht en de daarop toepasselijke beginselen van transparantie en gelijke behandeling, maar dat brengt niet zonder meer met zich dat ook daadwerkelijk sprake is van strijd met dat recht en/of die beginselen. Van belang is dat (i) het voor een potentiële inschrijver duidelijk is wat er van hem wordt verwacht, (ii) de inschrijvingen aan de hand van een zoveel mogelijk objectief toetsbare criteria worden beoordeeld en (iii) de gunningsbeslissing zodanig inzichtelijk wordt gemotiveerd dat het voor een afgewezen inschrijver mogelijk is om de wijze waarop de beoordeling heeft plaatsgevonden te toetsen. Voor het overige komt aan de voorzieningenrechter slechts een beperkte toetsingsvrijheid toe wanneer het aankomt op de beoordeling van kwalitatieve criteria. Aan de aangewezen beoordelingscommissie, waarvan de deskundigheid in beginsel moet worden aangenomen, moet de nodige beoordelingsruimte worden gegund, mede omdat de rechter geen specifieke deskundigheid bezit op het gebied van het onderwerp van de opdracht. Alleen als sprake is van een onbegrijpelijke beoordeling, dan wel procedurele of inhoudelijke onjuistheden en/of onduidelijkheden, die zouden kunnen meebrengen dat de gunningsbeslissing niet deugt, is plaats voor ingrijpen door de rechter.
4.3.
Beoordeling
Wens 1
Bezwaar 1: aanleveren correcte data
4.4.
In haar inschrijving biedt TBA bij Wens 1 onder meer het volgende aan:
Hierover schrijft de beoordelingscommissie in de motivering van de scores het volgende:
“Er wordt beschreven dat Domeinen Roerende Zaken correcte data inclusief financiele staat, documentatie en conditie moet aanleveren. De verantwoordelijkheid van data wordt hiermee bij Domeinen Roerende Zaken gelegd, in het kader van ontzorging is dat niet wenselijk.”
4.5.
In het Beschrijvend document staat in paragraaf 2.1 (Beschrijving van de opdracht) het volgende:
“De voer- en vaartuigen worden door DRZ aangemeld bij de opdrachtnemer. DRZ draagt zorg voor de juiste informatieverstrekking aan de opdrachtnemer. Zo geeft DRZ bijvoorbeeld aan wat de taxatiewaarde is en of er een btw-plicht van toepassing is. De voer- en vaartuigen worden vervolgens op een afgesproken moment voor verkoop fysiek
4.6.
Doelstelling van Wens 1 is dat de uitvoering van de dienstverlening optimaal en zo professioneel mogelijk plaatsvindt. Blijkens de omschrijving van Wens 1 in het Beschrijvend document houdt optimaal in ‘het ontzorgen van opdrachtgever waarbij risico’s zo veel mogelijk worden ondervangen.’
4.7.
TBA verwijst naar het onder 4.5 geciteerde deel van het Beschrijvend document en naar bijlage 1a bij het Beschrijvend document en stelt dat de Belastingdienst zelf tot uitgangspunt neemt dat DRZ zorgdraagt voor een juiste informatieverstrekking. Volgens haar is het oordeel van de beoordelingscommissie dan ook onjuist en onbegrijpelijk. Dat betoog kan niet worden gevolgd. In het onder 4.5 geciteerde deel van het Beschrijvend document wordt immers slechts verwezen naar de taxatiewaarde en of er een btw-plicht is, terwijl TBA in haar inschrijving de verantwoordelijkheid voor correcte informatie breder trekt. Uit bijlage 1a bij het Beschrijvend document kan ook niet worden afgeleid dat de verantwoordelijkheid voor het aanleveren van correctie informatie bij DRZ ligt, zoals TBA in haar inschrijving tot uitgangspunt neemt. Bovendien laten de betreffende passage uit en bijlage bij het Beschrijvend document onverlet dat bij Wens 1 uitdrukkelijk wordt gevraagd om ontzorging van de aanbestedende dienst. TBA heeft er vervolgens voor gekozen om in haar inschrijving onder het kopje “verantwoordelijkheden” op te nemen dat DRZ correcte data moet aanleveren. Daarmee voldoet zij op dat punt niet aan de gevraagde ontzorging en daarmee is dit oordeel niet onbegrijpelijk of onjuist in de zin van het onder 4.2 weergegeven toetsingskader.
Bezwaar 2: onjuiste aanname aantallen kavels per veiling
4.8.
In Wens 1 is onder meer uitgevraagd ‘een beschrijving van de wijze van organisatie van de uitlevering’, hetgeen wordt beoordeeld op ‘De mate waarop inschrijver een concrete beschrijving van organisatie van de uitlevering beschrijft’.
4.9.
TBA heeft in haar inschrijving hierover het volgende aangeboden:
4.10.
In de motivering van de scores is over dit aspect het volgende opgenomen:
De organisatie van de uitlevering is summier omschreven. niet alles is concreet in de wensuitwerking. De stappen van de uitlevering zijn beschreven en er is een vaste dag voor uitlevering.
Er wordt gesproken over één uitleverdag en voor niet opgehaalde voertuigen een tweede uitleverdag. Dit leidt volgens het beoordelingsteam tot een aantal problemen. In de uitvraag is aangegeven dat er ongeveer 200 kavels zijn per veiling (aantallen Beschrijvend Document 2.1), het is niet haalbaar voor Domeinen Roerende Zaken om deze op één dag uit te leveren.
Dit door overbelasting van verkeer in een beperkte ruimte, het werk van Domeinen Roerende Zaken dient ook nog uitgevoerd te kunnen worden.
Ook wordt niet duidelijk hoe er om gegaan wordt met meerdere kavels per koper, deze zullen met vrachtwagens en trailers komen. Wie gaat de koper helpen om de kavel te laden bij het ophalen van de kavel? Tot slot ontstaat er een langere doorlooptijd als een kavel niet op de eerste uitleverdag opgehaald wordt, de volgende uitleverdag is pas 6 dagen later. Een langere doorlooptijd betekend o.a. dat een object langer ruimte inneemt op het terrein van Domeinen Roerende Zaken." [onderstreping voorzieningenrechter]
4.11.
TBA maakt bezwaar tegen de hiervoor onderstreepte passage in de beoordeling over dit onderdeel van Wens 1 en de daarin opgenomen onjuiste aanname dat er ongeveer 200 kavels per veiling worden geveild. Dat aantal is gebaseerd op historische gegevens en de aanname dat er één veiling per maand wordt georganiseerd. Dat is volgens TBA onjuist. Het is (dat is tussen partijen ook niet in geschil) aan inschrijvers zelf om te bepalen hoeveel veilingen zij organiseren. TBA stelt dat zij in de uitwerking van Wens 3 duidelijk heeft gemaakt dat zij gemiddeld één veiling per week zal organiseren. Dat leidt er toe dat er ongeveer 50 kavels per veiling worden geveild en dat is een volstrekt ander uitgangspunt dan 200 kavels per veiling.
4.12.
Zoals hiervoor al is overwogen leidt de enkele omstandigheid dat er in de motivering van de scores een onjuiste aanname staat er niet toe dat ingrijpen door de voorzieningenrechter gerechtvaardigd is. Zoals de Belastingdienst terecht stelt, is de kern van de motivering op dit punt niet dat er 200 kavels per veiling worden geveild, maar dat de organisatie van uitlevering summier is omschreven, waardoor veel aspecten onduidelijk zijn gebleven. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk en zou ook niet anders zijn geweest als de Belastingdienst wel van het juiste aantal kavels per veiling was uitgegaan. Overigens is ook niet onbegrijpelijk dat de beoordelingscommissie is uitgegaan van 200 kavels per veiling. In de huidige situatie is er gemiddeld één veiling per maand, met ongeveer 200 kavels per veiling. Uit de inschrijving van TBA op Wens 1 kan op geen enkele manier worden afgeleid dat TBA voornemens is hier een wijziging in aan te brengen. Dat dit, zoals TBA stelt, wel blijkt uit haar inschrijving op Wens 3 baat haar niet. Zoals de Belastingdienst terecht stelt is voor alle wensen een maximaal aantal pagina’s voorgeschreven en staat het de beoordelingscommissie niet vrij om bij de beoordeling van de ene wens informatie uit een andere wens te betrekken.
Bezwaar 3: klantcontact
4.13.
In de motivering van Wens 3 staat over de beschrijving van de wijze waarop het klantencontact wordt verricht het volgende:
“Het klantcontact is voldoende omschreven, de punten bereikbaarheid, ondersteuningskwaliteit en efficientie geven een voldoende onderbouwing van wat de inschrijver in het klantcontact aanbiedt. De manieren van klantcontact worden door het beoordelingsteam gemist in deze beantwoording. De beantwoording van de wens is hiermee nagenoeg volledig.”
TBA stelt hierover dat zij de manieren van klantcontact “klip en klaar” heeft uitgewerkt en dat dan onnavolgbaar is dat de manieren van klantcontact wordt gemist.
4.14.
De Belastingdienst heeft toegelicht dat de beoordelaars tijdens de consensusbespreking niet hebben opgemerkt dat zij alle manieren van klantcontact geheel missen en dat ook niet bedoeld is dat TBA geen enkele manier van klantcontact beschrijft. De Belastingdienst erkent dat dit wellicht duidelijker in de motivering van de scores opgenomen had kunnen worden.
Conclusie
4.19.
Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat TBA niet aannemelijk heeft gemaakt dat de beoordeling van Wens 1 evidente fouten bevat of om andere redenen ondeugdelijk is.
Wens 3
4.20.
In Wens 3 is één van de doelstellingen dat door middel van het uitbesteden van de veilingactiviteiten een hogere opbrengst wordt gegenereerd dan door middel van het veilen in eigen beheer. Daarvoor moesten inschrijvers in een plan van aanpak onder meer omschrijven hoe de opbrengst voor DRZ wordt gemaximaliseerd.
4.21.
TBA heeft in haar plan van aanpak van Wens 3 onder andere het volgende aangeboden:
Over dit aanbod is het volgende opgenomen in de motivering van de scores:
“In de wensbeantwoording wordt aangegeven dat er een hertaxatie plaatsvindt als het object niet verkocht wordt binnen de gestelde eisen. Er wordt ook aangegeven dat de eerste 250 hertaxaties gratis zijn en dat daarna pas in overleg wordt getreden met Domein Roerende Zaken. Dit gaat in tegen UE23 uit het Programma van Eisen waarin gesteld wordt dat inschrijver in overleg moet treden met Domeinen Roerende Zaken om eventuele acties of alternatieven te bespreken.”
4.22.
Op grond van eis UE23 waar in de motivering van de scores naar wordt verwezen heeft de opdrachtnemer de inspanningsplicht om 100% van de voer- en vaartuigen binnen maximaal twee veilingen en maximaal twee maanden na definitieve aanmelding te verkopen. Als dit niet is gelukt, moet de opdrachtnemer in gesprek treden met DRZ om eventuele acties of alternatieven te bespreken.
4.23.
TBA kan niet worden gevolgd in haar stellingen dat op dit punt een beoordelingsfout gemaakt is. In de inschrijving staat niets anders dan dat hertaxatie volgt als een voertuig na twee keer niet is verkocht. Dat is niet in lijn met hetgeen in eis UE23 is voorgeschreven. Dat de bedoeling van TBA was, zoals zij in dit kort geding heeft toegelicht, om iets extra’s aan te bieden, waarbij het voorgeschreven overleg dan kennelijk wel plaatsvindt en waarbij de Belastingdienst er voor kan kiezen hier wel of geen gebruik van te maken, blijkt simpelweg niet uit de inschrijving. Van een beoordelingsfout is dus geen sprake, eens te minder omdat de inschrijving van TBA op dit onderdeel met een ‘goed’ is beoordeeld. Dat het beoordelingsteam dit aspect niet als “extra meerwaarde” (hetgeen nodig is voor een beoordeling ‘uitstekend’) is allerminst onbegrijpelijk.
4.24.
Ook ten aanzien van de beoordeling van Wens 3 heeft TBA dus niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van evidente fouten bevat of dat die beoordeling om andere redenen ondeugdelijk is.
Conclusie
4.25.
Uit het vorenstaande moet worden geconcludeerd dat er geen grond is voor intrekking van de gunningsbeslissing en herbeoordeling. De primaire vorderingen worden dan ook afgewezen. TBA heeft niet afzonderlijk onderbouwd wat de grondslag is voor heraanbesteding en uit al hetgeen hiervoor is overwogen volgt ook niet dat daarvoor aanleiding bestaat. Ook de subsidiaire vorderingen worden daarom afgewezen. Gelet op het voorgaande en nu ook niet is gebleken van enige grond voor heraanbesteding is er voor ingrijpen door de voorzieningenrechter Het voorgaande leidt tot de conclusie dat er geen reden is voor ingrijpen door de voorzieningenrechter. Alle vorderingen van TBA zullen worden afgewezen.
4.26.
TBA is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de Belastingdienst worden begroot op:
- griffierecht € 714,00
- salaris advocaat € 1.107,00
- nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de
Dictum
Totaal € 1.999,00
4.27.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Dictum
De voorzieningenrechter:
5.1.
wijst de vorderingen van TBA af;
5.2.
veroordeelt TBA in de proceskosten van de Staat van € 1.999,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, waarbij TBA, mocht zij dan niet tijdig aan de veroordeling voldoen, zij na betekening van het vonnis € 92,00 extra verschuldigd is, verhoogd met de kosten van betekening;
5.3.
veroordeelt TBA in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
5.4.
verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Vetter en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2025.
idt
Inleiding
Rechtbank den haag
Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/679089 / KG ZA 25-61
Vonnis in kort geding van 11 maart 2025
in de zaak van
TBAuctions Netherlands B.V. te Amsterdam,
eiseres,
advocaten mrs. C.R.V. Lagendijk en A.F. de Jong te Rotterdam,
tegen:
de Staat der Nederlanden, het Ministerie van Financiën, Directoraat-Generaal Belastingdienst te Den Haag,
gedaagde,
advocaat mr. A.L.M. de Graaf te Den Haag.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘TBA’ en ‘de Belastingdienst’.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties;
- de door de Belastingdienst overgelegde conclusie van antwoord met producties.
1.2.
Op 18 februari 2025 is de mondelinge behandeling gehouden. Hierbij zijn door TBA pleitnotities overgelegd. Tijdens de mondelinge behandeling is vonnis bepaald op vandaag.
Feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
2.1.
De Belastingdienst heeft een openbare aanbesteding georganiseerd voor de opdracht tot “Online verkoop voer- en vaartuigen”. De Belastingdienst beoogt een raamovereenkomst te sluiten met één dienstverlener.
2.2.
De Belastingdienst voert de aanbesteding uit voor Domeinen Roerende Zaken (DRZ). DRZ heeft als wettelijke taak het beheren en verwerken van goederen die strafrechtelijk in beslag zijn genomen door of namens het Rijk en daarnaast heeft het als taak om overtollige goederen van het Rijk te verwerken. In het kader van de uitvoering van haar wettelijke taak verkoopt DRZ in beslagnomen of overbodige goederen. Die verkoop voert DRZ momenteel zelf uit. Doel van de aanbesteding is om een raamovereenkomst te sluiten met een opdrachtnemer die dit verkoopproces gaat verzorgen.
2.3.
De aanbestedingsstukken bestaan uit een Beschrijvend document met bijlagen, waaronder een Programma van Eisen (PvE). Er zijn twee Nota’s van Inlichtingen verstrekt.
2.4.
Gunningscriterium is de economisch meest voordelige inschrijving in de zin van de beste prijs-kwaliteitverhouding. Voor het gunningscriterium prijs kunnen maximaal 55 punten worden behaald en voor het gunningscriterium kwaliteit maximaal 45 punten. Het gunningscriterium kwaliteit val uiteen in drie wensen:
Wens 1: Uitvoering dienstverlening, maximaal 20 punten,
Wens 2: Digitale samenwerking, maximaal 15 punten,
Wens 3: Maximalisatie opbrengst en marktkanalen, maximaal 10 punten.
In dit kort geding zijn alleen Wens 1 en 3 aan de orde. Ten aanzien van de Wensen moeten inschrijvers een plan van aanpak indienen.
2.5.
In paragraaf 4.2 van het Beschrijvend document staat het volgende over Wens 1:
2.6.
Over Wens 3 staat het volgende in paragraaf 4.2 van het Beschrijvend document:
2.7.
Bij de beoordeling van de beantwoording van de Wensen wordt op de volgende manier beoordeeld:
2.8.
Op 6 december 2024 hebben drie partijen, waaronder TBA, een inschrijving ingediend. Op 7 januari 2025 heeft de Belastingdienst TBA in kennis gesteld van de uitkomst van de aanbestedingsprocedure. In de gunningsbeslissing staat dat TBA als tweede in rangorde is geëindigd en daarmee niet in aanmerking komt voor gunning. In de gunningsbeslissing staat de volgende tabel met de door TBA en de winnaar behaalde scores:
Als bijlage bij de brief is een nadere onderbouwing verstrekt op de behaalde scores voor de wensen (hierna: de motivering van de scores).
Geschil
3.1.
TBA vordert – zakelijk weergegeven:
- primair: de Belastingdienst te verbieden de Opdracht op basis van de Gunningsbeslissing te gunnen en te gebieden om de Gunningsbeslissing in te trekken; en, indien en voor zover de Belastingdienst de Opdracht nog wil vergeven, de Belastingdienst:
o te gebieden, alle inschrijvingen opnieuw te laten beoordelen door een nieuw samengestelde deskundige beoordelingscommissie, met inachtneming van dit vonnis;
o te gebieden een nieuwe, adequaat gemotiveerde gunningsbeslissing te nemen, waarbij een termijn voor effectieve rechtsbescherming wordt geboden;
- subsidiair: voor zover zou blijken dat de Aanbestedingsprocedure nooit tot rechtmatige gunning van de Opdracht kan leiden, de Belastingdienst te verbieden de Opdracht op basis van de Gunningsbeslissing te gunnen en te gebieden de Gunningsbeslissing in te trekken; en indien en voor zover de Belastingdienst de Opdracht nog wil vergeven te gebieden de Opdracht opnieuw aan te besteden;
alles met veroordeling van de Belastingdienst in de kosten van deze procedure.
3.2.
Daartoe voert TBA – samengevat – het volgende aan. De Belastingdienst heeft de inschrijving van TBA onjuist beoordeeld en de Gunningsbeslissing kan de uitkomst van de Aanbestedingsprocedure niet dragen. Er zijn criteria in de beoordeling betrokken die niet vooraf in de aanbestedingsstukken kenbaar zijn gemaakt en de motivering voor de uitkomst van de Aanbestedingsprocedure bevat feitelijke onjuistheden over de inschrijving van TBA. De beoordeling is zo onzorgvuldig dat een herbeoordeling door een volledig nieuwe beoordelingscommissie van alle inschrijvingen de enige remedie is. Niet kan worden uitgesloten dat andere inschrijvingen ook op onjuiste wijze zijn beoordeeld. Als zou blijken dat de Aanbestedingsprocedure nooit tot rechtmatige gunning zou kunnen leiden, bijvoorbeeld omdat achteraf bezien de aanbestedingsstukken onvoldoende duidelijke blijken te zijn geweest, moet dit – subsidiair – leiden tot heraanbesteding.
3.3.
De Belastingdienst voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.
Beoordeling
Vooraf
4.1.
TBA voert in de dagvaarding vijf concrete bezwaren tegen de beoordeling van haar inschrijving aan. Vier bezwaren tegen de beoordeling van Wens 1 en één bezwaar tegen de beoordeling van Wens 3. De beoordeling van Wens 2 staat in dit kort geding niet ter discussie.
4.2.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat aan enige mate van subjectiviteit bij de beoordeling van kwalitatieve gunningscriteria niet te ontkomen valt. Dat brengt spanning teweeg met de objectieve beoordelingssystematiek van het aanbestedingsrecht en de daarop toepasselijke beginselen van transparantie en gelijke behandeling, maar dat brengt niet zonder meer met zich dat ook daadwerkelijk sprake is van strijd met dat recht en/of die beginselen. Van belang is dat (i) het voor een potentiële inschrijver duidelijk is wat er van hem wordt verwacht, (ii) de inschrijvingen aan de hand van een zoveel mogelijk objectief toetsbare criteria worden beoordeeld en (iii) de gunningsbeslissing zodanig inzichtelijk wordt gemotiveerd dat het voor een afgewezen inschrijver mogelijk is om de wijze waarop de beoordeling heeft plaatsgevonden te toetsen. Voor het overige komt aan de voorzieningenrechter slechts een beperkte toetsingsvrijheid toe wanneer het aankomt op de beoordeling van kwalitatieve criteria. Aan de aangewezen beoordelingscommissie, waarvan de deskundigheid in beginsel moet worden aangenomen, moet de nodige beoordelingsruimte worden gegund, mede omdat de rechter geen specifieke deskundigheid bezit op het gebied van het onderwerp van de opdracht. Alleen als sprake is van een onbegrijpelijke beoordeling, dan wel procedurele of inhoudelijke onjuistheden en/of onduidelijkheden, die zouden kunnen meebrengen dat de gunningsbeslissing niet deugt, is plaats voor ingrijpen door de rechter.
4.3.
Beoordeling
Wens 1
Bezwaar 1: aanleveren correcte data
4.4.
In haar inschrijving biedt TBA bij Wens 1 onder meer het volgende aan:
Hierover schrijft de beoordelingscommissie in de motivering van de scores het volgende:
“Er wordt beschreven dat Domeinen Roerende Zaken correcte data inclusief financiele staat, documentatie en conditie moet aanleveren. De verantwoordelijkheid van data wordt hiermee bij Domeinen Roerende Zaken gelegd, in het kader van ontzorging is dat niet wenselijk.”
4.5.
In het Beschrijvend document staat in paragraaf 2.1 (Beschrijving van de opdracht) het volgende:
“De voer- en vaartuigen worden door DRZ aangemeld bij de opdrachtnemer. DRZ draagt zorg voor de juiste informatieverstrekking aan de opdrachtnemer. Zo geeft DRZ bijvoorbeeld aan wat de taxatiewaarde is en of er een btw-plicht van toepassing is. De voer- en vaartuigen worden vervolgens op een afgesproken moment voor verkoop fysiek
4.6.
Doelstelling van Wens 1 is dat de uitvoering van de dienstverlening optimaal en zo professioneel mogelijk plaatsvindt. Blijkens de omschrijving van Wens 1 in het Beschrijvend document houdt optimaal in ‘het ontzorgen van opdrachtgever waarbij risico’s zo veel mogelijk worden ondervangen.’
4.7.
TBA verwijst naar het onder 4.5 geciteerde deel van het Beschrijvend document en naar bijlage 1a bij het Beschrijvend document en stelt dat de Belastingdienst zelf tot uitgangspunt neemt dat DRZ zorgdraagt voor een juiste informatieverstrekking. Volgens haar is het oordeel van de beoordelingscommissie dan ook onjuist en onbegrijpelijk. Dat betoog kan niet worden gevolgd. In het onder 4.5 geciteerde deel van het Beschrijvend document wordt immers slechts verwezen naar de taxatiewaarde en of er een btw-plicht is, terwijl TBA in haar inschrijving de verantwoordelijkheid voor correcte informatie breder trekt. Uit bijlage 1a bij het Beschrijvend document kan ook niet worden afgeleid dat de verantwoordelijkheid voor het aanleveren van correctie informatie bij DRZ ligt, zoals TBA in haar inschrijving tot uitgangspunt neemt. Bovendien laten de betreffende passage uit en bijlage bij het Beschrijvend document onverlet dat bij Wens 1 uitdrukkelijk wordt gevraagd om ontzorging van de aanbestedende dienst. TBA heeft er vervolgens voor gekozen om in haar inschrijving onder het kopje “verantwoordelijkheden” op te nemen dat DRZ correcte data moet aanleveren. Daarmee voldoet zij op dat punt niet aan de gevraagde ontzorging en daarmee is dit oordeel niet onbegrijpelijk of onjuist in de zin van het onder 4.2 weergegeven toetsingskader.
Bezwaar 2: onjuiste aanname aantallen kavels per veiling
4.8.
In Wens 1 is onder meer uitgevraagd ‘een beschrijving van de wijze van organisatie van de uitlevering’, hetgeen wordt beoordeeld op ‘De mate waarop inschrijver een concrete beschrijving van organisatie van de uitlevering beschrijft’.
4.9.
TBA heeft in haar inschrijving hierover het volgende aangeboden:
4.10.
In de motivering van de scores is over dit aspect het volgende opgenomen:
De organisatie van de uitlevering is summier omschreven. niet alles is concreet in de wensuitwerking. De stappen van de uitlevering zijn beschreven en er is een vaste dag voor uitlevering.
Er wordt gesproken over één uitleverdag en voor niet opgehaalde voertuigen een tweede uitleverdag. Dit leidt volgens het beoordelingsteam tot een aantal problemen. In de uitvraag is aangegeven dat er ongeveer 200 kavels zijn per veiling (aantallen Beschrijvend Document 2.1), het is niet haalbaar voor Domeinen Roerende Zaken om deze op één dag uit te leveren.
Dit door overbelasting van verkeer in een beperkte ruimte, het werk van Domeinen Roerende Zaken dient ook nog uitgevoerd te kunnen worden.
Ook wordt niet duidelijk hoe er om gegaan wordt met meerdere kavels per koper, deze zullen met vrachtwagens en trailers komen. Wie gaat de koper helpen om de kavel te laden bij het ophalen van de kavel? Tot slot ontstaat er een langere doorlooptijd als een kavel niet op de eerste uitleverdag opgehaald wordt, de volgende uitleverdag is pas 6 dagen later. Een langere doorlooptijd betekend o.a. dat een object langer ruimte inneemt op het terrein van Domeinen Roerende Zaken." [onderstreping voorzieningenrechter]
4.11.
TBA maakt bezwaar tegen de hiervoor onderstreepte passage in de beoordeling over dit onderdeel van Wens 1 en de daarin opgenomen onjuiste aanname dat er ongeveer 200 kavels per veiling worden geveild. Dat aantal is gebaseerd op historische gegevens en de aanname dat er één veiling per maand wordt georganiseerd. Dat is volgens TBA onjuist. Het is (dat is tussen partijen ook niet in geschil) aan inschrijvers zelf om te bepalen hoeveel veilingen zij organiseren. TBA stelt dat zij in de uitwerking van Wens 3 duidelijk heeft gemaakt dat zij gemiddeld één veiling per week zal organiseren. Dat leidt er toe dat er ongeveer 50 kavels per veiling worden geveild en dat is een volstrekt ander uitgangspunt dan 200 kavels per veiling.
4.12.
Zoals hiervoor al is overwogen leidt de enkele omstandigheid dat er in de motivering van de scores een onjuiste aanname staat er niet toe dat ingrijpen door de voorzieningenrechter gerechtvaardigd is. Zoals de Belastingdienst terecht stelt, is de kern van de motivering op dit punt niet dat er 200 kavels per veiling worden geveild, maar dat de organisatie van uitlevering summier is omschreven, waardoor veel aspecten onduidelijk zijn gebleven. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk en zou ook niet anders zijn geweest als de Belastingdienst wel van het juiste aantal kavels per veiling was uitgegaan. Overigens is ook niet onbegrijpelijk dat de beoordelingscommissie is uitgegaan van 200 kavels per veiling. In de huidige situatie is er gemiddeld één veiling per maand, met ongeveer 200 kavels per veiling. Uit de inschrijving van TBA op Wens 1 kan op geen enkele manier worden afgeleid dat TBA voornemens is hier een wijziging in aan te brengen. Dat dit, zoals TBA stelt, wel blijkt uit haar inschrijving op Wens 3 baat haar niet. Zoals de Belastingdienst terecht stelt is voor alle wensen een maximaal aantal pagina’s voorgeschreven en staat het de beoordelingscommissie niet vrij om bij de beoordeling van de ene wens informatie uit een andere wens te betrekken.
Bezwaar 3: klantcontact
4.13.
In de motivering van Wens 3 staat over de beschrijving van de wijze waarop het klantencontact wordt verricht het volgende:
“Het klantcontact is voldoende omschreven, de punten bereikbaarheid, ondersteuningskwaliteit en efficientie geven een voldoende onderbouwing van wat de inschrijver in het klantcontact aanbiedt. De manieren van klantcontact worden door het beoordelingsteam gemist in deze beantwoording. De beantwoording van de wens is hiermee nagenoeg volledig.”
TBA stelt hierover dat zij de manieren van klantcontact “klip en klaar” heeft uitgewerkt en dat dan onnavolgbaar is dat de manieren van klantcontact wordt gemist.
4.14.
De Belastingdienst heeft toegelicht dat de beoordelaars tijdens de consensusbespreking niet hebben opgemerkt dat zij alle manieren van klantcontact geheel missen en dat ook niet bedoeld is dat TBA geen enkele manier van klantcontact beschrijft. De Belastingdienst erkent dat dit wellicht duidelijker in de motivering van de scores opgenomen had kunnen worden.
Conclusie
4.19.
Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat TBA niet aannemelijk heeft gemaakt dat de beoordeling van Wens 1 evidente fouten bevat of om andere redenen ondeugdelijk is.
Wens 3
4.20.
In Wens 3 is één van de doelstellingen dat door middel van het uitbesteden van de veilingactiviteiten een hogere opbrengst wordt gegenereerd dan door middel van het veilen in eigen beheer. Daarvoor moesten inschrijvers in een plan van aanpak onder meer omschrijven hoe de opbrengst voor DRZ wordt gemaximaliseerd.
4.21.
TBA heeft in haar plan van aanpak van Wens 3 onder andere het volgende aangeboden:
Over dit aanbod is het volgende opgenomen in de motivering van de scores:
“In de wensbeantwoording wordt aangegeven dat er een hertaxatie plaatsvindt als het object niet verkocht wordt binnen de gestelde eisen. Er wordt ook aangegeven dat de eerste 250 hertaxaties gratis zijn en dat daarna pas in overleg wordt getreden met Domein Roerende Zaken. Dit gaat in tegen UE23 uit het Programma van Eisen waarin gesteld wordt dat inschrijver in overleg moet treden met Domeinen Roerende Zaken om eventuele acties of alternatieven te bespreken.”
4.22.
Op grond van eis UE23 waar in de motivering van de scores naar wordt verwezen heeft de opdrachtnemer de inspanningsplicht om 100% van de voer- en vaartuigen binnen maximaal twee veilingen en maximaal twee maanden na definitieve aanmelding te verkopen. Als dit niet is gelukt, moet de opdrachtnemer in gesprek treden met DRZ om eventuele acties of alternatieven te bespreken.
4.23.
TBA kan niet worden gevolgd in haar stellingen dat op dit punt een beoordelingsfout gemaakt is. In de inschrijving staat niets anders dan dat hertaxatie volgt als een voertuig na twee keer niet is verkocht. Dat is niet in lijn met hetgeen in eis UE23 is voorgeschreven. Dat de bedoeling van TBA was, zoals zij in dit kort geding heeft toegelicht, om iets extra’s aan te bieden, waarbij het voorgeschreven overleg dan kennelijk wel plaatsvindt en waarbij de Belastingdienst er voor kan kiezen hier wel of geen gebruik van te maken, blijkt simpelweg niet uit de inschrijving. Van een beoordelingsfout is dus geen sprake, eens te minder omdat de inschrijving van TBA op dit onderdeel met een ‘goed’ is beoordeeld. Dat het beoordelingsteam dit aspect niet als “extra meerwaarde” (hetgeen nodig is voor een beoordeling ‘uitstekend’) is allerminst onbegrijpelijk.
4.24.
Ook ten aanzien van de beoordeling van Wens 3 heeft TBA dus niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van evidente fouten bevat of dat die beoordeling om andere redenen ondeugdelijk is.
Conclusie
4.25.
Uit het vorenstaande moet worden geconcludeerd dat er geen grond is voor intrekking van de gunningsbeslissing en herbeoordeling. De primaire vorderingen worden dan ook afgewezen. TBA heeft niet afzonderlijk onderbouwd wat de grondslag is voor heraanbesteding en uit al hetgeen hiervoor is overwogen volgt ook niet dat daarvoor aanleiding bestaat. Ook de subsidiaire vorderingen worden daarom afgewezen. Gelet op het voorgaande en nu ook niet is gebleken van enige grond voor heraanbesteding is er voor ingrijpen door de voorzieningenrechter Het voorgaande leidt tot de conclusie dat er geen reden is voor ingrijpen door de voorzieningenrechter. Alle vorderingen van TBA zullen worden afgewezen.
4.26.
TBA is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de Belastingdienst worden begroot op:
- griffierecht € 714,00
- salaris advocaat € 1.107,00
- nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de
Dictum
Totaal € 1.999,00
4.27.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Dictum
De voorzieningenrechter:
5.1.
wijst de vorderingen van TBA af;
5.2.
veroordeelt TBA in de proceskosten van de Staat van € 1.999,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, waarbij TBA, mocht zij dan niet tijdig aan de veroordeling voldoen, zij na betekening van het vonnis € 92,00 extra verschuldigd is, verhoogd met de kosten van betekening;
5.3.
veroordeelt TBA in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
5.4.
verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Vetter en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2025.
idt