Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-05-26
ECLI:NL:RBDHA:2025:9350
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
933 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.7682 en NL25.7683
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer/voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam] , V-nummer: [v-nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. V.L. van Wieringen),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. M. Weerman).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en het opleggen van een inreisverbod voor de duur van 10 jaar.
1.1.
De rechtbank heeft beroep, samen met het verzoek om voorlopige voorziening, op 26 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. De gemachtigde van eiser is met bericht niet verschenen.
1.2.
De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten en direct mondeling uitspraak gedaan.
Dictum
De rechtbank/voorzieningenrechter
verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Overwegingen
2. De minister heeft de rechtbank op 23 mei 2025 bericht dat eiser op 21 mei 2025 met onbekende bestemming is vertrokken.
3. De rechtbank ziet zich dan ook voor de vraag gesteld of eiser nog belang heeft bij een inhoudelijke behandeling van zijn beroep.
4. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat wanneer een vreemdeling die een asielaanvraag heeft ingediend, met onbekende bestemming vertrekt zonder te laten weten waar hij verblijft er in principe vanuit kan worden gegaan dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. Dat is anders als een vreemdeling nog contact met zijn gemachtigde heeft.
5. De rechtbank heeft gelet op 23 mei 2025 een bericht in het dossier geplaatst met de vraag of de gemachtigde nog contact heeft met eiser en of er nog procesbelang is.
6. De gemachtigde heeft op 26 mei 2025 laten weten dat eiser en gemachtigde niet zullen verschijnen. Verder merkt de gemachtigde in dat bericht op dat hij geen bemerkingen heeft bij het procesbelang.
7. Onder deze omstandigheden - er wordt geen antwoord gegeven op de vraag of de gemachtigde contact heeft met eiser - gaat de rechtbank er vanuit dat er geen contact meer is tussen eiser en gemachtigde en dat eiser dus geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. Daarom is er geen belang meer bij een inhoudelijke behandeling van het beroep en is het beroep niet-ontvankelijk.
8. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
9. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Deze uitspraak is gedaan en uitgesproken in het openbaar op 26 mei 2025 door
mr. M. Munsterman, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. V. Vegter, griffier en gepseudonimiseerd gepubliceerd op rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Tegen de uitspraak in beroep kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 1 week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.
Dan wel diens ambtsvoorganger, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
NL25.7683.