Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-01-22
ECLI:NL:RBDHA:2025:8284
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,461 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam Bestuursrecht Zaaknummer: NL24.46344 V-nummer: 287.025.7913
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser (gemachtigde: mr. M.J.A. Rinkes),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. J.H.A. van Eijk).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de
afwijzing van zijn herhaalde asielaanvraag als kennelijk ongegrond met het bestreden besluit van 16 november 2024.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep op 10 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde zijn niet verschenen met bericht van verhindering.
1.2.
De rechtbank heeft de gemachtigde van eiser zowel telefonisch op de zitting als schriftelijk gevraagd, of eiser al dan niet opnieuw gehoord zou willen worden over zijn aanvraag in het geval de rechtbank zou concluderen tot een gebrek in de besluitvorming. De gemachtigde van eiser heeft de rechtbank op 14 januari 2025 bericht dat eiser niet opnieuw gehoord wil worden, waarna de rechtbank het onderzoek heeft gesloten.
Achtergrond
2. Op 11 maart 2019 heeft eiser een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel ingediend. Deze aanvraag is bij besluit van 26 juni 2019 buitenbehandeling gesteld, omdat Italië verantwoordelijk was voor die aanvraag. Dit besluit is onherroepelijk geworden met de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Middelburg van 18 juli 2019.1 Vóór de overdracht aan Italië is eiser met onbekende bestemming vertrokken.
1. Zaaknummer NL19.14838 (niet gepubliceerd).
2.1.
Op 14 augustus 2019 is er een aanvraag voor een verblijfsvergunning ‘humanitair tijdelijk’ voor eiser ingediend vanwege zijn aangifte van mensenhandel. Deze aanvraag is in het onherroepelijke besluit van 20 augustus 2019 afgewezen.
2.2.
Eiser heeft op 13 juli 2021 opnieuw een aanvraag voor een asielvergunning ingediend. Deze aanvraag is afgewezen als ongegrond bij het besluit van 7 maart 2022 en daarbij is een terugkeerbesluit opgelegd. Met de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Middelburg, van 10 augustus 2022 is dit besluit onherroepelijk geworden.2
2.3.
Op 22 oktober 2024 heeft eiser onderhavige asielaanvraag ingediend. Met de bestreden beslissing van 16 november 2024 is de aanvraag door de minister afgewezen als kennelijk ongegrond.3 Tevens is een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar.
Asielrelaas
3. Aan de herhaalde asielaanvraag heeft eiser ten grondslag gelegd dat hij de Nigeriaanse nationaliteit bezit en biseksueel is. Eiser verklaart problemen te hebben met een mensensmokkelaar genaamd [naam 1] die nog geld van hem verlangt en daarnaast is hij een slachtoffer van mensenhandel. Hierdoor kan hij niet terugkeren naar Nigeria.
De bestreden beslissing
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:
- identiteit, nationaliteit en herkomst;
- biseksuele gerichtheid;
- de problemen met [naam 1] .
De minister acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig. De biseksuele gerichtheid en de problemen met [naam 1] acht de minister ongeloofwaardig.
Beoordeling
5. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
6. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, dat betekend dat eiser geen gelijk krijgt. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Was het zorgvuldig om eiser op 8 november 2024 te horen?
7. De rechtbank is van oordeel dat het onzorgvuldig was om eiser op 8 november 2024 te horen en legt hierna uit waarom.
2 ECLI:NL:RBDHA:2022:8165.
3 Op grond van de artikelen 31, eerste lid en 30b, eerste lid, aanhef en onder g van de Vreemdelingenwet 2000.
7.1. 30
30 oktober 2024 was de eerste dag van het gehoor opvolgende aanvraag. Dat gehoor is toen afgebroken, omdat eiser herhaaldelijk aangaf zich mentaal en fysiek niet fit genoeg te voelen om het gehoor voort te zetten.4 Hij gaf in dat gehoor onder andere het volgende aan:
“Wat is er precies aan de hand?
Ik ben heel erg gestrest. Mijn hoofd zit vol en ik ben heel veel aan het denken. Op deze manier kan ik geen antwoorden geven aan de IND en dat wil ik niet. Ik wil niet dat mijn verklaringen worden beïnvloed door de hoeveelheid aan stress die ik nu ervaar. Ik ben ook nog eens verzwakt vanwege de slaapproblemen die ik heb. Als ik nu doorga, ga ik dingen zeggen die niet kloppen. Dan moet ik alles later weer goedmaken.”5
en
“Begrijp ik dan goed dat u het gehoor nu wilt afbreken?
Ja. Ik wil stoppen nu want ik wil een arts zien voordat ik verderga. Daarna kan ik beslissen of ik verder kan gaan of niet.”. 6
Na herhaaldelijke bevestiging is uiteindelijk het gehoor gestaakt. Eiser is door de gehoormedewerker verzocht om een afspraak bij een arts te maken.7
Op 4 november zou het gehoor een vervolg krijgen, maar eiser gaf toen aan nog niet gezien te zijn door een psycholoog en hij heeft toen opnieuw geweigerd om het gehoor voort te zetten.8 Een arts van Medi-First heeft die dag tweemaal geprobeerd om eiser te spreken, maar dat lukte niet omdat hij bezoek had in het detentiecentrum op Schiphol.9 Op
4 november 2024 heeft eiser wel spreekuurcontact gehad met een verpleegkundige.10 Op
6 november 2024 is er een medisch advies verzonden waarin geadviseerd werd om eiser niet te horen.11 In het advies staat onder andere dat eiser een mogelijke psychische aandoening en lichamelijke klachten heeft en daardoor beperkingen op het gebied van korte en lange termijn geheugen heeft. Hierdoor kon hij (nog) niet worden gehoord. Hij werd doorverwezen naar de medische dienst.
Op 7 november 2024 is eiser vervolgens gezien door de heer. [functie] (arts).12 Hij heeft op 25 november 2024 een medisch advies verzonden, waaruit blijkt dat eiser gehoord kon worden.13
4 Pagina 8 en 9 van het gehoor opvolgende aanvraag.
5 Pagina 8 van het gehoor opvolgende aanvraag.
6 Pagina 9 van het gehoor opvolgende aanvraag.
7 Pagina 10 van het gehoor opvolgende aanvraag.
8 Pagina 10 en 11 van het gehoor opvolgende aanvraag.
9 Idem.
10 Zie het medisch advies van 6 november 2024.
11 Idem.
12 Zie het medisch advies van 25 november 2024.
13 Idem.
7.2.
De rechtbank is met eiser van oordeel dat op 8 november 2024, het moment waarop eisers gehoor opvolgende aanvraag is voortgezet, niet duidelijk was dat eiser in medisch opzicht in staat was om gehoord te kunnen worden. Op de zitting is namens de minister nog een verklaring van de heer [functie] overgelegd waarin het volgende staat:
“(…) Ik heb betrokkene op 7 november op mijn spreekuur op Schiphol gezien. Ik ben toen tot een voorlopig wel horen advies gekomen. Omdat de informatie niet geheel helder was, is op 8 november aanvullende medische informatie opgevraagd. Deze is 18-11-2024 ontvangen. Op basis daarvan is het medische advies op 25-11-2024 door mij afgerond. De informatie was nodig om een duidelijker beeld te krijgen van de mogelijkheden en beperkingen van betrokkene met betrekking tot het horen. Dit is in het advies van 25-11-2024 weergegeven.
Ik kan me niet herinneren dat ik op 7 of 8 november telefonisch een voorlopig advies aan de IND heb afgegeven. Mogelijk is de strekking van het voorlopige advies wel besproken met de verpleegkundige, maar zeker niet met de IND. (…)”
Uit dit bericht is op te maken dat er nog medische informatie, die was opgevraagd bij GZA14, beoordeeld moest worden door de arts alvorens een definitief advies over het al dan niet horen gegeven kon worden. Deze gang van zaken wordt ondersteund door het medisch advies dat is verzonden op 25 november 2024, omdat hieruit blijkt dat op die dag nog dossieronderzoek door de arts is verricht.15
7.3.
De rechtbank stelt vast dat er op 8 november 2024 geen positief advies lag om eiser te horen en verder blijkt uit het dossier dat er op 8 november 2024 een calamiteitenmelding is gedaan van suïcidedreiging door bepaalde uitingen van eiser in het gehoor. Dat eiser toch is gehoord, is onzorgvuldig. Dit betekent dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen.
7.4.
De rechtbank zal dit gebrek echter met toepassing van artikel 6:22 van de Awb16 passeren, omdat eiser evident niet in zijn belangen is geschaad. Eiser heeft namelijk op
14 januari 2025 de rechtbank desgevraagd geïnformeerd dat hij geen prijs stelt op een nieuw gehoor opvolgende aanvraag. Hij wenst met deze uitspraak duidelijkheid te krijgen over de voorliggende afwijzing van zijn opvolgende asielaanvraag. De rechtbank zal daar gehoor aan geven.
Heeft de minister de gestelde biseksuele gerichtheid niet geloofwaardig kunnen achten?
8. De rechtbank stelt voorop dat het aan eiser is om gemotiveerd te onderbouwen op welke punten het bestreden besluit ontoereikend is. De minister is in het bestreden besluit gemotiveerd ingegaan op de zienswijze van eiser. Voor zover eiser in beroep niet heeft geconcretiseerd op welke punten de motivering van het bestreden besluit ontoereikend is,
14 GezondheidsZorg Asielzoekers.
15Zie het medisch advies van 25 november 2024.
16 Algemene wet bestuursrecht.
kan bovendien de enkele verwijzing naar of herhaling van de zienswijze niet leiden tot een vernietiging van het bestreden besluit.17
8.1.
In het bestreden besluit is de minister gemotiveerd op de zienswijze van eiser ingegaan. Eiser heeft niet gemotiveerd waarom deze reactie van de minister tekortschiet. Reeds hierom faalt de beroepsgrond.
Heeft de minister de gestelde problemen met [naam 1] en het risico van re-trafficking niet geloofwaardig kunnen achten?
9. Zoals onder overweging 8 ook is overwogen, is het aan eiser om te concretiseren op welke punten de motivering van het bestreden besluit ontoereikend is geweest. Eiser heeft ook hier niet gemotiveerd waarom de reactie van de minister op de zienswijze in het bestreden besluit tekortschiet. Reeds hierom faalt de beroepsgrond.
9.1.
Eiser doet in dit kader ook een beroep op het arrest [arrest 1] . Dit arrest vindt echter alleen toepassing als nationale procedureregels in de weg staan aan een inhoudelijke beoordeling. De minister heeft eisers opvolgende asielaanvraag inhoudelijk beoordeeld in het bestreden besluit en deze niet niet-ontvankelijk verklaard, zoals de omstandigheid was in voornoemd arrest. Het arrest is dus niet van toepassing.
Conclusie
11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt.
12. De rechtbank heeft artikel 6:22 van de Awb toegepast en daarom bestaat er aanleiding om de minister te veroordelen in de proceskosten van eiser. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 907- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor van 1).
17 Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, onder meer de uitspraak van 4 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2169.
18 Arrest van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak Bahadar tegen Nederland van 19 februari 1998, ECLI:CE:ECHR:1998:0219JUD002589494.
19 Hof van Justitie van de Europese Unie in de zaak Ararat tegen Nederland van 17 oktober 2024, ECLI:EU:C:2024:892.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt de minister tot het betalen van € 907,- aan proceskosten aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Doets, rechter, in aanwezigheid van
mr. E. Waal, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
22 januari 2025
Documentcode: DSR44778508
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.