Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-05-09
ECLI:NL:RBDHA:2025:8274
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
555 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.5122
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[eiser]
, V-nummer: [V-nummer] , verzoekster mede namens haar minderjarige kinderen [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2015, V-nummer: [V-nummer] en [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2024, V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. H. Loth),
en
de Minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: J.P. Arts).
Procesverloop
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft met het bestreden besluit van 27 januari 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond en in het geval van [minderjarige 2] als ongegrond. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van de NL25.5121, op 31 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster, B. Ogbamichael als tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling
3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.5121, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. den Dulk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W.J.T. Twijnstra, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
09 mei 2025
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.