Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-01-14
ECLI:NL:RBDHA:2025:820
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
437 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.41975
uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 januari 2025 in de zaak tussen
[verzoeker] , v-nummer: [nummer] , verzoeker
(gemachtigde: mr. M. Rasul),
en
de minister van Asiel en Migratie.
(gemachtigde: mr. J.R. Sotthewes-de Jonge).
Procesverloop
1. Bij besluit van 22 oktober 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond.
2. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
3. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL24.41974, op6 december 2024 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Beoordeling
4. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.41974, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.W.B. Heijmans, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.M. Hampsink, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.