Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-01-03
ECLI:NL:RBDHA:2025:81
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,667 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.28191
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. P.L.M. Stieger),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. A.R.J. Maas).
Procesverloop
Bij besluit van 19 juni 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 28 november 2024 op zitting behandeld in Breda. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, mr. E.G. Grigorjan als waarnemer van de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder.
Overwegingen
1. Eiser is geboren op [datum] 1992 en heeft de Syrische nationaliteit. Hij heeft op 16 september 2022 een asielaanvraag in Nederland ingediend.
Asielrelaas
2. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag gelegd. Eiser heeft Syrië in 2013 verlaten, nadat hij was gearresteerd en gedetineerd. Hij wordt als opposant beschouwd door de Syrische autoriteiten. Van 2013 tot 2022 verbleef hij in Turkije. Eiser heeft in 2018 met behulp van een tussenpersoon een Turks paspoort geregeld om een visum in Duitsland aan te vragen. De Duitse autoriteiten hebben eisers visumaanvraag afgewezen.
3. Bij terugkeer naar Turkije vreest eiser te worden gediscrimineerd omdat hij de Syrische nationaliteit heeft. Zo vreest eiser om fysiek aangevallen te worden. Ook zal hij geen werk in zijn vakgebied – politicologie – kunnen uitoefenen omdat hij als Syriër geen kritiek op de Turkse autoriteiten mag hebben. Verder vreest hij dat hij door de Turkse autoriteiten wordt uitgezet naar Syrië. Bij terugkeer naar Syrië vreest hij voor de dienstplicht en zwaar te worden gestraft, omdat hij als opposant wordt beschouwd.
Bestreden besluit
4. Bij het bestreden besluit heeft verweerder eisers asielaanvraag afgewezen als ongegrond. Verweerder stelt dat eiser naast de Syrische nationaliteit ook de Turkse nationaliteit heeft. Uit EU-Vis volgt namelijk dat hij met een Turks paspoort een Duits visum heeft aangevraagd. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat zijn Turkse paspoort is vervalst. In dat kader wordt overwogen dat uit landeninformatie blijkt dat het voor eiser mogelijk is om een dubbele nationaliteit te hebben en dat het niet onmogelijk was voor eiser om de Turkse nationaliteit te verkrijgen. Ook wordt overwogen dat eisers verklaringen over het hebben van de Turkse nationaliteit wisselend zijn.
5. Verweerder vindt het geloofwaardig dat eiser is gediscrimineerd in Turkije vanwege zijn Syrische afkomst. Ook vindt hij het geloofwaardig dat eiser in Syrië in aanmerking komt voor de militaire dienstplicht én dat hij in Syrië willekeurig is gearresteerd en vervolgens werd gedetineerd.
6. Verweerder is van oordeel dat eiser zijn vrees voor vervolging bij terugkeer naar Turkije niet aannemelijk heeft gemaakt. De door eiser ondervonden discriminatie geldt namelijk niet als daad van vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag. In dat verband wordt geoordeeld dat geen sprake is van een zodanige ernstige beperking in de bestaansmogelijkheden dat het voor eiser onmogelijk werd gemaakt om op sociaal en maatschappelijk gebied te functioneren. Ook wordt overwogen dat eiser niet eerder fysieke agressie heeft ervaren wegens zijn Syrische afkomst. Verder is niet gebleken dat hij vanwege zijn afkomst problemen heeft gehad bij het uiten van kritiek op de Turkse autoriteiten. Eisers vrees voor uitzetting naar Syrië bij terugkeer naar Turkije, heeft hij evenmin aannemelijk gemaakt. Eiser heeft immers sinds 2018 de Turkse nationaliteit en niet is aannemelijk gemaakt dat Turkije zijn eigen staatsburgers uitzet naar Syrië. In dat verband wordt opgemerkt dat eiser heeft verklaard nooit problemen te hebben ondervonden met de Turkse autoriteiten.
7. In het bestreden besluit wordt niet ingegaan op eisers vrees voor vervolging of ernstige schade bij terugkeer naar Syrië, omdat hij ook over de Turkse nationaliteit beschikt en naar dat land dient terug te keren.
Beroepsgronden
8. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Eisers meest verstrekkende beroepsgrond is dat hij niet beschikt over de Turkse nationaliteit. Hij voert daartoe het volgende aan. Ten aanzien van de Duitse visumaanvraag is eiser niet bekend met de reden voor de afwijzing. Het enkele feit dat de Turkse nationaliteit in de visumaanvraag wordt vermeld, betekent niet dat zijn nationaliteit vaststaat of door de Duitse autoriteiten onderzoek is gedaan naar zijn paspoort. Daarnaast is het paspoort via een tussenpersoon, op onofficiële wijze, aangevraagd en verkregen. Het paspoort is daardoor vals. Eiser heeft het paspoort slechts korte tijd gezien en heeft het niet in handen gehad. Eiser heeft bij de Turkse ambassade en autoriteiten navraag gedaan welke gegevens zij hebben, maar de Turkse ambassade verleent geen medewerking. Eiser verkeert daarom in bewijsnood. Verder volgt uit zijn Kimlik – een identiteitsdocument – dat hij geen andere documenten heeft. Op zijn Kimlik staat niet dat eiser de Turkse nationaliteit heeft.
9. Eiser stelt verder onder verwijzing naar nieuwsbronnen dat Syrische vluchtelingen in Turkije worden gediscrimineerd en dat hun situatie is verslechterd. Hij verwijst daarbij ook naar zijn eigen ervaringen in Turkije. Zo heeft hij enkel zwart kunnen werken en meent hij dat er geen bestaanszekerheid is. Onder verwijzing naar diverse bronnen stelt eiser daarnaast dat Syrische vluchtelingen door de Turkse overheid naar Syrië worden uitgezet. In dat verband is van belang dat eisers Turkse paspoort vals is, waardoor hij bij terugkeer naar Turkije zal worden veroordeeld en vreest hij daarom te worden teruggestuurd naar Syrië. In Syrië vreest eiser voor zijn leven. Voorts voert eiser aan dat in het bestreden besluit niet wordt genoemd naar welk land eiser moet terugkeren.
10. Tot slot stelt eiser dat hij een geldige ingebrekestelling heeft ingediend en dat verweerder ten onrechte geen dwangsommen heeft vastgesteld.
Oordeel van de rechtbank
Eisers Turkse nationaliteit
11. Verweerder heeft niet ten onrechte overwogen dat eiser over de Turkse nationaliteit beschikt.
12. Allereerst wijst verweerder er terecht op dat uit vaste rechtspraak volgt dat hij in beginsel mag uitgaan van de juistheid van de informatie die uit EU-Vis volgt. Het is vervolgens aan eiser om aan te tonen dat in zijn geval deze informatie onjuist is. Eiser is hierin niet geslaagd. Uit EU-Vis volgt dat eiser Turks staatsburger is en met behulp van een Turks paspoort een visumaanvraag bij de Duitse autoriteiten heeft ingediend. Bij zijn verweerschrift heeft verweerder een bericht van de Duitse autoriteiten van 4 oktober 2024 gevoegd, waarin staat dat de Duitse autoriteiten geen twijfels hadden over eisers Turkse nationaliteit. De visumaanvraag is afgewezen, omdat er twijfels waren over de tijdige terugkeer van eiser naar Turkije. Gelet op deze reactie van de Duitse autoriteiten, heeft verweerder op juiste gronden geconcludeerd dat eisers visumaanvraag niet is afgewezen omdat zijn paspoort vals is.
13. Eiser heeft daarnaast niet aannemelijk gemaakt dat de omstandigheid dat zijn paspoort op onofficiële wijze is verkregen per definitie betekent dat zijn paspoort vals is. Vastgesteld wordt dat eiser deze stelling niet met stukken heeft onderbouwd. Verweerder heeft daarentegen wel met landeninformatie voldoende onderbouwd dat het mogelijk is om zowel in Syrië als in Turkije een dubbele nationaliteit te hebben. Eisers stelling dat hij niet kan bewijzen dat het paspoort vals is en hij in bewijsnood verkeert, heeft hij niet aannemelijk gemaakt. Hoewel niet in geschil is dat eiser contact heeft opgenomen met de Turkse ambassade, is niet gebleken dat hij alle mogelijke wegen heeft bewandeld. Zo heeft eiser geen verklaring van nationaliteit bij de Turkse ambassade aangevraagd. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat de Turkse ambassade niet wil meewerken aan informatieverzoeken van eiser. Het dossier bevat immers geen stukken dat eiser de Turkse ambassade (schriftelijk) heeft herinnerd aan zijn informatieverzoek. Voor zover eiser stelt dat de Turkse ambassade mondeling heeft bevestigd dat eiser niet over de Turkse nationaliteit beschikt, ontbreekt van deze verklaring een schriftelijke bevestiging in het dossier. Voor wat betreft eisers Kimlik, heeft verweerder kunnen overwegen dat de omstandigheid dat op de website van de Turkse overheid alleen eisers Kimlik-nummer staat, niet wil zeggen dat eiser niet de Turks nationaliteit heeft.
Conclusie
19. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.
20. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 3 januari 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Visuminformatiesysteem van de Europese Unie.
Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 12 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1017.
Zie het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 17 oktober 2024, ECLI:EU:C:2024:892 (Ararat).