Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-02-27
ECLI:NL:RBDHA:2025:7970
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,967 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.44939
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. T. Thissen),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. J.E. Herlaar).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. Hij heeft op 10 november 2021 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 24 oktober 2024 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
1.1.
De rechtbank heeft beroep op 13 februari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, S. Parvez als tolk en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2. Eiser heeft de Pakistaanse nationaliteit en is geboren op [datum] 1991. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat Tehreek-e-Labbaik partij (hierna: TLP) eiser heeft veroordeeld voor blasfemie, omdat eiser, zijn vader en broers een grondstuk niet wilden afstaan. Tegen eiser en zijn broers is een fatwa uitgebracht. Eiser is tijdens een gebedsdienst beschoten door leden van de TLP en is daarna samen met zijn broer gevlucht. Na zijn vertrek is zijn vader meerdere keren gearresteerd en mishandeld. Tijdens de periode dat eiser en zijn broer in Turkije woonden is zijn broer uitgezet naar Pakistan. Hij is daar door de politie mishandeld en vervolgens overleden.
3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:
- identiteit, nationaliteit en herkomst;
- problemen met de TLP.
Verweerder heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig gevonden. De problemen met de TLP heeft verweerder ongeloofwaardig gevonden, omdat eiser onvoldoende documenten heeft gegeven en daar geen goede verklaring voor heeft. Ook vormen de verklaringen van eiser geen samenhangend en aannemelijk geheel, omdat eiser summier en wisselend heeft verklaard. Verder vindt verweerder ook dat het niet aannemelijk is dat de vader van eiser maandelijks werd meegenomen naar het politiebureau en vervolgens werd vrijgelaten gedurende een periode van zes jaar. Op grond van het geloofwaardig asielmotief kan eiser volgens verweerder niet als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag worden aangemerkt. Ook is dit asielmotief onvoldoende zwaarwegend om aan te nemen dat eiser een reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 van het EVRM.
Wat vindt eiser in beroep?
4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert het volgende aan. Eiser kan zich niet vinden in verweerders stelling dat het feit dat in de overlijdensakte staat dat er sprake is van een natuurlijke dood, afbreuk doet aan het relaas van eiser. Eiser kan dit niet volgen nu dezelfde staat verantwoordelijk is voor de afgifte van de overlijdensakte van het slachtoffer en nooit zal erkennen wat de werkelijke oorzaak is geweest. De dood door marteling kan eiser niet met documenten onderbouwen. Dat eiser niet vervolgd zal worden omdat na het opleggen van de fatwa 12 jaar zijn verstreken, is volledig in strijd is met de werkelijkheid. Uit de landeninformatie blijkt immers dat er geen sprake is van verjaring van beschuldigingen van blasfemie. Het is aan verweerder om te motiveren waarom eiser geen risico meer loopt op vervolging. Ook is er geen wisseling in de verklaring door wie eiser wordt gezocht. Een beschuldiging van blasfemie leidt namelijk tot vervolging zowel door geestelijken als door de overheid. Ten aanzien van de TLP merkt eiser op dat deze partij erg actief is. Uit de landeninformatie blijkt niet dat de voorganger van TLP, de Tehreek-e-Labbaik Ya Rasul Allah, niet ook gewoon als TLP werd aangeduid. Dat de TLP op het moment van het vervaardigen van de fatwa geen politieke macht had, betekent niet dat het relaas van eiser dat de politie hem zoekt tegenstrijdig is. Tot slot stelt eiser dat het niet vreemd is dat zijn moeder en zus niet zijn meegenomen door de politie, omdat dit zou leiden tot de verontwaardiging dat de politie vrouwen meeneemt en hun eer schendt.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank stelt vast dat verweerder ter zitting ten aanzien van de geloofwaardigheidsbeoordeling van de relevante asielmotieven, de voorwaarde van artikel 31, zesde lid, onder b van de Vw 2000 heeft laten vervallen. Verweerder stelt zich nog wel op het standpunt dat niet aan de voorwaarde van artikel 31, zesde lid, onder c van de Vw 2000 wordt voldaan.
5.1.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft kunnen stellen dat de problemen met de TLP ongeloofwaardig zijn. Verweerder heeft hierbij kunnen betrekken dat eiser wisselend heeft verklaard over wie precies naar hem opzoek is. Zo heeft eiser eerst verklaard dat de zowel de politie als de TLP naar hem op zoek zijn. Vervolgens verklaart eiser dat het alleen de TLP is en dat de regering niet op zoek is naar hem. Ook heeft verweerder aan eiser kunnen tegenwerpen dat hij summier heeft verklaard over waarom de TLP nog steeds naar hem op zoek zou zijn. Eiser heeft na zijn vertrek nooit meer iets vernomen van de TLP en ook heeft hij na zijn vertrek geen hinder hiervan ondervonden. Daarnaast heeft verweerder kunnen betrekken dat de TLP gedurende een periode van 12 jaar ook geen verhaal heeft gehaald bij de moeder van eiser over de verblijfplaats van eiser. Dat bij vrouwen geen verhaal wordt gehaald omdat dit voor verontwaardiging zou zorgen, heeft eiser op geen enkele wijze onderbouwd. Verweerder heeft terecht gewezen op het feit dat uit externe bronnen blijkt dat vrouwen wel degelijk kunnen worden lastig gevallen en beschuldigd kunnen worden van blasfemie. Tot slot heeft verweerder kunnen betrekken dat de TLP niet bestond op het moment dat eiser stelt problemen daarmee te hebben gehad. De partij is namelijk pas in 2015 opgericht, zodat verweerder het ongerijmd heeft kunnen vinden dat de TLP in 2012 een Fatwa heeft uitgebracht. Bovendien was eiser in de periode 2012-2015 ook in Turkije. Dat volgens eiser uit de landeninformatie niet blijkt dat de voorganger van de TLP, de Tehreek-e-Labbaik Ya Rasul Allah, ook niet werd aangeduid als TLP heeft eiser op geen enkele wijze onderbouwd.
Conclusie
6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M.A. Vinken, rechter, in aanwezigheid van
mr. R.S. Ouertani, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Verweerder heeft dit punt ter zitting ingetrokken.
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.