Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-05-08
ECLI:NL:RBDHA:2025:7934
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,494 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.18714
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer],
geboren op [geboortedatum] 1998, Tunesische nationaliteit,
eiser,
(gemachtigde: mr. G.A. Dorsman),
en
de Minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. G. Cambier).
Procesverloop
Verweerder heeft eiser op 22 april 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld, welk beroep tevens wordt aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 6 mei 2025 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen H. Lotfi. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Verweerder heeft eiser in bewaring gesteld ter fine van terugkeer naar Tunesië. De feitelijke terugkeer is voorzien op 12 mei 2025.
2. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat het risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken en eiser de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. Verweerder heeft om het onttrekkingsrisico te onderbouwen 5 zogenoemde zware gronden en 4 zogenoemde lichte gronden opgevoerd.
3. Eiser stelt zich op het standpunt dat gelet op het arrest Bouskoura de maatregel van aanvang af onrechtmatig is. Aan de zijde van verweerder is sprake van kwade trouw omdat de voorgaande maatregel te lang heeft voortgeduurd nadat de grondslag is komen te ontvallen. Eiser vindt dat de schottentheorie moet worden doorbroken en dat hij daarom in vrijheid moet worden gesteld.
4. De rechtbank zal het beroep ongegrond verklaren en motiveert dit als volgt.
5. Eiser wordt sinds 6 november 2024 ononderbroken in bewaring gehouden op grond van opvolgend opgelegde bewaringsmaatregelen op verschillende grondslagen. Voorafgaand aan de thans geldende maatregel is eiser in bewaring gehouden op grond van een op 21 januari 2025 opgelegde maatregel op de zogenoemde asielgrondslag. De rechtbank, zittingsplaats Rotterdam, heeft bij uitspraak van 11 februari 2025 de oplegging van die maatregel rechtmatig geacht (NL25.3399, niet gepubliceerd) en bij uitspraak van 21 maart 2025 de verdere tenuitvoerlegging van de maatregel ook rechtmatig geacht (ECLI:NL:RBDHA:2025:47870). Eiser heeft tegen de voortduring van die maatregel wederom een volgberoep ingediend en ook dit volgberoep is door de rechtbank, zittingsplaats Rotterdam, in behandeling genomen. De rechtbank, zittingsplaats Rotterdam, heeft het onderzoek in dat volgberoep gesloten op 2 mei 2025 en heeft ten tijde van de onderhavige uitspraak nog geen uitspraak gedaan in die procedure.
6. De voorgaande maatregel is opgeheven op dinsdag 22 april 2025. De rechtbank begrijpt de beroepsgrond van eiser dat de schotten moeten worden doorbroken omdat de grondslag aan de voorgaande maatregel is komen te ontvallen op donderdag 17 april 2025 en de maatregel pas op 22 april 2025 is opgeheven. Verweerder heeft immers ter zitting op vragen van de rechtbank over de oorzaak van dit tijdsverloop aangegeven dat het tijdsverloop niet is gelegen in de omstandigheid dat het voortduren van de voorgaande maatregel heeft plaatsgevonden tijdens de Paasdagen, maar in een verlofdag van de regievoerder op 18 april 2025 en het capaciteitsgebrek bij de Kmar. De rechtbank kan het gedurende meerdere dagen tenuitvoerleggen van de voorgaande maatregel nadat de grondslag is komen te ontvallen evenwel niet betrekken bij de rechtmatigheidsbeoordeling van de thans geldende maatregel. De rechtbank, zittingsplaats Rotterdam, is belast met de behandeling van het volgberoep en heeft het onderzoek gesloten nadat de voorgaande maatregel is opgeheven. Dit betekent dat de rechtbank, zittingsplaats Rotterdam, uitspraak zal doen over de rechtmatigheid van de tenuitvoerlegging van de voorgaande maatregel tot aan de opheffing van die maatregel en het kan niet zo zijn dat tweemaal door eerstelijns rechters een rechterlijk oordeel wordt gegeven over de rechtmatigheid van dezelfde periode waarin eiser in bewaring is gehouden. De rechtbank wijst er hierbij op dat het onderzoek in het volgberoep in de voorgaande maatregel door de rechtbank, zittingsplaats Rotterdam, is gesloten voordat de rechtbank het onderzoek ter zitting in de onderhavige procedure is aangevangen. De rechtbank heeft eiser ter zitting gewezen op deze juridische complicaties die in de weg staan aan de beoordeling of de schotten moeten worden doorbroken, maar eiser heeft er voor gekozen om zijn volgberoep te handhaven.
7. De rechtbank beoordeelt in de onderhavige procedure, gelet op het bovenstaande, alleen of de thans geldende maatregel aan alle rechtmatigheidsvereisten voldoet. Voor zover eiser als beroepsgrond heeft aangevoerd dat in de M120 ten onrechte in de verzwaarde belangenafweging is vermeld dat eiser niet heeft meegewerkt aan zijn terugkeer omdat hij gedurende zijn asielprocedure niet gehouden is tot deze plicht, slaagt deze grond niet. In de M120 is een zeer uitgebreide verzwaarde belangenafweging gemaakt waarin ook gewicht is toegekend aan het niet meewerken door eiser aan de vaststelling van zijn identiteit en nationaliteit en deze omstandigheden hebben onder meer ten grondslag gelegen aan de voorgaande maatregel. In de verzwaarde belangenafweging is ook -terecht- de medische conditie van eiser betrokken en de geringe duur dat de maatregel na deze belangenafweging voortduurt voordat deze op 12 mei 2025 wordt opgeheven in verband met de feitelijke verwijdering van eiser. Verweerder heeft de te verrichten belangenafweging dus deugdelijk gemotiveerd.
8. De rechtbank heeft alle overige rechtmatigheidsvereisten gecontroleerd en stelt vast dat de maatregel rechtsgeldig is opgelegd en rechtmatig heeft voortgeduurd in de door de rechtbank te toetsen periode. De rechtbank zal de maatregel dan ook niet opheffen. Eiser maakt geen aanspraak op schadevergoeding en de rechtbank ziet geen aanleiding om een proceskostenveroordeling uit te spreken.
Dictum
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. van Lokven, rechter, in aanwezigheid van mr.M.B.J. Schreijen, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 08 mei 2025.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.18714
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer],
geboren op [geboortedatum] 1998, Tunesische nationaliteit,
eiser,
(gemachtigde: mr. G.A. Dorsman),
en
de Minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. G. Cambier).
Procesverloop
Verweerder heeft eiser op 22 april 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld, welk beroep tevens wordt aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 6 mei 2025 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen H. Lotfi. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Verweerder heeft eiser in bewaring gesteld ter fine van terugkeer naar Tunesië. De feitelijke terugkeer is voorzien op 12 mei 2025.
2. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat het risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken en eiser de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. Verweerder heeft om het onttrekkingsrisico te onderbouwen 5 zogenoemde zware gronden en 4 zogenoemde lichte gronden opgevoerd.
3. Eiser stelt zich op het standpunt dat gelet op het arrest Bouskoura de maatregel van aanvang af onrechtmatig is. Aan de zijde van verweerder is sprake van kwade trouw omdat de voorgaande maatregel te lang heeft voortgeduurd nadat de grondslag is komen te ontvallen. Eiser vindt dat de schottentheorie moet worden doorbroken en dat hij daarom in vrijheid moet worden gesteld.
4. De rechtbank zal het beroep ongegrond verklaren en motiveert dit als volgt.
5. Eiser wordt sinds 6 november 2024 ononderbroken in bewaring gehouden op grond van opvolgend opgelegde bewaringsmaatregelen op verschillende grondslagen. Voorafgaand aan de thans geldende maatregel is eiser in bewaring gehouden op grond van een op 21 januari 2025 opgelegde maatregel op de zogenoemde asielgrondslag. De rechtbank, zittingsplaats Rotterdam, heeft bij uitspraak van 11 februari 2025 de oplegging van die maatregel rechtmatig geacht (NL25.3399, niet gepubliceerd) en bij uitspraak van 21 maart 2025 de verdere tenuitvoerlegging van de maatregel ook rechtmatig geacht (ECLI:NL:RBDHA:2025:47870). Eiser heeft tegen de voortduring van die maatregel wederom een volgberoep ingediend en ook dit volgberoep is door de rechtbank, zittingsplaats Rotterdam, in behandeling genomen. De rechtbank, zittingsplaats Rotterdam, heeft het onderzoek in dat volgberoep gesloten op 2 mei 2025 en heeft ten tijde van de onderhavige uitspraak nog geen uitspraak gedaan in die procedure.
6. De voorgaande maatregel is opgeheven op dinsdag 22 april 2025. De rechtbank begrijpt de beroepsgrond van eiser dat de schotten moeten worden doorbroken omdat de grondslag aan de voorgaande maatregel is komen te ontvallen op donderdag 17 april 2025 en de maatregel pas op 22 april 2025 is opgeheven. Verweerder heeft immers ter zitting op vragen van de rechtbank over de oorzaak van dit tijdsverloop aangegeven dat het tijdsverloop niet is gelegen in de omstandigheid dat het voortduren van de voorgaande maatregel heeft plaatsgevonden tijdens de Paasdagen, maar in een verlofdag van de regievoerder op 18 april 2025 en het capaciteitsgebrek bij de Kmar. De rechtbank kan het gedurende meerdere dagen tenuitvoerleggen van de voorgaande maatregel nadat de grondslag is komen te ontvallen evenwel niet betrekken bij de rechtmatigheidsbeoordeling van de thans geldende maatregel. De rechtbank, zittingsplaats Rotterdam, is belast met de behandeling van het volgberoep en heeft het onderzoek gesloten nadat de voorgaande maatregel is opgeheven. Dit betekent dat de rechtbank, zittingsplaats Rotterdam, uitspraak zal doen over de rechtmatigheid van de tenuitvoerlegging van de voorgaande maatregel tot aan de opheffing van die maatregel en het kan niet zo zijn dat tweemaal door eerstelijns rechters een rechterlijk oordeel wordt gegeven over de rechtmatigheid van dezelfde periode waarin eiser in bewaring is gehouden. De rechtbank wijst er hierbij op dat het onderzoek in het volgberoep in de voorgaande maatregel door de rechtbank, zittingsplaats Rotterdam, is gesloten voordat de rechtbank het onderzoek ter zitting in de onderhavige procedure is aangevangen. De rechtbank heeft eiser ter zitting gewezen op deze juridische complicaties die in de weg staan aan de beoordeling of de schotten moeten worden doorbroken, maar eiser heeft er voor gekozen om zijn volgberoep te handhaven.
7. De rechtbank beoordeelt in de onderhavige procedure, gelet op het bovenstaande, alleen of de thans geldende maatregel aan alle rechtmatigheidsvereisten voldoet. Voor zover eiser als beroepsgrond heeft aangevoerd dat in de M120 ten onrechte in de verzwaarde belangenafweging is vermeld dat eiser niet heeft meegewerkt aan zijn terugkeer omdat hij gedurende zijn asielprocedure niet gehouden is tot deze plicht, slaagt deze grond niet. In de M120 is een zeer uitgebreide verzwaarde belangenafweging gemaakt waarin ook gewicht is toegekend aan het niet meewerken door eiser aan de vaststelling van zijn identiteit en nationaliteit en deze omstandigheden hebben onder meer ten grondslag gelegen aan de voorgaande maatregel. In de verzwaarde belangenafweging is ook -terecht- de medische conditie van eiser betrokken en de geringe duur dat de maatregel na deze belangenafweging voortduurt voordat deze op 12 mei 2025 wordt opgeheven in verband met de feitelijke verwijdering van eiser. Verweerder heeft de te verrichten belangenafweging dus deugdelijk gemotiveerd.
8. De rechtbank heeft alle overige rechtmatigheidsvereisten gecontroleerd en stelt vast dat de maatregel rechtsgeldig is opgelegd en rechtmatig heeft voortgeduurd in de door de rechtbank te toetsen periode. De rechtbank zal de maatregel dan ook niet opheffen. Eiser maakt geen aanspraak op schadevergoeding en de rechtbank ziet geen aanleiding om een proceskostenveroordeling uit te spreken.
Dictum
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. van Lokven, rechter, in aanwezigheid van mr.M.B.J. Schreijen, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 08 mei 2025.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.