Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-02-28
ECLI:NL:RBDHA:2025:7245
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,174 tokens
Inleiding
Rechtbank DEN HAAG
Team belastingrecht
zaaknummer: SGR 24/1425
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 februari 2025 in de zaak tussen
[belanghebbende], wonende te [woonplaats], belanghebbende(gemachtigde: D. van der Locht),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Pijnacker-Nootdorp, heffingsambtenaar.
De bestreden uitspraak op bezwaar
De uitspraak van de heffingsambtenaar van 1 december 2023 op het bezwaar van belanghebbende tegen de beschikking waarbij de waarde van de onroerende zaak gelegen aan de [adres 1] te [woonplaats] (de woning) op 1 januari 2022 (de waardepeildatum) op de voet van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) voor het kalenderjaar 2023 is vastgesteld op € 330.000 (de beschikking).
Zitting
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 januari 2025.
Namens belanghebbende is verschenen C.M.L. Poen, kantoorgenoot van gemachtigde. De heffingsambtenaar heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 1] en [naam 2].
Overwegingen
1. In geschil is de waarde van de woning op de waardepeildatum. Belanghebbende bepleit een lagere waarde.
2. Ingevolge artikel 17, tweede lid, van de Wet WOZ wordt de waarde van de woning bepaald op de waarde die aan de woning dient te worden toegekend, indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger de zaak in de staat waarin die zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen.
3. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de heffingsambtenaar met de matrix en wat overigens is aangevoerd, aannemelijk gemaakt dat de waarde van de woning niet op een te hoog bedrag is vastgesteld. Belanghebbende stelt dat vergelijkingsobjecten [adres 2] en [adres 3] niet goed vergelijkbaar zijn met het onderhavige object, omdat deze op een afstand van 1,5 kilometer liggen. De heffingsambtenaar heeft opgemerkt dat deze afstand niet als aanzienlijk kan worden beschouwd en dat twee van de drie vergelijkingsobjecten zich binnen dezelfde dorpskern bevinden als het onderhavige object. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar.
4. Hetgeen belanghebbende heeft aangevoerd, doet aan het hiervoor gegeven oordeel niet af. Belanghebbende voert aan dat onvoldoende rekening is gehouden met de verouderde badkamer, matige onderhoudstoestand, scheurvorming in de binnenmuren, gebrekkig schilderwerk, slechte kozijnen en voegwerk. Volgens belanghebbende kan het onderhoudsniveau van het onderhavige object niet als gemiddeld worden aangemerkt. De heffingsambtenaar wijst erop dat deze stelling haaks staat op het door belanghebbende ingebrachte taxatierapport, waarin het onderhoud als gemiddeld is beoordeeld. Bovendien blijkt uit de overgelegde foto’s niet dat een verdere correctie van het onderhouds- en voorzieningenniveau noodzakelijk is.
5. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is het beroep ongegrond.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.D. Gunster, rechter, in aanwezigheid van G. Uwineza, griffier. De uitspraak is in het openbaar uitgesproken op 28 februari 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht).
Dat kan digitaal via www.rechtspraak.nl, daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.
Bij het instellen van het hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1 - bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het hogerberoepschrift is, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend.
Verder vermeldt u ten minste het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de datum van verzending;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).