Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-04-28
ECLI:NL:RBDHA:2025:7115
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Vereenvoudigde behandeling
814 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.14040
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. A. Szirmai).
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 3 oktober 2023.
1.1.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en heeft gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. De rechtbank heeft het beroep daarom niet op zitting behandeld en sluit hierbij het onderzoek.
Beoordeling
Is het beroep ontvankelijk?
2. De minister moet uiterlijk binnen zes maanden na het ontvangen van de aanvraag beslissen. De minister heeft de beslistermijn met negen maanden verlengd. De beslistermijn vangt aan op het moment dat Nederland verantwoordelijk geworden is voor de aanvraag. Eiser heeft de minister gevraagd om alsnog binnen twee weken te beslissen. Vervolgens heeft eiser beroep ingesteld.
3. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft geoordeeld dat de minister de beslistermijn rechtmatig heeft verlengd. Eiser heeft de aanvraag ingediend op 3 oktober 2023. Uit de stukken in het dossier blijkt dat Nederland met ingang van 30 juni 2024 verantwoordelijk is geworden voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser. De beslistermijn eindigt in het geval van eiser op 30 september 2025.
4. Dat betekent dat de ingebrekestelling van 9 januari 2025 te vroeg en dus prematuur is ingediend. Het beroep voldoet daarom niet aan de voorwaarden voor een ontvankelijk beroep.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
mr. B.A. Smit, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.
Artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw. Met inwerkingtreding van het WBV 2023/26, voor alle asielaanvragen ingediend tussen 1 januari 2024 en 1 januari 2025.
Artikel 42, zesde lid, van de Vw.
Artikel 6:12, tweede lid, aanhef en onder a van de Awb.
Artikel 6:12, tweede lid, aanhef en onder b van de Awb.
ECLI:NL:RBDHA:2025:940.