Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-01-22
ECLI:NL:RBDHA:2025:687
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
878 tokens
Inleiding
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 23-7339
Zaaknummer: C/09/655042
Datum beschikking: 22 januari 2025
Scheiding
Beschikking op het op 9 oktober 2023 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
vrouw,
wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. E. Tahitu te Amsterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man] ,
de man,
wonende in [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. J.C.G.J. van der Linden te Voorburg.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
het verzoekschrift;
het verweerschrift tevens zelfstandig verzoekschrift;
- het verweer tegen het zelfstandig verzoek;
- het F9-forumulier van 2 februari 2024, met bijlagen, van de zijde van de vrouw;
- het F9-forumulier van 13 januari 2025 van de zijde van de vrouw;
- het F9-formulier van 16 januari 2025 van de zijde van de man, met aanvulling op het zelfstandig verzoek;
- het F9-formulier van 17 januari 2025 van de zijde van de vrouw;
- het emailbericht van 17 januari 2025 van de zijde van de vrouw.
Verzoek en verweer
De vrouw heeft haar oorspronkelijke verzoek tot echtscheiding ingetrokken. Ter beoordeling ligt nog voor het verzoek van de man om de vrouw bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking te veroordelen in de kosten van de procedure, begroot op € 402.
Beoordeling
De man stelt dat de vrouw op oneigenlijke gronden misbruik maakt van het procesrecht, omdat de vrouw wist dat er sprake was van een voltooide echtscheiding in Egypte waar de vrouw haar medewerking aan heeft verleend.
De vrouw voert aan dat zij er niet van op de hoogte was dat de in Egypte uitgesproken echtscheiding kon worden erkend in Nederland en dat zij daarom het – later ingetrokken – verzoekschrift strekkende tot echtscheiding heeft ingediend.
De rechtbank is met de man van oordeel dat het op de weg van de vrouw had gelegen om haar advocaat te informeren over de in Egypte uitgesproken echtscheiding. De advocaat van de vrouw had haar dan anders kunnen adviseren.
Dat de vrouw dit heeft nagelaten, betekent echter niet zonder meer dat sprake is van misbruik van procesrecht. Bovendien is gesteld noch gebleken dat de man of zijn advocaat, na ontvangst van het verzoekschrift en vóór indiening van het verweerschrift, de advocaat van de vrouw hebben geïnformeerd over de echtscheiding in Egypte. Als dat wel was gebeurd, was zeker gesteld dat de advocaat van de vrouw van de echtscheiding op de hoogte was geweest en had die er op dat moment voor kunnen kiezen het verzoekschrift in te trekken. Daarmee waren de kosten van de man beperkt gebleven tot een enkele brief, in plaats van de nu gemaakte kosten voor het verweerschrift en griffierecht. Daarmee heeft de man de door hem gemaakte kosten mede aan zichzelf te wijten.
De rechtbank wijst het verzoek van de man daarom af.
Dictum
De rechtbank:
wijst het verzoek om de vrouw te veroordelen in de kosten van de echtscheidingsprocedure, af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Brakel, rechter, bijgestaan door C. Schrijvershof als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 22 januari 2025.