Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-04-17
ECLI:NL:RBDHA:2025:6528
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
564 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 24/14892
uitspraak van de voorzieningenrechter van 17 april 2025 in de zaak tussen
[naam],
V-nummer: [nummer],
[naam],
V-nummer: [nummer],
[naam],
V-nummer: [nummer],
[naam],
V-nummer: [nummer],
gezamenlijk: verzoekers,
(gemachtigde: mr. T.M. van der Wal),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. Verzoekers hebben op 9 juni 2022 een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf ingediend.
1.1.
Verzoekers hebben op 20 september 2024 een tweede beroep tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag ingediend (AWB 24/14891). Verzoekers hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.
Beoordeling
2. Bij uitspraak van vandaag (AWB 24/14891), heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af als kennelijk ongegrond.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. B.A. Smit, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.