Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-04-17
ECLI:NL:RBDHA:2025:6491
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Vereenvoudigde behandeling
878 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.12415
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , verzoeker,
V-nummer: [nummer] ,
(gemachtigde: mr. M. Issa)
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Overwegingen
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het verzoek om de minister te veroordeling in de vergoeding van zijn proceskosten.
2. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Beoordeling
3. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
4. Verzoeker heeft de aanvraag ingediend op 29 september 2022. Deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam heeft bij uitspraak van 28 augustus 2023 het beroep van verzoeker tegen het niet tijdig nemen van een besluit gegrond verklaard en de minister een nieuwe beslistermijn van twee weken opgelegd. Gelet hierop zou de beslistermijn in geval van verzoeker op 12 september 2023 eindigen.
5. Bij besluit van 20 maart 2024 heeft de minister de asielaanvraag van verzoeker ingewilligd. 6. Verzoeker heeft vervolgens op 21 maart 2024 onderhavig beroep ingediend tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Op 30 april 2024 heeft verzoeker het beroep ingetrokken.7. De rechtbank stelt vast dat de minister op het moment van het indienen van het beroep niet in gebreke was om op tijd een besluit te nemen, hetgeen zou hebben geleid tot een niet-ontvankelijk beroep.
8. Nu er geen sprake is van een ontvankelijk beroep, is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen aan verzoeker in de zin van artikel 8:75a van de Awb.
9. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat de minister in haar brief van 15 mei 2024 aangeeft bereid te zijn de proceskosten van verzoeker te vergoeden. Wat daar ook van zij, het maakt de beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep niet anders. Verzoeker kan zich tot de minister richten met betrekking tot de door haar getoonde bereidheid.
Conclusie
10. De rechtbank wijst het verzoek af als kennelijk ongegrond.
11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank wijs het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van F.Q. Peters, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.