Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-04-01
ECLI:NL:RBDHA:2025:6462
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
542 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.50115
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[verzoekster] , verzoekster, V-nummer: [V-nummer] ,
mede namens haar minderjarige kinderen
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4],
(gemachtigde: mr. R.P.M. Ngasirin),
en
de Minister van Asiel en Migratie, de minister, (gemachtigde: J. Vreijsen).
Inleiding
1. Bij besluit van 9 december 2024 heeft de minister de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard.
1.1.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL24.50114, op 19 februari 2025 op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen H. Qaboobe. De minister heeft zich afgemeld voor de zitting.
Beoordeling
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.50114, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep en het beroep ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst her verzoek om die reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
Z.P. de Wilde, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
01 april 2025
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.