Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-04-15
ECLI:NL:RBDHA:2025:6332
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
517 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.4481
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], verzoeker,
V-nummer: [nummer],(gemachtigde: mr. R. Dhalganjansing),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: M.J. Hofstra).
Procesverloop
Bij besluit van 14 oktober 2024 (het primaire besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER afgewezen. Met het besluit van 23 januari 2025 op het bezwaar van verzoeker (het bestreden besluit) is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 31 maart 2025 op zitting behandeld, samen met zaaknummer NL25.4477. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker en de gemachtigde van verzoeker. Verder waren bij de zitting aanwezig de zus en het nichtje van verzoeker en een bij het nichtje betrokken jongerenwerker. De gemachtigde van de minister heeft zich afgemeld voor de zitting.
Beoordeling
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.4477, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep en het beroep ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.C. Drenten-Boon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.