Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-03-28
ECLI:NL:RBDHA:2025:6279
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
646 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.1831
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster] , verzoekster, V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. K. Mohasselzadeh), en
de Minister van Asiel en Migratie, de minister,
(gemachtigde: N. Hamzaoui).
Inleiding
1. Bij besluit van 8 januari 2025 heeft de minister de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure buiten behandeling gesteld.
1.1.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL25.1830, op 13 maart 2025 op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen I. Onwuegbuchu. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde.
Beoordeling
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.1830, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep en het beroep ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2.1.
Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter de minister wel in de door verzoeker gemaakt proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 907,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1).
Dictum
De voorzieningenrechter:
wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;
veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 907,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
Z.P. de Wilde, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
28 maart 2025
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.