Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-03-24
ECLI:NL:RBDHA:2025:6231
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
534 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.31479
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker]
, V-nummer: [V-nummer] , verzoeker
(gemachtigde: mr. A.A. Ubbergen),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. L.J.M. Rog).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker.
1.1.
De minister heeft de aanvraag van verzoeker tot afgifte van een verblijfsdocument EU/EER met het primaire besluit van 29 september 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 26 juli 2024 op het bezwaar van verzoeker is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL24.31455, op 28 februari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, [partner] (de partner van verzoeker), de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.31455, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E.A. Braeken, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
24 maart 2025
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.