Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-04-07
ECLI:NL:RBDHA:2025:5732
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
679 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.11317
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam] , geboren op [geboortedatum 1] , van Marokkaanse nationaliteit,
alias
[alias 1]
, geboren op [geboortedatum 2] , van Marokkaanse nationaliteit,
alias
[alias 2]
, geboren op [geboortedatum 3] , van Algerijnse nationaliteit,
V-nummer: [nummer] , verzoeker
(gemachtigde: mr. M.A.M. Karsten),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. R.M. Koning).
Procesverloop
1. Met het besluit van 12 maart 2024 (het bestreden besluit 1) heeft de minister aan verzoeker een zwaar inreisverbod - onder intrekking van het licht inreisverbod - en een besluit tot signalering voor de duur van tien jaar opgelegd.
1.1.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit 1 beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
Met het besluit van 17 juli 2024 (het bestreden besluit 2) heeft de minister het bestreden besluit 1 gewijzigd en aangevuld. Het beroep van verzoeker heeft van rechtswege mede betrekking op het bestreden besluit 2.
1.3.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 1 april 2025, samen met het beroep in de zaak NL24.11312, op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker (bijgestaan door een tolk), de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister. Het onderzoek ter zitting is gesloten.
Beoordeling
2. Bij uitspraak van vandaag, in de zaak met nummer NL24.11312, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het beroep is daarbij ongegrond verklaard en de bestreden besluiten 1 en 2 zijn in stand gelaten. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.A. Ruiter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
NL24.11312.
Dit volgt uit artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.