Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-04-01
ECLI:NL:RBDHA:2025:5459
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
771 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.50679
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster], V-nummer: [V-nummer], verzoekster
(gemachtigde: mr. H.A.C. Klein Hesselink),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. R.E. Thijssen).
Procesverloop
In het besluit van 22 november 2024 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen.
Verzoekster heeft bij verweerder bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat zij de beslissing op het bezwaar in Nederland mag afwachten.
Verweerder heeft meegedeeld zich niet tegen toewijzing van het verzoek te verzetten.
De voorzieningenrechter doet met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak buiten zitting.
Overwegingen
1. Van de indiener van een verzoekschrift bij de voorzieningenrechter wordt griffierecht geheven. Verzoekster heeft het verzoek gedaan om hiervan te worden vrijgesteld. Eerder heeft de voorzieningenrechter dit verzoek voorlopig toegewezen. Gelet op wat verzoekster naar voren heeft gebracht over haar inkomen, en gelet op het door haar ondertekende formulier, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om dit verzoek definitief toe te wijzen. Van verzoekster zal dan ook geen griffierecht worden geheven.
2. In de omstandigheid dat verweerder heeft meegedeeld zich niet te verzetten tegen de door verzoekster gevraagde voorlopige voorziening, ziet de voorzieningenrechter voldoende aanleiding om het verzoek op hierna te melden wijze als kennelijk gegrond toe te wijzen.
3. In de toewijzing van het verzoek ziet de voorzieningenrechter aanleiding om verweerder te veroordelen in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 907 bestaande uit een punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 907 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1 (gemiddeld).
Dictum
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
- schorst het primaire besluit en verbiedt verweerder verzoekster uit Nederland te verwijderen tot de beslissing op bezwaar bekend is gemaakt;
- veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten ter hoogte van € 907.
Deze uitspraak is gedaan op 1 april 2025 door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.