Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-02-26
ECLI:NL:RBDHA:2025:4744
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
554 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.47784
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker, geboren op [2000] 2000, alias:
[alias]
,
geboren op [2001], van Marokkaanse nationaliteit, V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. K. Benchaïb), en
de Minister van Asiel en Migratie, de minister, (gemachtigde: mr. E.H.J.M. de Bonth).
Procesverloop
Bij besluit van 29 november 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL24.47783, op 13 februari 2025 op zitting behandeld. De gemachtigde van verzoeker is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verzoeker is niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.47783, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep en het beroep ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E.A. Braeken, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van Z.P. de Wilde, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
26 februari 2025
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.