Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-03-21
ECLI:NL:RBDHA:2025:4670
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
484 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.654
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], verzoeker,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. L.J. Meijering),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: D. Meier).
Procesverloop
1. Bij het bestreden besluit van 6 januari 2025 heeft de minister de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen op de grond dat België hiervoor verantwoordelijk is.
1.1.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld (zaaknummer NL25.653) en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De minister heeft de rechtbank bericht dat verzoeker met onbekende bestemming is vertrokken. Zijn gemachtigde heeft op 28 februari 2025 bericht dat zij geen contact meer heeft met verzoeker.
1.3
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het samenhangende beroep van verzoeker, en dat beroep niet-ontvankelijk verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.J. van Bruggen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nlDe uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.