Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-03-13
ECLI:NL:RBDHA:2025:4465
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,018 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2025:4465 text/xml public 2026-01-29T09:47:44 2025-03-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2025-03-13 NL24.29419 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2025:3527, Bekrachtiging/bevestiging Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:4465 text/html public 2025-03-21T15:28:18 2025-03-21 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2025:4465 Rechtbank Den Haag , 13-03-2025 / NL24.29419 Asiel – Jemen – artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn – veiligheidssituatie in Jemen - motiveringsgebreken in de bestreden besluiten – beroepen gegrond + Proceskostenveroordeling. Het beroep is gegrond. uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.29419 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. L.M. Weber), en de Minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. S. Kuster). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Eiser stelt van Jemenitische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1994. Hij heeft op 6 december 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 26 juni 2024 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond. 1.1. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.2. De rechtbank heeft beroep op 5 februari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, A. Garabetiah als tolk en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank beoordeelt de rechtmatigheid van de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser. 3. De rechtbank verklaart het beroep gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het asielrelaas 4. Eiser woonde sinds 1996 in Egypte en is sindsdien niet meer teruggekeerd naar Jemen. Eiser kan omwille van de oorlog niet terug naar Jemen, omdat hij vreest voor vervolging en rekrutering door de Houthi’s en liquidaties, ontvoeringen en eerwraak door de familie van zijn ouders. Het bestreden besluit 5. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister één relevant element, namelijk de identiteit, nationaliteit en herkomst. Dit geloofwaardige relevante element heeft de minister verder beoordeeld. Hij heeft zich op het standpunt gesteld dat uit de verklaringen van eiser niet blijkt dat hij een gegronde vrees heeft voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Daarnaast heeft eiser volgens de minister niet aannemelijk gemaakt dat hij bij uitzetting een reëel risico loopt op ernstige schade. Hoewel er willekeurig geweld is, is de situatie verbeterd en loopt niet elke burger bij terugkeer gevaar. Humanitaire omstandigheden zijn niet doorslaggevend. Eiser behoort niet tot de groep met verhoogd rekruteringsrisico en heeft familie in Jemen, waardoor hij wel een sociaal vangnet heeft. Gelet daarop komt eiser volgens de minister niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Verder heeft de minister geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw verleend en evenmin uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw. Het besluit bevat voorts een terugkeerbesluit met een vertrektermijn van nul dagen. De vrees voor vervolging door de Houthi’s en de familie 6. Eiser voert aan dat de minister onvoldoende aandacht heeft besteed aan het vluchtelingschap van eiser en dit onvoldoende heeft gemotiveerd. Hij vreest voor vervolging vanwege zijn individuele omstandigheden. Naast de vrees voor Houthi’s heeft eiser vrees voor eerwraak door de familie van zijn ouders. Eiser heeft verschillende dreigende berichten van zijn familie ontvangen. Ook heeft eiser geen netwerk om zich te beschermen en is hij een kwetsbaar persoon gezien zijn specifieke situatie. Eiser geeft aan dat hij alleen Egyptisch-Arabisch spreekt en maar kort in Jemen heeft gewoond. Hierdoor zal hij als ‘buitenstaander’ worden gezien en een makkelijk doelwit kunnen zijn voor gewapende groepen, zo stelt eiser. 7. Volgens de minister is er onvoldoende bewijs en worden de dreigberichten van de familie van eiser ongeloofwaardig geacht. 8. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het relaas van eiser over de gestelde problemen met zijn familie en zijn geloofsovertuiging ongeloofwaardig is. De minister heeft aan eiser kunnen tegenwerpen dat er te weinig documenten en bewijs zijn om deze problemen te kunnen vaststellen. Daarnaast heeft de minister terecht vastgesteld dat de dreigberichten van de familie plots in 2024 zijn verschenen en hiervoor niet. Deze problemen zijn verder ook niet tijdens de gehoren naar voren gekomen. 9. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd waarom eiser als persoon in het vizier van de Houthi’s zou zijn bij terugkeer naar Jemen. De minister heeft aan eiser kunnen tegenwerpen dat er te weinig documenten en bewijs zijn om dit probleem te kunnen vaststellen. 10. Ten aanzien van de gestelde kwetsbare positie van eiser, is de rechtbank van oordeel dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eiser bij terugkeer gelet op zijn persoonlijke situatie geen vervolging heeft te vrezen. In het bestreden besluit heeft de minister de persoonlijke omstandigheden die eiser verder heeft aangevoerd onvoldoende meegewogen bij de beoordeling of eiser veilig terug zou kunnen keren naar Jemen. Uit het verslag van het nader gehoor blijkt dat de minister eiser daarover onvoldoende heeft bevraagd. De beroepsgrond van eiser slaagt. Bij een nieuw te nemen besluit zal de minister nader moeten horen om de persoonlijke situatie van eiser goed te kunnen betrekken. De veiligheidssituatie in Jemen 11. Eiser voert verder aan dat hij niet kan terugkeren naar Jemen gelet op de algemene veiligheidssituatie daar. Eiser verwijst in dit kader onder andere naar verschillende documenten en rapporten van Human Rights Watch, Vluchtelingenwerk en de Verenigde Naties.i Eiser stelt dat de minister niet heeft gemotiveerd waarom terugkeer naar Jemen geen verhoogd risico met zich zou brengen en dat in Jemen sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 15, onderdeel c, van de Kwalificatierichtlijn. Eiser verwijst daarvoor naar verschillende uitspraken van deze rechtbank, waaronder die van zittingsplaats Amsterdam van 25 oktober 2024, zittingsplaats Den Bosch van 10 januari 2025 en zittingsplaats Utrecht van 13 december 2024.ii 12. De rechtbank is van oordeel dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eiser, gezien de algemene situatie in Jemen, al dan niet in samenhang met zijn individuele omstandigheden, niet in aanmerking komt voor bescherming. Het feit dat de moeder en tante van eiser in Jemen wonen is onvoldoende om te kunnen stellen dat eiser een sociaal vangnet heeft en veilig kan terugkeren. Ter onderbouwing van dit oordeel verwijst de rechtbank naar de overwegingen in de genoemde uitspraken van deze rechtbank.iii De rechtbank maakt die overwegingen tot de hare. Bovendien heeft de minister de vele rapporten en documenten over de algemene situatie in Jemen niet voldoende meegewogen in de beoordeling. De minister dient uit te leggen hoe zij de algemene situatie en het geweldsniveau in Jemen, het ambtsbericht uit 2023 en de verschillende overgelegde rapporten en documenten weegt in de beoordeling van artikel 15, onderdeel c, van de Kwalificatierichtlijn. De minister dient zowel de algemene veiligheidssituatie als de persoonlijke omstandigheden van eiser in samenhang te beoordelen.