Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-02-11
ECLI:NL:RBDHA:2025:4140
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
611 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.442
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker,
(gemachtigde: mr. E. Ceylan),
en
de Minister van Asiel en Migratie, de minister,
(gemachtigde: mr. E. de Bonth).
Procesverloop
Bij besluit van 3 januari 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL25.441, op 21 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, S. Bos als tolk en de gemachtigde van de minister.
De rechtbank heeft het onderzoek na de zitting geschorst om de minister in de gelegenheid te stellen om uit te zoeken of eiser in de nationale procedure is opgenomen. Eiser heeft de mogelijkheid gekregen om te reageren. Vervolgens hebben de minister en eiser nog een keer gereageerd.
De rechtbank sluit het onderzoek en doet uitspraak zonder nadere zitting.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.441, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
K.F.K. Hoogbruin, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
11 februari 2025
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.