Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-03-13
ECLI:NL:RBDHA:2025:4003
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
810 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.51619
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. A. Kortrijk),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
(gemachtigde: mr. E. Sweerts).
Procesverloop
Bij besluit van 24 december 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 13 maart 2025 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank op onmiddellijk uitspraak gedaan.
Overwegingen
1. De rechtbank beantwoordt allereerst ambtshalve de vraag of eiser procesbelang heeft bij het beroep. Verweerder heeft bij bericht van 26 februari 2025 aan de rechtbank laten weten dat eiser zelfstandig uit Nederland is vertrokken. Hierbij heeft verweerder een schermafdruk van het informatiesysteem Indigo overgelegd, waaruit volgt dat eiser op 21 februari 2025 door zowel het COa als DT&V is geregistreerd als zelfstandig teruggekeerd.
2. Op 6 maart 2025 heeft de gemachtigde van eiser aangegeven dat zij sinds 21 januari 2025 geen contact meer had gehad met eiser. Hij heeft niet gereageerd op haar recente berichten. Bij bericht van 12 maart heeft de gemachtigde van eiser meegedeeld dat zij nog altijd geen contact heeft kunnen krijgen met eiser. Verder heeft zij meegedeeld dat zij niet op zitting zal verschijnen. Ter zitting is eiser ook niet verschenen en heeft ook niet op andere wijze van zich laten horen.
3. Gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden neemt de rechtbank aan dat eiser geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Daarom heeft eiser geen procesbelang bij een inhoudelijke beoordeling van het door hem ingestelde beroep tegen het bestreden besluit.
4. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 13 maart 2025 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en het proces-verbaal daarvan is
openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
Dienst Terugkeer & Vertrek.