Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-03-05
ECLI:NL:RBDHA:2025:3506
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
686 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht zaaknummer: NL25.7689
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres,
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. M.L. Hoogendoorn), en
de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: M. Smeulders).
Procesverloop
Bij besluit van 21 januari 2025 (het bestreden besluit) is aan eiseres met toepassing van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.
De minister heeft de rechtbank op 18 februari 2025 op grond van artikel 94, eerste lid, van de Vw van het besluit tot oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel in kennis gesteld. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiseres ingesteld beroep. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
Partijen hebben toestemming verleend om de zaak zonder zitting af te doen.1 De gemachtigde van eiseres heeft op 24 februari 2025 de gronden van het beroep ingediend. Verweerder heeft op 27 februari 2025 hierop gereageerd. De rechtbank heeft op 28 februari 2025 het onderzoek gesloten.
Overwegingen
De rechtbank is van oordeel dat de minister de kennisgeving onnodig heeft gedaan, omdat eiseres zelf al op 3 februari 2025 beroep tegen de bewaringsmaatregel heeft ingesteld. Omdat het beroep tegen de maatregel al op grond van het beroepschrift in de zaak met het nummer NL25.5117 is beoordeeld in de uitspraak van 21 februari 2025, bestaat voor partijen geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep dat is ontstaan als gevolg van de door de minister ingediende kennisgeving. De rechtbank zal het onderhavige beroep (NL25.7689) daarom niet-ontvankelijk verklaren.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
1. Zie artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.I.H. Kerstens-Fockens, rechter, in aanwezigheid van mr. L.L. Hol, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
05 maart 2025
Documentcode: DSR46216675
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.