Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-02-19
ECLI:NL:RBDHA:2025:2925
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
861 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.50707 (rectificatie)
uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 februari 2025 in de zaak tussen
[verzoeker], v-nummer: [nummer], verzoeker
(gemachtigde: mr. M.O. Wattilete),
en
de minister van Asiel en Migratie
(gemachtigde: mr. S.J. de Vries).
Inleiding1.In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening die verzoeker heeft ingediend hangende het beroep tegen het besluit van 17 december 2024 van de minister op de asielaanvraag van verzoeker.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL24.50706, op 3 februari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling
2. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt overgedragen voordat op het beroep is beslist. De rechtbank heeft nog geen uitspraak gedaan in de zaak met zaaknummer NL24.50706.
2.1.
De voorzieningenrechter heeft een belangenafweging gemaakt. Zij is van oordeel dat het belang van verzoeker om zijn beroepsprocedure in Nederland te mogen afwachten in dit geval zwaarder weegt dan het belang van de minister bij overdracht. Hoewel de uitspraak van de rechtbank in de beroepszaak snel wordt verwacht, nadert de uiterste overdrachtsdatum dermate snel dat verzoeker het risico loopt te worden overgedragen voordat op het beroep is beslist. Hierbij is meegewogen dat een voorlopige voorziening bij de hoger beroepsrechter de overdrachtstermijn niet schorst indien de rechtbank het verzoek om een voorlopige voorziening afwijst. Nu niet is gebleken dat de minister een zwaarwegend belang heeft bij een overdracht op korte termijn, wijst de voorzieningenrechter het verzoek toe.
Conclusie
3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe, schorst het bestreden besluit en bepaalt dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Cyprus totdat op het beroep tegen het bestreden besluit is beslist.
3.1.
De voorzieningenrechter veroordeelt de minister in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.814,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1).
Dictum
De voorzieningenrechter:
treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Cyprus totdat uitspraak is gedaan op het beroep;
veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 1.814,-
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. van der Lee, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.M. Hampsink, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
ABRvS 22 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4197, r.o. 8.