Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-07-11
ECLI:NL:RBDHA:2025:27729
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Mondelinge uitspraak
1,726 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2025:27729 text/xml public 2026-03-31T09:28:19 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2025-07-11 11553379 \ RL EXPL 25-3093 Uitspraak Mondelinge uitspraak Proces-verbaal NL Den Haag Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27729 text/html public 2026-03-31T09:27:39 2026-03-31 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2025:27729 Rechtbank Den Haag , 11-07-2025 / 11553379 \ RL EXPL 25-3093 Huurachterstand. Ontbinding en ontruiming. Rechtbank DEN HAAG Zittingsplaats ‘s-Gravenhage Zaak-/rolnummer.: 11553379 \ RL EXPL 25-3093 Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 11 juli 2025 in de zaak van: [eisende partij] , wonende te [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: “ [eisende partij] ”, gemachtigde: [gemachtigde 1] , tegen [gedaagde partij] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: “ [gedaagde partij] ”, gemachtigde: [gemachtigde 2] . Tegenwoordig zijn mr. S.T.H. Janssen, kantonrechter, en mr. N.C. Pattiselanno, griffier. Na uitroeping van de zaak zijn verschenen: - [gemachtigde 1] , namens [eisende partij] ; - [gedaagde partij] , bijgestaan door [gemachtigde 2] . Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht. In dit proces-verbaal wordt alleen de mondelinge uitspraak weergegeven. Van wat op de zitting door of namens partijen naar voren is gebracht, zijn door de griffier afzonderlijk aantekeningen gemaakt. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de kantonrechter op de zitting in aanwezigheid van beide partijen mondeling uitspraak gedaan. 1 Gronden van de beslissing 1.1. [gedaagde partij] huurt sinds 3 januari 2024 voor €850 per maand een woning van [eisende partij] aan [adres] . Partijen hebben daartoe een huurovereenkomst gesloten. 1.2. [eisende partij] vordert: o betaling van de huurachterstand, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2025; o ontbinding van de huurovereenkomst; o ontruiming van de woning; en o veroordeling van [gedaagde partij] in de proceskosten. 1.3. [gedaagde partij] vraagt de vorderingen af te wijzen en [eisende partij] in de kosten van deze procedure te veroordelen. [gedaagde partij] erkent dat er sprake is van een huurachterstand, maar betwist de hoogte daarvan en voert aan dat deze achterstand zijn oorzaak vindt in haar burn-out en het feit dat zij daarvoor op zzp-basis werkzaam was. Op dit moment zit zij in de bijstand en krijgt zij hulp, waardoor ontbinding niet gerechtvaardigd zou zijn. Bovendien heeft [eisende partij] geen aanmelding voor schuldhulp ingediend bij de gemeente zoals bedoeld in artikel 2 van het Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening (Bgs), waardoor de ontbinding ook niet gerechtvaardigd zou zijn. 1.4. Partijen zijn het er dus over eens dat er een achterstand is in de betaling van de huur door [gedaagde partij] , maar niet over de hoogte van die achterstand. [gedaagde partij] heeft geen enkel bewijs van betaling overgelegd. Daarom kan worden vastgesteld dat de huurachterstand, zoals [eisende partij] stelt, 16 maanden ofwel € 13.600 bedraagt. 1.5. Omdat de hoogte van de achterstand niet is bestreden kan de vordering om de tot en met 11 juli 2025 berekende huurachterstand van € 13.600, aan [eisende partij] te betalen worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van 1 februari 2025 zoals gevorderd en niet betwist, tot de dag van volledige betaling. 1.6. Nu sprake is van een tekortkoming in de nakoming, ontstaat de bevoegdheid de huurovereenkomst te ontbinden, tenzij die tekortkoming, gezien de bijzondere aard of geringe betekenis, de ontbinding en de gevolgen daarvan niet rechtvaardigt. Alleen een tekortkoming van voldoende gewicht geeft recht op ontbinding van de huurovereenkomst. Hierbij zijn alle omstandigheden van het geval van belang. 1.7. De kantonrechter is van oordeel dat de betalingsachterstand, waarvan in deze zaak sprake is, van zodanige omvang is, dat deze de vordering tot ontbinding rechtvaardigt. De door [gedaagde partij] genoemde persoonlijke en financiële omstandigheden leveren geen overmacht op en ontslaan haar niet van de verplichting om op tijd haar huur te betalen. Hoewel het te prijzen is dat [gedaagde partij] inmiddels hulp heeft gezocht, is die omstandigheid, gelet ook op de hoogte van de huurachterstand, in dit stadium onvoldoende voor de afwijzing van de gevorderde ontbinding . Ook het enkele feit dat door of namens [eisende partij] geen melding van de betalingsachterstand van [gedaagde partij] bij de gemeente is gedaan zoals bedoeld in artikel 2 Bgs, is onvoldoende om de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst af te wijzen. Er is geen sanctie gesteld op het niet melden en de verhuurder houdt de mogelijkheid om aan de kantonrechter ontbinding van de huurovereenkomst te vragen. De kantonrechter acht het daarnaast ook niet aannemelijk dat een vroegsignalering in dit geval het verder oplopen van de huurachterstand had kunnen voorkomen, omdat de lopende huur ook nu niet wordt betaald. 1.8. De kantonrechter ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot de woning gelegen aan [adres] . Ook de gevorderde ontruiming wordt toegewezen. Het gehuurde moet binnen 14 dagen na betekening van het proces-verbaal van deze uitspraak ontruimd zijn met afgifte van de sleutels aan [eisende partij] . 1.9. Omdat [gedaagde partij] in het ongelijk is gesteld, moet zij daarom de proceskosten betalen. Deze zijn begroot op € 1.079,47, te betalen binnen veertien dagen na betekening van het proces-verbaal van deze uitspraak. 2 Beslissing De kantonrechter: 1. veroordeelt [gedaagde partij] tot betaling van de huurachterstand van € 13.600, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van 1 februari 2025, tot de dag van volledige betaling; 2. ontbindt de tussen [eisende partij] en [gedaagde partij] bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde gelegen aan [adres] ; 3. veroordeelt [gedaagde partij] om binnen veertien dagen na betekening van het proces-verbaal van deze uitspraak het gehuurde – met alle zich daarin bevindende personen en zaken – voor zover die niet het eigendom van [eisende partij] zijn – te verlaten en bezemschoon zonder gebreken te ontruimen en vervolgens ontruimd en verlaten te houden en onder overgave van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van [eisende partij] te stellen; 4. veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten van € 1.079,47, te betalen binnen veertien dagen na betekening van het proces-verbaal van deze uitspraak; 5. verklaart deze uitspraak uitvoerbaar bij voorraad; 6. wijst af het meer of anders gevorderde. Deze mondelinge uitspraak is gewezen door kantonrechter mr. S.T.H. Janssen en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. Waarvan proces-verbaal, de kantonrechter