Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-11-05
ECLI:NL:RBDHA:2025:27679
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
5,503 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2025:27679 text/xml public 2026-03-13T09:03:22 2026-03-03 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2025-11-05 C/09/681842 / HA ZA 25-249 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27679 text/html public 2026-03-13T09:00:57 2026-03-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2025:27679 Rechtbank Den Haag , 05-11-2025 / C/09/681842 / HA ZA 25-249 Gedaagde heeft eiseres op eigen initiatief, ongevraagd, benaderd met het doel haar ertoe te bewegen een nieuw energiecontract af te sluiten. Eiseres is geen consument, maar ook geen grote onderneming, en een kleinverbruiker in de zin van de Elektriciteitswet 1998. In verband met de aard van de bemiddelingsovereenkomst en de omstandigheden van dit geval, rustte op gedaagde als bemiddelaar op grond van de redelijkheid en billijkheid een informatieplicht. Gedaagde heeft deze informatieplicht geschonden en is daarom schadeplichtig jegens eiseres. RECHTBANK Den Haag Team handel Zaaknummer: C/09/681842 / HA ZA 25-249 Vonnis van 5 november 2025 in de zaak van MACHINEFABRIEK "DE RIJNSTREEK" B.V. te Alphen aan den Rijn, eiseres, hierna te noemen: Machinefabriek De Rijnstreek, advocaat: mr. N.C. Ing, tegen FLUENTENERGY B.V. te Baarlo, gedaagde, hierna te noemen: Fluent Energy, advocaat: mr. M.F.J. Martens. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 11 maart 2025, met producties 1 tot en met 7; - de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring tevens houdende conclusie van antwoord; - de conclusie van antwoord in het incident tot oproeping in vrijwaring; - het vonnis in incident van 25 juni 2025, waarbij de vordering tot oproeping in vrijwaring is afgewezen; - het tussenvonnis van 16 juli 2025, waarbij een mondelinge behandeling is gelast; - de akte overlegging producties tevens houdende akte wijziging van eis van Machinefabriek De Rijnstreek, met producties 8 en 9; - de antwoordakte van Fluent Energy, met producties 1 en 2; - de mondelinge behandeling van 26 september 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt; - op 29 september 2025 is namens Fluent Energy een e-mailbericht van 1 februari 2024 overgelegd, dat ter zitting was besproken maar nog niet in het geding was gebracht. 1.2. Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald. 1.3. Deze procedure was oorspronkelijk de vrijwaringszaak behorend bij de hoofdzaak met zaaknummer C/09/674821 / HA ZA 24-936 tussen Gulf Gas and Power B.V. (hierna: GGP B.V.) als eiseres en Machinefabriek De Rijnstreek als gedaagde. GGP B.V. en Machinefabriek De Rijnstreek hebben in de hoofdzaak een minnelijke regeling getroffen, waarna de hoofdzaak op verzoek van partijen is doorgehaald op de rol van 23 juli 2025. 2. De feiten 2.1. Machinefabriek De Rijnstreek en [bedrijfsnaam] B.V. (hierna: [bedrijfsnaam]) hebben als middellijk bestuurder de heer [naam 1] (hierna: [naam 1]). 2.2. Machinefabriek de Rijnstreek is een kleinverbruiker in de zin van de Elektriciteitswet 1998. 2.3. In het jaar 2022 heeft Machinefabriek De Rijnstreek stroom afgenomen van Eneco. 2.4. Op 2 november 2022 is [naam 1] gebeld door de heer [naam 2] (hierna: [naam 2]), die een voorstel deed voor het afsluiten van een ander energiecontract door Machinefabriek De Rijnstreek en [bedrijfsnaam], dat voor hen veel voordeliger zou zijn. 2.5. Op 2 november 2025 heeft [naam 2] een e-mail aan het e-mailadres van [bedrijfsnaam] gestuurd, met daarin de bevestiging van een telefonische afspraak op 9 november 2022. Deze e-mail is gestuurd vanaf het e-mailadres [email-adres]. In deze e-mail staat het logo van Fluent Energy. 2.6. Op 9, 10 of 11 november 2022 heeft [naam 2] nogmaals telefonisch contact opgenomen met [naam 1]. [naam 2] heeft in dat gesprek benoemd dat Machinefabriek De Rijnstreek en [bedrijfsnaam] een opzegvergoeding van € 504,- zouden moeten betalen, als zij een nieuw afgesloten energiecontract voortijdig zouden opzeggen. 2.7. Op enig moment is er een document aan Machinefabriek De Rijnstreek verstrekt met de aanduiding ‘Machtigingsovereenkomst’. Op dit document staat dat ondergetekende verklaart akkoord te gaan met de algemene voorwaarden van Fluent Energy B.V. Op dit document staat verder onder meer het volgende, met bij de naam van [naam 1] een pennenstreek die oogt als handtekening: “ Bevestiging van deelname Door ondertekening van deze machtiging gaat u akkoord met de gebruikersvoorwaarden evenals de privacyverklaring en gedragscodes van Fluent Energy B.V. en van de nieuwe energieleverancier. Naam: [naam 1] Datum 11-11-2022 Handtekening: Inkoopmachtiging Middels ondertekening van deze machtiging verstrekt u een doorlopende volmacht aan Fluent Energy B.V. tot het opvragen en wijzigen van contracts- en verbruiksgegevens evenals het afsluiten van nieuwe leveringsovereenkomsten voor elektriciteit en gas bij een door Fluent Energy B.V. geselecteerde energieleverancier conform bovenstaande afspraken. Naam van uw Adviseur: [naam 2]” 2.8. [naam 1] heeft naar aanleiding van zijn contacten met [naam 2] namens Machinefabriek De Rijnstreek en [bedrijfsnaam] nieuwe energiecontracten afgesloten, voor de periode van 1 januari 2023 tot 1 januari 2028. 2.9. GGP B.V. heeft aan Machinefabriek De Rijnstreek en [bedrijfsnaam] maandelijkse voorschotbedragen gefactureerd voor energieleveringen vanaf 1 januari 2023. Machinefabriek De Rijnstreek en [bedrijfsnaam] hebben deze facturen door middel van automatische incasso aan GGP B.V. voldaan. 2.10. In december 2023 heeft [naam 1] besloten dat Machinefabriek De Rijnstreek en [bedrijfsnaam] weer energie zouden gaan afnemen bij Eneco, omdat de kosten van energielevering door GGP B.V. hoger waren dan verwacht. Eneco heeft namens Machinefabriek De Rijnstreek en [bedrijfsnaam] de lopende energiecontracten van deze vennootschappen opgezegd per 1 februari 2024. 2.11. Aan [bedrijfsnaam] heeft GGP B.V. bericht dat zij € 18.234,53 inclusief btw moet betalen wegens voortijdige beëindiging van het energiecontract. [bedrijfsnaam] heeft dat geweigerd. GGP B.V. en [bedrijfsnaam] hebben op 19 december 2024 een minnelijke regeling getroffen tegen finale kwijting, in welk kader [bedrijfsnaam] € 1.000,- aan GGP B.V. heeft voldaan. 2.12. GGP B.V. heeft aan Machinefabriek De Rijnstreek bericht dat zij € 58.713,67 inclusief btw moet betalen wegens voortijdige beëindiging van het energiecontract. Machinefabriek De Rijnstreek heeft dat geweigerd. 2.13. Op 8 oktober 2024 heeft GGP B.V. de procedure met zaaknummer C/09/674821 / HA ZA 24-936 tegen Machinefabriek De Rijnstreek aanhangig gemaakt, en daarin gevorderd om Machinefabriek De Rijnstreek te veroordelen tot betaling van het bedrag van € 58.713,67, te vermeerderen met rente en kosten. Machinefabriek De Rijnstreek is in de hoofdzaak verschenen en heeft verweer gevoerd en daartoe een conclusie van antwoord genomen. Machinefabriek De Rijnstreek heeft in de hoofdzaak € 2.889,- aan griffierecht voldaan. 2.14. GGP B.V. en Machinefabriek De Rijnstreek hebben op 16 juli 2025 een minnelijke regeling getroffen, die inhoudt dat Machinefabriek De Rijnstreek € 335,82 aan GGP B.V. voldoet, dat GGP B.V. afziet van het in rekening brengen van het (verdere) bedrag van de opzegboete en dat GGP B.V. en Machinefabriek De Rijnstreek ieder de eigen proceskosten dragen. 3 Het geschil 3.1. Machinefabriek De Rijnstreek vordert – samengevat en na wijziging van eis – dat de rechtbank, bij voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, Fluent Energy veroordeelt tot betaling aan haar van € 4.103,-, te vermeerderen met wettelijke rente en proceskosten. Op grond van artikel 97 lid 2 Rv acht de rechtbank zich in dit geval bevoegd op deze vordering te beslissen (zie ook 1.3 hiervoor). 3.2. Machinefabriek De Rijnstreek legt aan deze vordering het volgende ten grondslag. Fluent Energy heeft Machinefabriek De Rijnstreek in november 2022 misleid en/of is jegens Machinefabriek De Rijnstreek tekortgeschoten in de nakoming van haar contractuele verplichtingen en de op haar rustende zorgplicht.
Volledig
Fluent Energy is ook tekortgeschoten in de nakoming van haar contractuele verplichtingen en de op haar rustende zorgplicht door Machinefabriek De Rijnstreek in februari 2024 niet te informeren over het feit dat GGP B.V. een hoge boete in rekening zou brengen. Fluent Energy moet de schade die Machinefabriek De Rijnstreek daardoor lijdt, vergoeden. Deze schade bestaat uit de proceskosten van Machinefabriek De Rijnstreek in de hoofdzaak, namelijk € 2.889,- aan griffierecht en € 1.214,- aan salaris advocaat (1 punt à tarief IV). 3.3. Fluent Energy voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering. 3.4. Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. In deze procedure ligt inmiddels alleen nog de vraag voor of Fluent Energy de proceskosten van Machinefabriek De Rijnstreek in de hoofdzaak moet vergoeden als schade veroorzaakt door – kort gezegd – wanprestatie of onrechtmatig handelen van Fluent Energy. Machinefabriek De Rijnstreek heeft deze proceskosten niet vergoed gekregen in het kader van de minnelijke regeling tussen haar en GGP B.V. in de hoofdzaak. 4.2. Vaststaat dat Machinefabriek De Rijnstreek in november 2022 (telefonisch) door [naam 2] is benaderd over het afsluiten van een ander energiecontract. Ook staat vast dat Machinefabriek De Rijnstreek naar aanleiding van het contact met [naam 2] daadwerkelijk een nieuw energiecontract heeft afgesloten, met ingang van 1 januari 2023. 4.3. Machinefabriek De Rijnstreek heeft primair gesteld dat zij dit nieuwe energiecontract heeft gesloten met Fluent Energy als energie leverancier . Fluent Energy heeft dat betwist. De rechtbank overweegt hierover als volgt. 4.4. Op 14 november 2022 is per e-mail aan Machinefabriek De Rijnstreek bevestigd dat zij per 1 januari 2023 voor de levering van energie overstapt naar GGP B.V. Vervolgens is GGP B.V. voorschotbedragen voor energieleveranties aan Machinefabriek De Rijnstreek gaan sturen. Machinefabriek De Rijnstreek heeft niet tegen de bevestiging van 14 november 2022 geprotesteerd. Verder heeft Machinefabriek De Rijnstreek de gefactureerde voorschotbedragen aan GGP B.V. voldaan. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt daaruit afdoende dat het energiecontract is gesloten tussen Machinefabriek De Rijnstreek (als afnemer) en GGP B.V. (als energieleverancier). De rechtbank noemt deze met ingang van 1 januari 2023 tussen Machinefabriek De Rijnstreek en GGP B.V. gesloten overeenkomst hierna ‘de Energieovereenkomst’. 4.5. Machinefabriek De Rijnstreek heeft subsidiair gesteld dat Fluent Energy bij het sluiten van de Energieovereenkomst is opgetreden als bemiddelaar. Fluent Energy heeft betwist dat zij een rol heeft gehad bij het tot stand komen van de Energieovereenkomst. Volgens Fluent Energy is Machinefabriek De Rijnstreek bij het sluiten van de Energieovereenkomst begeleid door [naam 2] van Marketing Movement B.V. , die vervolgens alleen het digitale platform van Fluent Energy heeft gebruikt. 4.6. De rechtbank overweegt dat [naam 2] op 2 november 2022 – dus vóór het sluiten van de Energieovereenkomst – een e-mail aan [naam 1] ([bedrijfsnaam]) heeft gestuurd vanuit e-mailadres [email-adres], met daarin het logo van Fluent Energy. Deze e-mail biedt geen enkel aanknopingspunt dat [naam 2] zou optreden voor een andere partij dan Fluent Energy. De naam van Marketing Movement B.V. komt in deze e-mail niet voor. Ook in het aan Machinefabriek De Rijnstreek verstrekte document met de aanduiding ‘Machtigingsovereenkomst’ – dat naar Fluent Energy zelf betoogt door [naam 1] voor akkoord is getekend – wordt de naam [naam 2] alleen verbonden aan Fluent Energy B.V. Ook in dat document komt de naam Marketing Movement B.V. niet voor. In dat document worden verder de algemene voorwaarden van Fluent Energy B.V. van toepassing verklaard. 4.7. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Machinefabriek De Rijnstreek op basis van dit alles mogen begrijpen dat het Fluent Energy was die bemiddelde bij het tot stand komen van een nieuw energiecontract en die daartoe direct een overeenkomst met haar sloot. Het andersluidende standpunt van Fluent Energy wordt verworpen. De conclusie luidt dat er tussen Machinefabriek De Rijnstreek en Fluent Energy in november 2022 een overeenkomst tot bemiddeling tot stand is gekomen. 4.8. Niet in geschil is dat [naam 2] in de telefoongesprekken tussen hem en [naam 1], die hebben geleid tot het sluiten van de Energieovereenkomst, heeft benoemd dat Machinefabriek De Rijnstreek een opzegboete van € 504,- zou moeten betalen bij voortijdige beëindiging van ‘de overeenkomst’. Machinefabriek De Rijnstreek betoogt dat [naam 2] heeft gezegd dat dit bedrag de opzegboete was die Machinefabriek De Rijnstreek aan haar nieuwe energieleverancier zou moeten betalen als zij het nieuwe energiecontract voortijdig zou beëindigen. Fluent Energy betwist dat. De rechtbank overweegt hierover als volgt. 4.9. Voor zover het juist zou zijn dat [naam 2] (optredend voor Fluent Energy) tegen Machinefabriek De Rijnstreek heeft gezegd dat de energieleverancier een boete van slechts € 504,- in rekening zou brengen bij voortijdige beëindiging van de Energieovereenkomst, dan zou dat misleiding opleveren. Fluent Energy heeft dat ook niet gemotiveerd bestreden, maar heeft wel weersproken dat deze misleiding heeft plaatsgevonden. Machinefabriek De Rijnstreek heeft haar stelling over misleiding daarop onvoldoende onderbouwd en niet bewezen. Daarom komt deze gestelde misleiding in deze procedure niet vast te staan. 4.10. Fluent Energy heeft betoogd dat de opzegboete van € 504,- waarvan [naam 2] melding heeft gemaakt, uitsluitend zag op een aan Fluent Energy verschuldigde opzegboete in geval van voortijdige beëindiging van de machtigingsovereenkomst (zie 2.7). Machinefabriek de Rijnstreek heeft, zoals gezegd, betoogd dat Fluent Energy is tekortgeschoten in haar informatieplicht en zorgplicht jegens Machinefabriek de Rijnstreek, door haar bij het aangaan van de Energieovereenkomst en bij het verzoek om deze weer te beëindigen, niet te informeren over het feit dat, naast de boete van Fluent Energy, ook GGP B.V. een boete in rekening zou brengen en dat die boete veel hoger zou zijn dan het door [naam 2] genoemde bedrag. De rechtbank overweegt daarover als volgt. 4.11. Op grond van de overeenkomst tussen Machinefabriek De Rijnstreek en Fluent Energy, is op Fluent Energy géén zorgplicht komen te rusten die vergelijkbaar is met de zorgplicht van bijvoorbeeld een advocaat of een makelaar. Echter, ook de contractuele relatie tussen Machinefabriek De Rijnstreek en Fluent Energy wordt mede beheerst door de redelijkheid en billijkheid. In dat kader acht de rechtbank het volgende van belang. 4.12. Fluent Energy heeft Machinefabriek De Rijnstreek op eigen initiatief, ongevraagd, benaderd met het doel haar ertoe te bewegen een nieuw energiecontract af te sluiten. Verder is Machinefabriek De Rijnstreek weliswaar geen consument, maar ook geen grote onderneming, en een kleinverbruiker in de zin van de Elektriciteitswet 1998. Machinefabriek de Rijnstreek en haar (middellijk) bestuurder zijn geen professionals op het gebied van het afsluiten van contracten in het algemeen, laat staan van contracten die zien op energielevering. Fluent Energy is dat wel. Uit de redelijkheid en billijkheid vloeide dan ook, in verband met de aard van de bemiddelingsovereenkomst en de omstandigheden van dit geval, een informatieplicht voort voor Fluent Energy als bemiddelaar. 4.13. Deze informatieplicht van Fluent Energy hield in dat zij Machinefabriek De Rijnstreek moest informeren over de belangrijke aspecten van het via haar (ongevraagde) bemiddeling te sluiten energiecontract. Een bij uitstek belangrijk aspect was dat Machinefabriek De Rijnstreek bij voortijdige beëindiging van een met GGP B.V. te sluiten energiecontract, zou kunnen worden geconfronteerd met aanzienlijke financiële consequenties. Vergeleken bij die mogelijke financiële consequenties, viel de door [naam 2] wel genoemde boete van € 504,- in het niet.
Volledig
[naam 2] (handelend namens Fluent Energy) had Machinefabriek De Rijnstreek daarom óók attent moeten maken op de, veel substantiëlere, financiële consequenties van voortijdige beëindiging van een met GGP B.V. te sluiten energiecontract. Onbetwist is dat [naam 2] dit niet heeft gedaan. De rechtbank oordeelt daarom dat Fluent Energy jegens Machinefabriek De Rijnstreek is tekortgeschoten in de nakoming van de contractuele informatieverplichting die op haar rustte op grond van de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid. Fluent Energy is aansprakelijk voor de schade die Machinefabriek de Rijnstreek door die tekortkoming heeft geleden. 4.14. Machinefabriek de Rijnstreek heeft gesteld dat haar schade door de tekortkoming van Fluent Energy bestaat uit de kosten die zij in de hoofdzaak tegen GGP B.V. heeft gemaakt, bestaande uit het griffierecht en advocaatkosten. Niet ter discussie staat dat Machinefabriek De Rijnstreek de Energieovereenkomst niet zou hebben gesloten als zij voordien zou hebben geweten dat de financiële consequenties van voortijdige beëindiging daarvan beduidend verstrekkender zouden (kunnen) zijn dan het moeten betalen van € 504,-. Verder geldt dat, als de Energieovereenkomst niet zou zijn gesloten, GGP B.V. de hoofdzaak vanzelfsprekend niet tegen Machinefabriek De Rijnstreek aanhangig zou hebben gemaakt. Daarmee bestaat een causaal verband tussen de wanprestatie van Fluent Energy (het niet voldoen aan haar informatieplicht) en het feit dat Machinefabriek De Rijnstreek in de hoofdzaak is betrokken. 4.15. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Machinefabriek De Rijnstreek in het kader van haar schadebeperkingsplicht ertoe mogen besluiten in te stemmen met de minnelijke regeling waardoor de hoofdzaak is geëindigd, ook al worden in die regeling de proceskosten van Machinefabriek de Rijnstreek niet vergoed. De rechtbank beschouwt de schikking, zoals ook betoogd door Machinefabriek de Rijnstreek, als een passende stap van Machinefabriek De Rijnstreek in het kader van de voldoening aan haar schadebeperkingsplicht. Bij voortzetting van de hoofdzaak liep Machinefabriek De Rijnstreek immers het risico te worden veroordeeld tot betaling van een hoog geldbedrag aan GGP B.V. Een veel hoger bedrag dan het bedrag dat zij heeft betaald in het kader van de minnelijke regeling met GGP B.V., ook als daarbij de in deze vrijwaringsprocedure gevorderde proceskosten worden opgeteld. 4.16. Fluent Energy heeft betoogd dat Machinefabriek De Rijnstreek door de hoofdzaak geen schade heeft geleden, aangezien zij in de hoofdzaak is bijgestaan door haar rechtsbijstandsverzekeraar en zij de advocaatkosten en het vastrecht in de hoofdzaak dus niet zelf hoeft te dragen. Ook dit betoog kan Fluent Energy niet baten. De kosten van de hoofdzaak zijn, ondanks het bestaan van een rechtsbijstandverzekering, aan te merken als schade van Machinefabriek de Rijnstreek. Het staat Machinefabriek De Rijnstreek bovendien vrij om de schade waarvoor Fluent Energy schadeplichtig is, van Fluent Energy te vorderen, in plaats van deze te laten dragen door haar (rechtsbijstand)verzekeraar. 4.17. Voor wat betreft de omvang van de door Machinefabriek de Rijnstreek gevorderde schade geldt het volgende. Niet ter discussie staat dat Machinefabriek de Rijnstreek als gedaagde in de hoofdzaak griffierrecht van € 2.889,- heeft moeten voldoen. Verder is in die procedure een conclusie van antwoord opgesteld. De kosten daarvan worden in het kader van de vordering tot schadevergoeding begroot op 1 punt van het geldende liquidatietarief IV. De rechtbank acht deze schadebegroting alleszins redelijk. Fluent Energy heeft ook niet anders aangevoerd. 4.18. De conclusie luidt dat Machinefabriek De Rijnstreek schade heeft geleden die door Fluent Energy (wegens een toerekenbare tekortkoming) moet worden vergoed, en dat deze schade kan worden begroot op de (geliquideerde) proceskosten van Machinefabriek De Rijnstreek in de hoofdzaak. Fluent Energy wordt daarom veroordeeld tot vergoeding van die kosten, te vermeerderen met de niet afzonderlijk weersproken rentevordering. Proceskosten, wettelijke rente en uitvoerbaar bij voorraad verklaring 4.19. Fluent Energy is in deze procedure in het ongelijk gesteld en moet daarom ook de proceskosten (inclusief nakosten) van Machinefabriek De Rijnstreek in deze (vrijwarings)procedure vergoeden. Die kosten van Machinefabriek De Rijnstreek worden begroot op: - dagvaarding € 148,04 - salaris advocaat € 1.042,- (2 punten × tarief I à € 521,- per punt) - nakosten € 178,- (met de in de beslissing genoemde eventuele verhoging) totaal € 1.368,04. 4.20. De proceskostenveroordeling zal, zoals door Machinefabriek De Rijnstreek gevorderd, worden vermeerderd met wettelijke rente en uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. 5 De beslissing De rechtbank 5.1. veroordeelt Fluent Energy tot betaling aan Machinefabriek De Rijnstreek van € 4.103,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 juli 2025 tot aan de dag van volledige betaling; 5.2. veroordeelt Fluent Energy in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van Machinefabriek De Rijnstreek begroot op € 1.368,04 binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Fluent Energy niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet zij € 92,- extra aan nakosten betalen, plus de kosten van betekening, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag waarop de proceskosten volledig zijn betaald; 5.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 5.4. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. L. Kelkensberg en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2025. 1769 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering De rechtbank sluit bij de begroting van de proceskosten aan bij de omvang van de bij akte gewijzigde vordering.