Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-10-09
ECLI:NL:RBDHA:2025:27634
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,043 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2025:27634 text/xml public 2026-03-05T13:06:46 2026-02-24 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2025-10-09 C/09/683960 / HA RK 25-198 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Burgerlijk procesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27634 text/html public 2026-03-05T12:58:18 2026-03-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2025:27634 Rechtbank Den Haag , 09-10-2025 / C/09/683960 / HA RK 25-198 Verzoek tot gelasten voorlopig deskundigenbericht. Geen verweer, dus toegewezen. RECHTBANK Den Haag Team handel Zaaknummer / rekestnummer: C/09/683960 / HA RK 25-189 Beschikking van 9 oktober 2025 in de zaak van BOUWBEDRIJF VALLEIBOUW B.V. te Veenendaal, verzoekster, hierna te noemen: Valleibouw, advocaat: mr. T.J. van Veen te Veenendaal, tegen [verweerder] te [woonplaats], verweerder, hierna te noemen: [verweerder], advocaten: mr. M.P.C. Radovic en mr. N.A.P. Collard te Amsterdam. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het op 17 april 2025 ontvangen verzoekschrift, met producties 1 tot en met 7; producties 1 tot en met 15 van [verweerder]; het verweerschrift, met aanvullende productie 16; de e-mail van Valleibouw van 23 september 2025; de e-mail van [verweerder] van 30 september 2025. 1.2. Partijen hebben vervolgens bij e-mails van 27 augustus 2025 de rechtbank bericht dat zij overeenstemming hebben bereikt en dat de geplande mondelinge behandeling niet hoeft door te gaan. Zij vragen de rechtbank een beschikking te wijzen op basis van hun gemaakte afspraken. 1.3. De beschikking is daarna bepaald op vandaag. 2 De feiten Op grond van de stukken wordt in dit geding van het volgende uitgegaan. 2.1. Valleibouw is een bouwbedrijf dat bouw- en aanneemwerkzaamheden verricht voor particuliere en zakelijke cliënten. [verweerder] is een particulier. 2.2. Op 30 november 2022 is tussen Valleibouw als aannemer en [verweerder] als opdrachtgever een regie-aannemingsovereenkomst gesloten. Het uit te voeren werk betreft een kelder/onderbouw voor de nieuwbouwvilla aan het adres [adres] te [plaats] (hierna: het werk). 2.3. Bij e-mail van 14 april 2025 heeft [verweerder] de aanneemovereenkomst ontbonden, en voor zover hij daartoe niet bevoegd zou blijken: opgezegd. Het werk was op dat moment nog niet voltooid. 3 Het verzoek 3.1. Valleibouw verzoekt dat de rechtbank een voorlopig deskundigenbericht zal gelasten, met benoeming van de in het verzoek vermelde deskundige onder het stellen van de in het verzoek vermelde vraagstelling, kosten rechtens. 3.2. [verweerder] heeft bij e-mail van 27 augustus 2025 laten weten in te stemmen met het gelasten van een voorlopig deskundigenonderzoek en het benoemen van de door Valleibouw voorgestelde deskundige. In diezelfde e-mail is een vraagstelling opgenomen waarover partijen overeenstemming hebben bereikt. 4 De beoordeling 4.1. Het verzoek van Valleibouw is op de wet gegrond en kan als onweersproken worden toegewezen. 4.2. Partijen hebben overeenstemming bereikt over de te benoemen deskundige en de aan de deskundige voor te leggen vraagstelling. De rechtbank zal overgaan tot benoeming van de heer S. Ebbing, verbonden aan ABT B.V. (hierna: de deskundige). Aan hem zullen de vragen worden voorgelegd zoals weergegeven in de e-mail van [verweerder] van 27 augustus 2025. 4.3. De deskundige begroot zijn kosten op een bedrag van € 19.332,-, inclusief btw. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om te reageren op het voorgestelde voorschot. Valleibouw en [verweerder] hebben kenbaar gemaakt geen bezwaar te hebben tegen de hoogte van het voorschot. 4.4. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van de regel dat het voorschot op de kosten van de deskundige door de verzoekende partij moet worden gedeponeerd. Dit voorschot zal daarom door Valleibouw moeten worden betaald. 4.5. De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij. 4.6. Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken. 5 De beslissing De rechtbank: 5.1. beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen: Wilt u op basis van (de besteksvoorwaarden die deel uitmaken van) de aannemingsovereenkomst beschrijven in welk stadium van uitvoering het te realiseren bouwwerk zich per januari 2025 en per april 2025 bevond? Wat is uw algemene oordeel over de kwaliteit van het gerealiseerde gedeelte van het bouwwerk, rekening houdend met de stand waarin de werkzaamheden zich per januari 2025 en per april 2025 bevonden? Was er sprake van gebreken (en zo ja, welke) of waren eventuele onvolkomenheden inherent aan de stand van het werk? Waren eventuele gebreken op zodanige wijze te herstellen dat deze niet van invloed zijn op de kwaliteit van het uiteindelijke bouwwerk en een oplevering op basis van criteria van goed en deugdelijk werk niet in de weg zouden staan? Wat is naar uw oordeel voor een goed begrip van de zaak verder nog van belang? 5.2. benoemt tot deskundige: De heer S. Ebbing, ABT B.V., Postbus 82, 6800 AB Arnhem, e-mailadres: [e-mailadres] telefoonnummer 1: [telefoonnummer 1], telefoonnummer 2: [telefoonnummer 2]; het voorschot 5.3. stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op het door de deskundige begrote bedrag van € 19.332,-, inclusief btw inclusief btw ; 5.4. bepaalt dat Valleibouw het voorschot dient over te maken binnen twee weken na de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak; 5.5. draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot; het onderzoek 5.6. bepaalt dat Valleibouw haar procesdossier in afschrift aan de deskundige te doen toekomen; 5.7. bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats; 5.8. wijst de deskundige er op dat: de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie), de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen, de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn, de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid dient te bieden dit onderzoek bij te wonen; indien slechts één partij, althans niet alle partijen, bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan, indien partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd; 5.9. bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek; het schriftelijk rapport 5.10. draagt de deskundige op om uiterlijk vier maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie; 5.11.