Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-04-17
ECLI:NL:RBDHA:2025:27560
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,007 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2025:27560 text/xml public 2026-02-27T09:35:22 2026-02-17 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2025-04-17 AWB 24/16289 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27560 text/html public 2026-02-27T09:33:15 2026-02-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2025:27560 Rechtbank Den Haag , 17-04-2025 / AWB 24/16289 Regulier - mvv - verblijf bij gestelde partner - duurzame relatie - hoorplicht - beroep ongegrond. RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: AWB 24/16289 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 april 2025 in de zaak tussen [eiseres], V-nummer: [v-nummer], eiseres (gemachtigde: mr. G.E. Eind), en de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). 1.1. Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 22 december 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 17 september 2024 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 1.2. De rechtbank heeft het beroep op 8 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van eiseres deelgenomen. Verweerder is met bericht van verhindering niet verschenen. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? 2. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1993 en heeft de Ghanese nationaliteit. Eiseres heeft op 22 juni 2023 een aanvraag ingediend voor een mvv met als verblijfsdoel ‘verblijf als familie- of gezinslid’ bij haar gestelde partner, [referent] (referent). Referent is geboren op 14 november 1966 en heeft de Nederlandse nationaliteit. 3. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, omdat niet is voldaan aan de vereisten voor vergunningverlening. Er is volgens verweerder geen sprake van strijd met artikel 8 van het EVRM. Eiseres heeft namelijk niet aannemelijk gemaakt dat zij en referent een duurzame relatie hebben. Wat vindt eiseres in beroep? 4. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Eiseres en referent hebben elkaar weliswaar voor het eerst ontmoet in 2009, maar de romantische relatie is pas gestart in april 2021. Verweerder heeft daarom ten onrechte in de besluitvorming meegewogen dat eiseres in 2009 nog minderjarig was. Ook werpt verweerder ten onrechte tegen dat referent geen vliegtickets en in- en uitreisstempels van zijn paspoort heeft overgelegd. Omdat in de periode 2009-2021 geen sprake was van een romantische relatie, hoeft eiseres over deze periode geen documenten te overleggen. Daarnaast is het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand gekomen en onvoldoende gemotiveerd, omdat verweerder onvoldoende gewicht heeft toegekend aan de overgelegde bewijsstukken, zoals de foto’s, whatsappberichten, de belhistorie en de stortingsbewijzen. Tot slot heeft verweerder volgens eiseres de hoorplicht in bezwaar geschonden. Wat is het oordeel van de rechtbank? 5. De rechtbank oordeelt dat verweerder de aanvraag van eiseres heeft kunnen afwijzen. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt. Heeft eiseres aannemelijk gemaakt dat sprake is van een duurzame relatie (dan wel van familie- en gezinsleven)? 6. Verweerder mocht zich op het standpunt stellen dat eiseres met de door haar overgelegde stukken niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij een relatie heeft met referent die met een huwelijk gelijk valt te stellen. Verweerder heeft om dezelfde redenen op goede gronden gesteld dat niet aannemelijk is dat er sprake is van familie- of gezinsleven tussen eiseres en referent. Daarbij is van belang dat eiseres niet met documenten heeft onderbouwd dat zij intensief contact onderhoudt met referent. Zo heeft eiseres geen belhistorie van haar prepaid beltegoedkaarten overgelegd en gaat de overgelegde belhistorie niet terug naar de gestelde aanvang van het contact in 2020. Ten aanzien van de documenten die eiseres wel heeft overgelegd, heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat deze onvoldoende zijn om een duurzame relatie aannemelijk te maken. Verweerder heeft mogen vinden dat uit de overgelegde stortingsbewijzen niet volgt dat er sprake is van intensief diepgaand frequent contact tussen eiseres en referent. Verweerder heeft ten slotte kunnen stellen dat eiseres met de overgelegde belhistorie, de duur van de oproepen en de hoeveelheid gemiste oproepen niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van frequent telefonisch contact en dat sprake is van een reële en in voldoende mate met een huwelijk gelijk te stellen relatie. Verweerder heeft daarbij ook kunnen wijzen op eigenaardigheden in het appverkeer, zoals een felicitatie op de verkeerde dag waarvoor vriendelijk bedankt wordt. Ook mocht verweerder het bevreemdend vinden dat eiseres elf jaar na hun eerste en enige ontmoeting – toen zij 16 jaar was en referent 43 jaar – naar referent zou hebben gevraagd. Van een te hoge bewijslast is, anders dan eiseres lijkt te betogen, geen sprake. 6.1. Wanneer verweerder op goede gronden tot de conclusie is gekomen dat er geen sprake is van familieleven in de zin van artikel 8 van het EVRM, hoeft hij niet de belangen van de Nederlandse Staat af te wegen tegen de belangen van de betrokken vreemdeling. Zoals hiervoor is overwogen, heeft verweerder zich op goede gronden op het standpunt gesteld dat niet is gebleken dat er sprake is van een relatie die gelijk te stellen is met een huwelijk en dat daarom geen sprake is van familieleven in de zin van artikel 8 van het EVRM. Verweerder was dan ook niet gehouden om een belangenafweging te maken. Hoorplicht 7. De rechtbank is tot slot van oordeel dat verweerder eiser niet had hoeven horen. De hoogste bestuursrechter heeft overwogen dat het horen in bezwaar een essentieel onderdeel is van de bezwaarschriftenprocedure en dat de vreemdeling in beginsel wordt gehoord. Verweerder mag slechts van horen afzien als er op voorhand redelijkerwijs geen twijfel over mogelijk is dat de gronden van bezwaar niet tot een ander besluit kunnen leiden. Gelet op de motivering van het besluit en nu eiseres in bezwaar minimaal gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om de aanvraag met relevante stukken te onderbouwen, heeft verweerder kunnen vaststellen dat er redelijkerwijs geen twijfel bestond dat het bezwaar ongegrond was. Verweerder heeft daarom van het horen in de bezwaarfase mogen afzien. Conclusie en gevolgen 8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, rechter, in aanwezigheid van mr. P.P. Schaap, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 april 2025. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Zoals volgt uit artikel 3.14, aanhef en onder b van het Vreemdelingenbesluit 2000. Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 27 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1188. Zie de uitspraak van de Afdeling van 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1918.