Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2025-11-11
ECLI:NL:RBDHA:2025:27205
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: NL25.41704 (beroep) en NL25.41705 (voorlopige voorziening) uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen [eiser/verzoeker] , eiser/verzoeker, V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. M.R. Verdoner), en de Minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. S.J. Versteeg). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. Verweerder heeft onvoldoende uitgelegd waarom hij de identiteit van eiser ongeloofwaardig vindt en heeft het besluit op dit punt onvoldoende zorgvuldig voorbereid. Ook heeft verweerder onvoldoende uitgelegd waarom hij de politieke problemen waar eiser over heeft verklaard niet geloofwaardig heeft gevonden. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiser heeft op 14 augustus 2025 een asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 31 augustus 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. 2.1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Ook heeft hij verzocht om een voorlopige voorziening om niet te worden uitgezet zolang nog niet op het beroep is beslist. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 28 oktober 2025 samen met het verzoek om een voorlopige voorziening op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser, de gemachtigde van eiser, [tolk] als tolk en de gemachtigde van verweerder deelgenomen. Beoordeling door de rechtbank Het asielrelaas 3. Eiser heeft de Burundese nationaliteit en is geboren op [datum] 1990. Eiser legt het volgende aan zijn asielaanvraag ten grondslag. Eiser heeft Burundi verlaten vanwege politieke problemen. Eiser was sinds 2012 politiek actief bij de politieke partij UPRONA in Burundi. In 2014 werd eiser vanwege zijn verdiensten bij UPRONA benoemd in de nationale commissie voor onafhankelijke verkiezingen en vanuit die positie bekleedde hij de taak van president van de gemeentelijke verkiezingscommissie in Musaga. Toen eiser deze positie bekleedde stelde de president van de regerende politieke partij CNDD-FDD zich verkiesbaar, waartegen protesten ontstonden. Na de verkiezingen op 29 juni 2015 is eiser vanuit zijn huis meegenomen door een commandant van het militaire kamp Muha. Hier ontmoette eiser de burgermeester van Bujumbara, [naam 1] , en een partijleider van de CNDD-FDD, [naam 2]. Eiser werd gedwongen om te helpen bij het vervalsen van de verkiezingsluitslag zodat de CNDD-FDD zou winnen. Een aantal maanden na de verkiezingen op 11 december 2015 pleegden militairen een massamoord op jongeren in Musaga. Eiser stelde vragen over deze massamoord aan [naam 1] . Hierdoor werd eiser aangemerkt als recalcitrant. Eiser werd sindsdien gezocht door de inlichtingendienst van Burundi, de SNR . De SNR wilde eiser oppakken en vermoorden. Eiser is daarom in 2020 gevlucht naar Zuid-Afrika. Eiser is hier lid geworden van de CDP en werd de leider van de Burundese diaspora in Zuid-Afrika. Dit kwamen de autoriteiten in Burundi te weten, waardoor eiser ook gevaar liep in Zuid-Afrika. In Zuid-Afrika zijn drie aanslagen op hem gepleegd door gangsters die zijn ingeschakeld door de SNR. Eiser is in 2024 teruggekeerd naar Burundi omdat het veilig zou zijn in Burundi onder de nieuwe president. Dit bleek niet het geval te zijn; eiser merkte dat hij nog steeds gezocht werd door de SNR. Eiser heeft daarom Burundi opnieuw verlaten. Het bestreden besluit 4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven: identiteit, nationaliteit en herkomst; politieke problemen. Verweerder vindt van het eerste asielmotief de identit Eiser heeft weliswaar geen authentieke identificerende documenten overgelegd, maar wel verschillende andere documenten die de door hem gestelde identiteit kunnen ondersteunen. Bovendien heeft hij bij de zienswijze aangegeven dat hij zijn paspoort kan laten opsturen, met het verzoek om de asielaanvraag van eiser in de verlengde procedure te behandelen zodat eiser hier meer tijd voor heeft. Verweerder is niet op dit verzoek ingegaan, ook niet in het bestreden besluit. Gelet op de wel overgelegde stukken en de korte tijd tussen het voornemen van 26 augustus 2025 en het bestreden besluit van 31 augustus 2025 is de rechtbank van oordeel dat verweerder niet in redelijkheid kon tegenwerpen dat eiser geen oprechte inspanning heeft geleverd als bedoeld in artikel 31, zesde lid, onder a, van de Vw. Dat eiser heeft verklaard dat hij makkelijk zijn paspoort naar Nederland zou kunnen laten sturen, maakt dit niet anders. Verweerder heeft verder tegengeworpen dat eiser geen goede reden heeft gegeven waarom hij zijn identificerende documenten niet heeft meegenomen. Hij heeft echter hierbij verzuimd om in te gaan op de verklaring van eiser dat hij met het paspoort van zijn broer is uitgereisd en zijn eigen paspoort daarom niet heeft meegenomen . Ook is hij niet ingegaan op de verklaring bij zienswijze dat hij zijn paspoort niet mee heeft genomen omdat hij bang was om terug gestuurd te worden naar Burundi. Eisers uitreis uit Burundi, zijn opleiding en werkervaring, waar verweerder wel op in is gegaan, bieden hier ook geen antwoord op. Verweerder heeft gezien het voorgaande onvoldoende gemotiveerd dat eiser niet voldoet aan de voorwaarde onder artikel 31, zesde lid, onder b, van de Vw. 6.1. De rechtbank zal het beroep gegrond verklaren wegens een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek en het bestreden besluit vernietigen. De rechtbank zal in het kader van finale geschilbeslechting beoordelen of de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand gelaten kunnen worden. Hiertoe beoordeelt de rechtbank de laatste beroepsgrond. Heeft verweerder de politieke problemen van eiser ongeloofwaardig kunnen vinden? 7. Eiser voert aan dat hij door de Burundese autoriteiten als opposant wordt gezien en daardoor gevaar loopt bij terugkeer naar Burundi. Hij wijst er daarbij onder andere op dat hij niet aangesteld had kunnen worden bij de verkiezingscommissie zonder zijn werk voor UPRONA. Zijn werk voor de verkiezingscommissie heeft eiser onderbouwd met een kopie van een ‘attestation des services rendus’, waarvan hij nu ook het origineel in zijn bezit heeft. 7.1. Ter zitting heeft verweerder toegelicht dat hij ervan uit is gegaan dat eiser vanwege zijn politieke activiteiten bij UPRONA is gevlucht uit Burundi en niet vanwege zijn activiteiten bij de verkiezingscommissie. Die twee omstandigheden moeten volgens verweerder los van elkaar worden gezien. 7.2 De rechtbank is van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hij eisers verklaringen over zijn politieke problemen niet geloofwaardig vindt. Hierbij overweegt de rechtbank als volgt. 7.2.1 Ten eerste heeft verweerder een te beperkte uitleg gegeven van het asielrelaas van eiser. In het nader gehoor heeft eiser uitgelegd dat hij in 2012 leider van de jeugdgroepen voor UPRONA is geworden. Omdat hij het zo goed deed is hij gepromoveerd naar de nationale verkiezingscommissie. Vanuit zijn positie bij de verkiezingscommissie is hij in contact gekomen met belangrijke personen binnen de regerende CNDD-FDD, die uiteindelijk de opdracht hebben gegeven om eiser op te pakken. Dat de activiteiten bij de verkiezingscommissie los moeten worden gezien van de reden voor vlucht uit Burundi volgt de rechtbank daarom niet. Verweerder heeft eisers verklaringen hierover op zichzelf ook niet tegenstrijdig, wisselend of inconsistent gevonden. Hij had er dus in het bestreden besluit op in moeten gaan. Volgens verweerder doet het verder afbreuk aan het gestelde vluchtgevaar dat eiser niet inzichtelijk heeft gemaakt wat d