Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-02-24
ECLI:NL:RBDHA:2025:2714
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
509 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.40528
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam] , V-nummer: [V-nummer] verzoeker
(gemachtigde: mr. I. Petkovski),
en
de Minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. B.W. Zagers).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de vaststelling door de minister dat verzoeker geen verblijfsrecht meer heeft als verzorgende ouder van zijn kind.
1.1.
De minister heeft op 15 februari 2024 vastgesteld dat verzoekers verblijfsrecht is geëindigd. Met het bestreden besluit van 19 september 2024 op het bezwaar van verzoeker is de minister bij dat besluit gebleven. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met het beroep op 10 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister deelgenomen. Het onderzoek ter zitting is gesloten.
Beoordeling
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.40526, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening hangende beroep is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.
2.1.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.J.C. ten Hoopen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
NL24.40526.