Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-12-23
ECLI:NL:RBDHA:2025:27063
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,642 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2025:27063 text/xml public 2026-01-30T16:22:41 2026-01-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2025-12-23 C/09/693948 / FA RK 25-8248 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Voorlopige voorziening Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27063 text/html public 2026-01-30T16:17:14 2026-01-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2025:27063 Rechtbank Den Haag , 23-12-2025 / C/09/693948 / FA RK 25-8248 Wijziging voorlopige voorzieningen. Verzoeken afgewezen. Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 25-8248 Zaaknummer: C/09/693948 Datum beschikking: 23 december 2025 Wijziging voorlopige voorzieningen Beschikking op het op 31 oktober 2025 ingekomen verzoek van: [de vrouw], de vrouw, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. J. Todorov in Maasdijk. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de man], de man, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. R.A. van den Heuvel in Rijswijk. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het verweerschrift tevens zelfstandige verzoeken van de man; het bericht met bijlage van 11 december 2025 van de man; het bericht met bijlagen van 11 december 2025 van de vrouw. Op 12 december 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw bijgestaan door haar advocaat, de man bijgestaan door zijn advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad). Van de zijde van de vrouw zijn pleitnotities overgelegd en voorgedragen. Feiten Partijen zijn gehuwd op [datum] 2019 in [plaats 1]. Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen: [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2019 in [geboorteplaats]; [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2022 in [geboorteplaats]. De ouders oefenen het gezamenlijk gezag uit over de kinderen. De kinderen verblijven bij de vrouw. Op 10 oktober 2025 heeft deze rechtbank voorlopige voorzieningen getroffen, inhoudende: als voorlopige zorgregeling geldt: de kinderen zijn in de ene week van maandag na school tot woensdagochtend, en in de andere week van vrijdag na school tot woensdagochtend bij de man; bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan het [adres] in ([postcode]) [plaats 2]: - voor zes maanden na heden gedurende de tijd dat de kinderen volgens de voorlopige zorgregeling bij de vrouw zijn; - vanaf zes maanden na heden, met bevel dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden; bepaalt dat de man bij uitsluitend gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan het [adres] in ([postcode]) [plaats 2] voor zes maanden na heden gedurende de tijd dat de kinderen volgens de voorlopige zorgregeling bij de man zijn; bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van 19 augustus 2025, voorlopig een kinderalimentatie voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van € 579,- per maand per kind zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen. Verzoek en verweer De vrouw verzoekt voormelde voorlopige voorziening te wijzigen in die zin dat de rechtbank zal bepalen dat: de vrouw met uitsluiting van de man gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning en de zich daarin bevindende inboedel, met bevel dat de man die woning dient te verlaten en deze verder niet meer mag betreden, behoudens met voorafgaande instemming van de vrouw; de kinderen aan de vrouw worden toevertrouwd; een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De vrouw doet haar verzoek steunen op de stelling dat de omstandigheden na de dagtekening van de beschikking zijn gewijzigd en dat de rechtbank bij het geven van de beslissing is uitgegaan van onvolledige gegevens. De man voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast heeft de man zelfstandig verzocht: primair: de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoeken; indien de vrouw wel ontvankelijk is in haar verzoek: te bepalen dat de ouders middels birdnesting zorg voor de kinderen dragen voor de duur van de echtscheidingsprocedure; meer subsidiair: te bepalen voor de duur van de echtscheidingsprocedure, dat het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de man wordt toegekend en dat de kinderen aan de man worden toevertrouwd; te bepalen dat ten aanzien van de onderhoudsbijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding in de beschikking van 10 oktober 2025 met kenmerk C/09/690308 van onjuiste gegevens is uitgegaan, de beschikking te wijzigen en te bepalen dat de man een onderhoudsbijdrage van € 80,- per maand moet voldoen aan de vrouw, met terugwerkende kracht met ingang van 19 augustus 2025; te bepalen dat de zorgregeling in de beschikking van 10 oktober 2025 met kenmerk C/09/690308 nader wordt toegelicht en (subsidiair) de beschikking te wijzigen en te bepalen dat: de kinderen in de oneven weken van maandag tot en met woensdagochtend bij de man zijn. Op woensdag na school tot en met zondag verblijven de kinderen bij de vrouw. de kinderen in de even weken van maandag na school tot en met woensdagochtend, en vrijdag na school tot en met zondag bij de man zijn. Op maandagochtend en woensdag na school tot en met vrijdagochtend verblijven de kinderen bij de vrouw. de vrouw te veroordelen in de proceskosten van de man. De vrouw voert verweer tegen de zelfstandige verzoeken van de man. Beoordeling Uitsluitend gebruik van de echtelijke woning, de voorlopige zorgregeling en de toevertrouwing van de kinderen Op grond van artikel 824 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan een beschikking inhoudende voorlopige voorzieningen worden gewijzigd of ingetrokken indien de omstandigheden na het geven van de beschikking zijn gewijzigd of indien bij het geven van de beschikking in zodanige mate van onjuiste of onvolledige is uitgegaan dat, alle betrokken belangen in aanmerking genomen, de voorlopige voorziening niet in stand kan blijven. De vrouw heeft gesteld dat de omstandigheden na de gegeven voorlopige voorzieningen beschikking van 10 oktober 2025 zijn gewijzigd. De afgelopen periode hebben zich meerdere incidenten voorgedaan waarbij de man met geweld de woning heeft geforceerd of dat de overdrachtsmomenten niet goed verliepen. De politie is hierbij betrokken geweest en heeft een Veilig Thuis melding gedaan. Gelet hierop is er volgens de vrouw geen draagvlak (meer) voor birdnesting omdat er te veel spanningen en wantrouwen is tussen de ouders. De vrouw verzoekt dan ook het uitsluitend gebruik van de woning aan haar toe te kennen, omdat zij hier meer belang bij heeft dan de man. Verder kan de vrouw niet bij familieleden terecht in tegenstelling tot de man die bij zijn zus en opa terecht kan. Omdat de vrouw de hoofdverzorgster is van de kinderen, en het belangrijk is dat de kinderen rust en structuur krijgen, moeten de kinderen aan haar worden toevertrouwd. De man voert verweer. Hij stelt zich op het standpunt dat er geen sprake is van gewijzigde omstandigheden. Verder betwist hij dat de vrouw een groter belang zou hebben bij het uitsluitend gebruik van de woning. Sinds juli 2025 verblijft de man deels in zijn kantoorruimte, maar daar kan hij de kinderen niet ontvangen. De man heeft geen financiële middelen om een aparte woonruimte te huren omdat hij ook 90% van de lasten van de echtelijke woning moet betalen, en een bedrag van € 1.158,- per maand aan kinderalimentatie. Bij het toewijzen van het verzoek van de vrouw kan de man op geen enkele wijze de kinderen ontvangen en zal het contact beperkt worden tot af en toe iets leuks doen in het weekend. Dit is niet wat de man wil en wat hij in het belang van de kinderen vindt. De rechtbank stelt voorop dat de procedure tot het treffen en wijzigen van voorlopige voorzieningen is bedoeld om een ordemaatregel te treffen. In verband met dit bijzondere karakter heeft de wetgever bepaald dat slechts in uitzonderlijke omstandigheden een eerder getroffen voorlopige voorziening kan worden gewijzigd.
Volledig
Niet iedere wijziging van omstandigheden zal dus tot wijziging van de beschikking kunnen leiden. Alleen in evidente, zeer sprekende gevallen, is een wijziging gerechtvaardigd. Zou dit anders zijn dan zou een verzoek tot wijziging van voorlopige voorzieningen kunnen worden gebruikt om een verzuim te herstellen of zou een verkapt hoger beroep mogelijk zijn. De rechtbank overweegt dat in de voorlopige voorzieningenprocedure een birdnesting regeling is opgenomen, en dat birdnesting altijd het nodige vergt van ouders. Het is geen ideale optie, maar het is volgens de rechtbank een noodgedwongen oordeel geweest omdat alleen onder deze omstandigheden beide ouders contact kunnen hebben met de kinderen. Gebleken is dat er opstartproblemen waren rondom het birdnesten, met name rondom het aanvangsmoment. Daarnaast is er onenigheid geweest over de vraag of het een twee of drie wekelijks schema betreft. Op de zitting heeft de rechtbank aangegeven dat het een twee wekelijks schema is, in lijn met de ingenomen standpunten van beide ouders op de vorige zitting. Na de beschikking van 10 oktober 2025 is er vooral gedoe ontstaan over de kamer waar oma moederszijde (mz) slaapt als het de tijd van de moeder in de woning betreft en die de vader als werkkamer gebruikt als het zijn tijd in de woning is. Daarnaast zou de man knoflook leggen op de bijbels van de moeder bij het verlaten van de woning. De rechtbank is van oordeel dat het bovenstaande geen wijziging van omstandigheden zijn als bedoeld in artikel 824 lid 2 Rv die tot wijziging van de beschikking van 10 oktober 2025 zouden moeten leiden. De rechtbank realiseert zich wederom dat het geen ideale situatie is voor alle betrokkenen, maar de situatie waarbij de man per direct uit de woning zou moeten vertrekken en daardoor niet de kinderen meer kan ontvangen, is niet wenselijk of in het belang van de kinderen. Daarbij overweegt de rechtbank dat het uitsluitend gebruik van de woning in de beschikking van 10 oktober 2025 vanaf zes maanden na heden aan de vrouw reeds is toegekend. Omdat de birdnesting gehandhaafd wordt zal het verzoek tot uitsluitend gebruik eveneens worden afgewezen, alsmede de over en weer gedane verzoeken tot toevertrouwing van de kinderen. Aan het verzoek van de man tot een gebruikersvergoeding komt de rechtbank als gevolg hiervan ook niet toe. Kinderalimentatie De man stelt zich op het standpunt dat de rechtbank bij het geven van de voorlopige voorzieningen is uitgegaan van onjuiste gegevens bij de berekening van de kinderalimentatie. De rechtbank is op basis van de inkomensgegevens van 2024 en de uitbetalingen vanuit zijn BV, uitgegaan van een DGA salaris en een te ontvangen dividenduitkering van € 30.000,- per jaar. De man betwist dat hij deze dividenduitkering ontvangt dan wel kan ontvangen. Ter onderbouwing van deze stelling heeft de man een rapport ingediend waarbij door [advocatenkantoor] onderzoek is gedaan naar de waarde van de onderneming. Uit dit rapport volgt dat er weinig tot geen ruimte is voor een dividenduitkering. De man vindt daarom dat de kinderalimentatie opnieuw moet worden vastgesteld omdat er van onjuiste gegevens is uitgegaan. De vrouw voert verweer. Zij is van mening dat er geen reden is om de kinderalimentatie opnieuw te berekenen. Daarnaast is het rapport over de waardebepaling rijkelijk laat ingediend waardoor de vrouw de kans is ontnomen om zelf een onafhankelijke deskundige in te schakelen om de juistheid van de waardering te toetsen. Daarnaast volgt uit het rapport dat alleen de jaarcijfers van 2023 en 2024 zijn gebruikt, in plaats van dat ook jaarcijfers van 2025 zijn meegenomen dan wel gerealiseerde cijfers of een kasstroomoverzicht. De rechtbank overweegt als volgt. De man stelt dat de rechtbank ten onrechte rekening heeft gehouden met een dividenduitkering van € 30.000,- per jaar. De rechtbank overweegt dat de man dit alleen heeft onderbouwd met een waardebepaling in een rapport, overgelegd als productie 15. De man heeft op geen enkele manier informatie verschaft of laten zien wat de omzet en kosten over 2025 zijn in de BV en de werkmaatschappijen. Verder heeft de man in productie 24 een e-mail overgelegd van zijn hypotheekadviseur waarin wordt verklaard dat het inkomen van de vrouw niet toereikend zou zijn voor het overnemen van de hypotheek van de echtelijke woning. Uit dezelfde verklaring volgt dat de man wel de woning kan overnemen. In deze procedure heeft de man gesteld dat hij een bruto inkomen heeft als DGA van € 3.387,- per maand, wat lager is dan het inkomen van de vrouw op basis waarvan zij de woning volgens de hypotheekadviseur van de man niet kan overnemen. Naar het oordeel van de rechtbank is dit niet met elkaar te rijmen. De man heeft op de zitting toegelicht dat de verklaring van de hypotheekadviseur gebaseerd is op de prognose van de komende jaren. De rechtbank is van oordeel, gelet op de inkomensgegevens van 2024 en het bedrijfsresultaat in de eenmanszaak in 2024 en bij gebrek aan gegevens over 2025, dat niet door de man is aangetoond dat na de omzetting van de eenmanszaak naar een BV in 2025 er nu sprake is van een veel lager inkomen dan in 2024. Daarnaast heeft de man op de vorige zitting en deze zitting opnieuw bevestigd dat het goed gaat met zijn bedrijf. De rechtbank zal het verzoek van de man dan ook afwijzen. Proceskostenveroordeling De man verzoekt de vrouw te veroordelen in de proceskosten. Door de indiening van het verzoekschrift is de man nodeloos in deze procedure betrokken, zeker nu de voorlopige voorzieningen beschikking slechts drie weken eerder gewezen is. De man heeft daarnaast benadrukt dat de vrouw inmiddels vier procedures heeft gestart. De vrouw voert verweer. Zij is van mening dat de proceskosten gecompenseerd moeten worden. De rechtbank zal het verzoek tot veroordeling van de proceskosten afwijzen. De rechtbank acht dat het in dit stadium niet aangewezen, te meer nu partijen nog met elkaar door moeten als ouders van de kinderen. Om te voorkomen dat deze relatie verder wordt belast zal de rechtbank bepalen – conform het uitgangspunt in verzoekschriftprocedures tussen ex-partners – dat iedere partij de eigen proceskosten draagt. Beslissing De rechtbank: wijst de verzoeken van partijen af. bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt. Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. A.I. Knops als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 23 december 2025.