Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2025-07-17
ECLI:NL:RBDHA:2025:26892
RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummers: NL24.52078 en NL24.40474 uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen [eiseres] , V-nummer: [v-nummer] , eiseres/verzoekster (hierna: eiseres) (gemachtigde: mr. M.E. Muller), en de Minister van Asiel en Migratie Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de vaststelling van verweerder dat zij geen verblijfsrecht in Nederland heeft op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming (de Richtlijn). 1.1. Met het besluit van 17 september 2024 heeft verweerder medegedeeld dat eiseres niet in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn. Met het bestreden besluit van 4 december 2024 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij het primaire besluit gebleven. 1.2. De rechtbank heeft het beroep op 4 juni 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft alleen de gemachtigde van eiseres deelgenomen. Verweerder is met voorafgaand bericht niet verschenen. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat de zaak over? 2. Eiseres heeft de Oekraïense nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 2003. Eiseres heeft op 14 augustus 2024 aanspraak willen maken op tijdelijke bescherming als bedoeld in de Richtlijn. Omdat eiseres de Oekraïne vóór 27 november 2021 heeft verlaten en daarna niet meer is teruggekeerd met de intentie om zich duurzaam te vestigen in de Oekraïne, heeft verweerder de aanvraag afgewezen. Wat vindt eiseres? 3. Eiseres stelt dat zij voldoet aan de Richtlijn. Zij erkent vóór de peildatum van 27 november 2021 uit Oekraïne te zijn vertrokken en daarna voor familiebezoek te zijn teruggekeerd. Zij heeft echter nooit haar hoofdverblijf verplaatst buiten Oekraïne, omdat zij slechts tijdelijk verbleef in Polen voor haar studie. Dit blijkt onder andere uit haar tijdelijke studievisum. Uiteindelijk was een permanente terugkeer naar Oekraïne, gelet op de oorlog, geen mogelijkheid. Subsidiair stelt eiseres zich op het standpunt dat zij voldoet zij aan de voorwaarden voor gezins- of familieleden, nu haar ouders in Nederland een verblijfsrecht hebben op grond van de Richtlijn en zij een afhankelijkheidsrelatie met hen heeft. Beoordeling door de rechtbank Toetsingskader 4. De Raad van de Europese Unie heeft op 4 maart 2022 besloten om de Richtlijn van toepassing te verklaren op de toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de Europese Unie. Daarvoor is een Uitvoeringsbesluit vastgesteld. Daarin is vastgelegd welke ontheemden in aanmerking komen voor tijdelijke bescherming. Dat zijn onder andere Oekraïense onderdanen die vóór 24 februari 2022 in Oekraïne verbleven. De lidstaten kunnen het Uitvoeringsbesluit ook toepassen op andere categorieën ontheemden. Deze keuzemogelijkheid wordt de facultatieve bepaling genoemd. 4.1. Verweerder heeft het Uitvoeringsbesluit verwerkt in artikel 3.9a van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 (VV 2000). Uit die bepaling volgt dat ten eerste tijdelijke bescherming wordt toegekend aan vreemdelingen met de Oekraïense nationaliteit die na 26 november 2021 Oekraïne zijn ontvlucht of die in de periode van 27 november 2021 tot en met 23 februari 2022 naar het grondgebied van de Europese Unie zijn gereisd (eerste lid, onder a). Hij heeft daarbij gebruik gemaakt van de facultatieve bepaling. Verweerder heeft deze keuze toegelicht in een brief van 30 maart 2022. Hieruit volgt dat verweerder heeft besloten om de Richtlijn ook van toepassing te verklaren op ontheemden die Oekraïne op of na 27 november 2021 hebben verlaten vanwege de toenemende spanningen of die zich net vóór die datum op het grondgebied van de Unie bevonden (bijvoorbeeld voor vakantie of werk) en die als gevolg van het gewapende conflict niet naar Oekraïne kunnen terugkeren. Voor het bepalen van deze datum is aangesloten bij de visumvrije termijn van Oekraïners, namelijk 90 dagen. Verder wordt op grond van artikel 3.9a van het VV 2000 tijdelijke bescherming verleend aan vreemdelingen die de Oekraïense nationaliteit hebben en di